sandervanvugt.org

Languages

   

Recente tweets

Stay up to date

Receive a e-mail when there is a new story posted? Then register you email here.

our packages

Brussel

September, de eerste keer. Het adres van de klant is maar 98 kilometer van huis en ik moet er om 9 uur zijn. Blij eindelijk weer eens in de buurt te k
readmore Download as a pdf

Wedgemount Lake

Eigenlijk wilde ik hier helemaal niet zijn. Canada, stel je voor, en geeneens de US of A. Hoe konden de organisatoren van de conferentie het in hun ho
readmore Download as a pdf

Naar groenland

Maart 2004 Ik zit in het vliegtuig van Amsterdam naar Seattle en zie Groenland voor het eerst, vanaf een hoogte van elf kilometer weliswaar, maar toc
readmore Download as a pdf

Linux conf Australia

Going Down Under It's a long, long trip from the Netherlands to Brisbane, Australia, but when I can afford it, I think it's worth going there for the
readmore Download as a pdf

Monsieur van Vugt

Zuid Afrika, Mei 2009 "Monsieur van Vugt? Monsieur van Vugt?" Bij de uitgang van Air France vlucht 2141 van Amsterdam naar Parijs stond een meneer di
readmore Download as a pdf

Wedgemount Lake - Download as a pdf Download as a PDF - Leave a comment - 0 comments.

Eigenlijk wilde ik hier helemaal niet zijn. Canada, stel je voor, en geeneens de US of A. Hoe konden de organisatoren van de conferentie het in hun hoofd halen om de conferentie dit jaar in Canada te organiseren? Dan nog de vakantie, net een week terug van een zalige strandvakantie op het ruige Corsica, een stukje Europa waar je een uur over het strand kunt lopen zonder iemand tegen te komen, en dan weer weg naar Linuxcon in Vancouver.
Negen uur tijdsverschil, een week weg en dan weer thuis. Dat betekent dus eerst een week wennen aan de nieuwe tijdzone in Vancouver, en net als ik gewend ben weer in het vliegtuig terug naar Nederland. En waarom? Om naar de greatest Linux conference op de planeet te gaan. Bijstelling: de andere greatest Linux conferentie op de planeet, want linux.conf.au is ook leuk.
Om alles een beetje betaalbaar te houden, en daarnaast ook om helder te zijn voor alle zakelijke bijeenkomsten, had ik een retourtje Vancouver gekocht met een verblijf van een week. De converentie zelf duurt maar drie dagen, dus drie dagen om een beetje schrijfwerk te doen in mijn hotelkamer, en daarnaast een beetje rond te kijken in de omgeving. Valt overigens prima te combineren, de dag na aankomst staat de biologische klok nog op NL tijd, dus 2 uur 's nachts Vancouver tijd zat ik klaarwakker in mijn bed - 11 uur NL tijd dus, en ik heb dit vaak genoeg gedaan om te weten dat het helemaal geen zin heeft je er tegen te verzetten. Sterker nog, deze keer heb ik me voorgenomen om standvastig de wekker op 3 uur 's nachts te zetten, en om 7 uur 's avonds te gaan slapen. Ik zal wel moeten, komende zondag weer terug en op maandag direct weer cursus geven in Amsterdam, inclusief alle reistijd vanuit de uithoek waar ik woon. Eerst werken, dan de fun, prima combinatie wat mij betreft.
Gisteren nog had ik eigenlijk geen idee wat ik vandaag zou moeten doen. Die beslissing heb ik pas eind van de middag genomen, toen ik in de lobby van het hotel een folder oppikte waarin alle natuurschoon van Brittish Colombia beschreven werd. Ik heb er maar even in gebladerd, in de lift naar beneden vanaf de 32e etage van het Hyatt in Vancouver tot de lobby, genoeg om echt getriggerd te worden. Dit is echt mooi!
Dus om 5 uur op zondagmiddag na een walvistrip die me eigenlijk tegenviel nog even naar de boekwinkel iets verderop om informatie over de regio te zoeken. Een boek met 1:25.000 kaarten, en een boek met de best hikes in zuidwest Brittish Colombia. De laatste nam ik mee in bad, om te komen tot de Wedgemount Lakes. "De moeilijkste hike uit dit boek", in combinatie met "7 uur minimaal" en "verticale afstand 1200 meter" en "breng anti-muggenspray mee" was voldoende om mijn enthousiasme te wekken. Dus het plan was geboren: morgen bij ochtendschemeren in de auto om van Vancouver naar Whistler te rijden.
En zo zat ik vanochtend vroeg in mijn Mitsubishi Eclipse, op de Sea to Sky highway, om overdonderd te worden door het mooiste landschap dat ik ooit gezien heb. Iets wat volgens mezelf best wel wat wil zeggen, want ik heb eerder fraaie plaatsen op deze planeet gezien. Besneeuwde bergen die rechtop uit de fjorden omhoog lijken te rijzen, met een kroon van sneeuw en gletsjers die op niet hoger dan 2000 meter al begint. Adembenemend.
Ik realiseer me wat het betekent, en bedenk me dat een trip als dit toch met de nodige voorbereiding moet plaatsvinden. Dus schiet ik de Mac-drive in om een Mac-ontbijt te nemen, vette troep, tsja, prima energie om de dag door te komen wat mij betreft. Een trail met een stijging van 200 meter per kilometer en dat zeven kilometer op en dan weer zeven kilometer neer, daar kun je maar beter op voorbereid zijn.
De aankomst op het Wedgemount Lake trail was alles behalve glorieus. Een modderig pad wat vooral door houthakkers gebruikt wordt om met zwaar beladen trucks hun stammen naar beneden te brengen. "Als je een radio hebt om met de chauffeurs te communiceren, zet hem aan, en doe in elk geval je koplampen aan". Wat ik me daar bij voor moet stellen? Naar beneden denderende ongeleide projectielen? Ik besluit om maar rustig omhoog te rijden om in elk geval nog iets van controle over de auto te houden, voor het geval dat.
Na een paar kilometer vind ik de parkeerplaats. Losliggend gravel. Ik stap uit en wordt besprongen door muggen, minstens zes tegelijk van het grote, heel hinderlijke en stekende formaat, nog voordat ik de tijd heb mijn rugzak uit te pakken en me helemaal in te smeren met anti-mug, DEET 50. Chemische troep dat dwars door plastic heen schroeit op mijn huid. