sandervanvugt.org

Languages

   

Recente tweets

Stay up to date

Receive a e-mail when there is a new story posted? Then register you email here.

our packages

Brussel

September, de eerste keer. Het adres van de klant is maar 98 kilometer van huis en ik moet er om 9 uur zijn. Blij eindelijk weer eens in de buurt te k
readmore Download as a pdf

Wedgemount Lake

Eigenlijk wilde ik hier helemaal niet zijn. Canada, stel je voor, en geeneens de US of A. Hoe konden de organisatoren van de conferentie het in hun ho
readmore Download as a pdf

Naar groenland

Maart 2004 Ik zit in het vliegtuig van Amsterdam naar Seattle en zie Groenland voor het eerst, vanaf een hoogte van elf kilometer weliswaar, maar toc
readmore Download as a pdf

Linux conf Australia

Going Down Under It's a long, long trip from the Netherlands to Brisbane, Australia, but when I can afford it, I think it's worth going there for the
readmore Download as a pdf

Monsieur van Vugt

Zuid Afrika, Mei 2009 "Monsieur van Vugt? Monsieur van Vugt?" Bij de uitgang van Air France vlucht 2141 van Amsterdam naar Parijs stond een meneer di
readmore Download as a pdf

Brussel - Download as a pdf Download as a PDF - Leave a comment - 0 comments.

September, de eerste keer. Het adres van de klant is maar 98 kilometer van huis en ik moet er om 9 uur zijn. Blij eindelijk weer eens in de buurt te kunnen werken, zet ik de wekker op 7 uur met als doel om half 8 te vertrekken.
Bij vertrek geeft TomTom 2 minuten vertraging voor de buitenring van Brussel. Ik zoek tevreden een andere zender op de radio terwijl ik even later de grens over rij. Mijn oog valt weer op de TomTom. 12 minuten. Weer iets later, 22 minuten, 29 minuten ZESENVEERTIG? Er moet iets mis zijn met mijn TomTom.
Er is niets mis met de TomTom. Ver voor de afslag naar Mechelen begint de file, nog 23 kilometer te gaan tot aan de ring. Ik onderga ze terwijl het lange lint van auto's langzaam voortkruipt. File, er is niet dat je er aan kunt doen.
Precies op het tijdstip dat ik de Brusselse buitenring oprijdt had ik bij mijn klant moeten zijn. Dat is dus niet gelukt. Ik probeer mijn contactpersoon te bellen, maar niemand neemt op. Het rijdt gelukkig weer. Afslag E40, Brussel Centrum. De strook rechtsaf staat muur en muur vast. Mijn baan rijdt door om abtrupt tot complete stilstand te komen op het moment dat hij een tunnel inrijdt. Vijf minuten later sta ik 5 meter verderop. Ik ben files gewend, maar dit ziet er niet uit als een file, maar als een rijdende catastrofe. Drie banen moeten honderd meter verderop naar één baan, zonder dat daar echt een reden voor is. Of toch wel. De andere banen worden al zo lang niet gebruikt dat ze vol liggen met rommel en onberijdbaar zijn. Veertig minuten later is het mijn beurt op te rijden op de ene baan die verder gaat. Mijn blaas staat op knappen, ik ben inmiddels al een uur te laat en ik kan niemand bellen. Welke filosoof was het ook maar weer dat het verhaal over de hel een duivels grapje is omdat de hel gewoon hier op aarde is? Een ding is zeker, de duivel heeft het Brusselse wegennet aangelegd.
Veel te laat kom ik aan bij de klant. "Is er een alternatief?" Nee, dat is er niet. Eigenlijk is er maar één weg Brussel in. Zorg dat je voor half acht binnen bent, of probeer het na tienen nog maar eens. Zo niet, accepteer het maar. Dit accepteren? Voor al de volgende 15 dagen dat ik naar deze klant toe moet? Ik dacht het niet
Dag 2
Ik bof dat mijn stad een rechtstreekse spoorverbinding heeft naar Brussel. Hoe lang geleden is het dat ik de trein genomen heb? Ruim op tijd sta ik met mijn rugzak met spullen op het station. En nog twee tassen, met materiaal dat ik mee moet nemen voor de klant. En stapel boeken op A4 formaat, opgestapeld 70 centimeter hoog en ik weet niet hoe zwaar. Een afgeladen rugtas op de rug, een rugtas met wielen in de hand en dan nog een schoudertas. Alles beter dan met de auto!
Brussel centraal, de trein is aangekomen. En toen? Daar sta ik dan in een onbekende stad, afgeladen met bagage. "Gewoon de mensen volgen", had Jean-Francois me gisteren gezegd. "Iedereen gaat naar het Europees kwartier, gewoon achterna lopen." Eenmaal aangekomen aan de goede kant van het spoor bleek dat inderdaad de beste keuze.
Brussel ligt aan de rand van de heuvels. De oude stad ligt beneden en de Europese wijk ligt boven. Een stevige helling dus in het begin door een wijk met een mix van oud en nieuw en daarna trappen. Trappen met een boos kijkende zwerver met een matje voor zich waarop twee muntjes van 5 cent liggen. Zou hij zelf weten waarom er niet meer ligt? Bovenaan de trappen is een park. Of eigenlijk: hekken. Men is aan het werk op de weg voor het park, de weg langs de statige gebouwen waar de Belgische, de Vlaamse, de Waalse en waarschijnlijk ook de gemeentelijke overheid gevestigd is. Brussel leeft van ambtenaren zo te zien. Statig wit marmer naast een park met groen, joggers en
vrolijk fluitende vogeltjes. Even verder is het paleis van de koning waar fier de Belgische vlag op wappert. De koning is thuis! Ik onderdruk mijn impuls om te zwaaien en loop het park in. De zon breekt door en ik voel me prettig. De lust onderdrukkend om te gaan zitten op een van de bankjes en genieten van het uitzicht en de rust om me heen loop ik door. De klant wacht immers.
Aan de andere kant van het park een brede statige weg met zebrapad maar zonder stoplichten. Dat is lang geleden, dat ik als argeloze voetganger me door het verkeer heen worstel. Zouden Belgische auto's stoppen voor overstekende voetgangers? Dat doen ze. Ik loop langs het ministerie van financiën en ontwaar in de verte een kluwe van auto's. Stinkend, ronkend, toeterend. De hel. Het staat net zo muurvast als gisteren. Sadistisch grijns ik. "Sukkels, neem de trein".
Niets is over van de beleefd stoppende automobilisten van zojuist. Getergd kijkende slachtoffers die opgesloten zitten in hun blik en geen kant op kunnen. Ratten in een kooi waarvan een enkeling in wanhoop gewoon door rood rijdt, om toch eindelijk weer tien meter verderop terecht te komen waar het ook net zo vast staat. Ik begrijp de wanhoop, maar kan het niet laten om belerend een schunning gebaar naar hem te maken.
Eenmaal veilig overgestoken wordt het alleen nog maar erger. Een beklemmend onzichtbaar aquarium van uitlaatgassen en razernij van wanhopige auto's, vijf banen breed. Aan weerszijden massief ogende gebouwen, allen vijf etages hoog en zo het oogt ontworpen door dezelfde communistische ontwerper. Niemand, werkelijk niemand die hier voor zijn plezier zal komen.
In de middag is het begonnen te regenen. De stoep is smal en het is druk. Overal mensen en groepen mensen die voor het stoplicht te staan wachten om over te steken die het de groepen mensen die van de overkant komen waar het stoplicht op groen staat zodat zij over konden steken de doorgang belemmeren. Hoe daar mee om te gaan? Alsof het struikgewas is. Pardon zeggen, voorzichtig maar overtuigend de obstakels opzij drukken zonder echt lomp te zijn, maar vooral voorwaards blijven gaan. Het lukt, en ik kan weer een eindje doorlopen terwijl niets me hinderd dan het tegemoetkomend verkeer dat ook wel begrijpt wat een geluk die voetgangers hebben, met hun trein het verkeer vermijdend, en daarom expres door de diepste plassen heen lopen. Aan het eind van de vijfbaans autoweg wacht weer de knoop van de auto's die vanaf de binnenring Brussel uit willen. Wanhopig kijken, boos kijkend, ongeïnteresseerd kijkend, allen wachtend op hun onvermijdelijke lot van langzaam vooruit kruipen zonder er ook maar iets aan te kunnen doen.
Het hek van het park oogt als een finishlijn en is dat ook. De vriendelijk fluitende vogeltjes zijn er nog steeds, vergezeld van camera klikkende toeristen en verliefde paartjes die de bankjes ingenomen hebben met meer oog voor elkaar dan voor de dingen om hen heen. Ik vertraag mijn pas en adem de zuurstof diep in. Het is een finishlijn, wat een bevrijding!
Dag 4
Een gespannen sfeer, er hangt iets in de lucht. Dat is al zo sinds mijn vertrek van huis. Het is alsof er een depressie aankomt en de natuur zich er op voorbereidt. De rit naar Brussel verloopt voorspoedig. De aankomst in Brussel ook. Al in het park klinkt veel lawaai. Het gebruikelijke lawaai dat er altijd is, van claxonnerende auto's die vast zitten in het verkeer - niets nieuws dus. Met af en toe een knal, alsof er iemand aan het schieten is of me veel lawaai omver valt. Het ruikt naar rook.
Op de binnenring is de chaos groter dan normaal. Alles staat vast en sommige automobilisten proberen wanhopig te ontsnappen door over de stoep te rijden en allerhande andere dingen te doen die normaal niet mogen maar in de wanhoop van de Brusselse automobilist normaal lijken te zijn. Op het kruispunt verderop, waar de E40 de stad binnenkomt, brandt een vuur en een groep van ongeveer vierhonderd mannen met blauwe pakken, protestborden en oranje hesjes komt mijn kant op lopen. De meeste lopen, de voorhoede rent inmiddels aan alle kanten om me heen en begint de
borden, prullenbakken en al het andere dat om me heen staat te slopen en op een hoop te gooien. Agenten staan er vlak bij, met angstig gezicht strak voor zich uitkijkend alsof er geen revolte om hun heen gaande is, te proberen die enkele auto die dit punt bereikt heeft zo snel mogelijk weg te dirigeren. Ondertussen gaat de vlam in de stapel puinhoop die de boze vuilnismannen in een rap tempo verzameld hebben en is de Brusselse binnenring veranderd in een oorlogsgebied. Er vliegen projectielen om me heen en ik besluit snel door te lopen, naar de veilige kantoorflat waar ik ook vandaag weer mijn werk ga doen.
De hele ochtend klinkt het geluid van sirenes zonder oponthoud. Er vliegen helicopters over, buiten is duidelijk iets ernstigs aan de hand, maar binnen gaan we onverstoord verder met het bespreken van de eigenaardigheden van het Linux besturingssysteem. Rond 11 uur wordt het rustiger en neemt het geluid af.
Als we even voor twaalf op zoek gaan naar een restaurant om te eten, lijkt het alsof we door een oorlogsgebied lopen. Hopen nasmeulend vuilnis liggen op alle kruispunten, de vuilnismannen hebben de straat in handen gehad en zijn weer doorgelopen. Verslaggevers filmen de puinhoop en een Italiaanse reporter vertelt aan een videocamera verontwaardigd dat alle paperrassen van de omliggende Europese kantoren gewoon half verbrand op straat liggen.
We gaan eten en zitten zeker anderhalf uur in het restaurant waarin niets merkbaar is van de inbreuk op de dagelijkse wanorde waaronder de stad die ochtend geleden heeft. De mensen die hier werken schijnen dit gewend te zijn en mijn klanten snappen ook niet waar ik me zo druk over maak.
Om vier uur op de terugweg naar het station, heerst ee onwezelijke rust op straat. Een enkele auto rijdt over straat, opweg naar de files op de Brusselse ring. De puinhopen zijn opgeruimd. Onvoorstelbaar: welke vuilnismannen zijn er gekomen om de rommel op te ruimen die de vuilnismannen gemaakt hebben die ochtend?
Negende dag, Brussel Centraal
Station Brussel Centraal is het knooppunt van al het spoorwegverkeer in België. De treinen uit het zuiden komen allemaal via Brussel Zuid, waar niet minder dan 22 sporen beschikbaar zijn voor binnenkomende treinen, waarvan er zeker meer dan zes doorrijden naar het Noorden. Op Brussel centraal zijn echter maar zes sporen beschikbaar waar alle treinen overheen geleid worden. Met als resultaat dat er elke vier minuten wel een trein stopt op elk perron. Een frequentie waar het gemiddelde metronet jaloers op kan zijn.
Normaal ontwart de kluwe van inkomende en uitgaande treinen zich prima op Brussel Centraal. Vandaag niet. Ergens is een trein vertraagd, met zeven hele minuten en dat heeft een amusant domino-effect tot gevolg: het perron waarop de volgende trein binnen had moeten komen is bezet, waardoor die trein omgeleid wordt naar een ander perron, wat op zijn beurt weer bezet is als de daaropvolgende trein binnen moet komen.
Gelukkig is er iemand die orde probeert te scheppen en keurig afwisselend in Nederlands en Frans probeert het onbegrijpelijke begrijpbaar te maken. "Dames en heren de trein naar Charleroi van 16:13 vertrekt vandaag niet van spoor 6 maar spoor 4." "Dames en heren de trein naar Luik van 16:14 vertrekt vandaag niet van spoor 4 maar spoor 6" "Dames en heren de trein naar Bergen van 16:14 vertrekt vandaag niet van spoor 2 maar van spoor 4". "Dames en heren, de trein naar Charleroi van 16:13 zal toch vertrekken van spoor 6."
Denk niet dat deze berichten zonder gevolg zijn, want elk bericht heeft tot gevolg dat de menselijke mierenhoop op de perrons als een idioot in beweging komt om zo snel mogelijk op het andere
perron te komen. Een amusant tafreel, totdat omgeroepen wordt dat mijn trein vandaag niet van perron 5 vertrekt maar spoor 3....
De zestiende dag
Vandaag is het de zestiende en laatste dag. In zeven jaar niet zo veel tijd doorgebracht bij één klant. Het is nog donker als ik in mijn woonplaats op de trein stap. De hemel heeft nog de donkerblauwe kleur van de nacht, in de verte wordt een eerste oranjeroze streep in de lucht zichtbaar die in het Oosten de nieuwe dag aankondigt. De iets meer dan een uur durende treinrit brengt me van de nacht in de dag en bij aankomst in Brussel heeft de hemel de weke blauwe kleur van de pas geboren ochtend.
In de net nieuwe dag zitten de dames van plezier al klaar achter hun raam. Zonder de druk van heel veel klanten op dit vroege uur, zitten sommigen verveeld in bikini met hun telefoon te spelen, terwijl anderen hun borsten pronkend met elkaar koffie zitten te drinken en een enkele verdwaalde student langsloopt en stiekem naar binnen probeert te gluren. De etages boven de ramen zijn stuk voor stuk afgeschermt met zware gordijnen waarachter God weet wat voor onheil plaatsvindt.
Aan de overkant van het gangpad zitten twee Antwerpse jongedames ongegeneerd met elkaar te praten in een maar half verstaanbaar dialect. "Elke streek heeft zijn eigen taal". Als ik ze hoor begrijp ik hoe men hier aan het woord Kieken komt, afgeleid van het Nederlandse Kuiken en hier gebruikt om te verwijzen naar een niet al te intelligente dame. Over de intelligentie valt zo natuurlijk niets te zeggen, maar wel is het zeker dat het op een Kiekenhok lijkt als je dat zo hoort.
De zwervers zitten weer op hun plaats, en ik verbaas me erover zestien dagen lang dezelfde Turks en vriendelijk ogende zwerver met een glimlach bij de uitgang van het station te zien zitten. Hebben alle zwervers hier hun eigen plekje? En hoeveel maffia is er nodig die plekken te respecteren? Ik heb er over zitten denken hem te plezieren door iets in zijn hand te drukken, maar kan me niet voorstellen dat hij elke dag hier op precies dezelfde plek kan zitten zonder de bescherming van een misdaadsyndicaat en keur hem geen blik waardig terwijl ik langsloop.
Op de trappen omhoog naar het park is het druk, ongewoon druk op deze laatste vrijdag voordat in België de herfstvakantie begint. Velen zullen nog even ervan profiteren om met elkaar te gaan lunchen, precies wat mijn klant vandaag voor mij op het programma heeft.
De ochtendknoop van ronkende, razende en boos kijkende auto's bij het ministerie van Financiën lijkt groter dan normaal, maar de mensen in de auto's kijken minder boos. Zelfs op de vijfbaans weg naar het Europees parlement lijkt de smog minder penetrant dan normaal. Brussel in de morgen, als je het maar lang genoeg doet ga je er vanzelf de charme van inzien.

Download as a pdf Download as a PDF - - 0 comments.

Comments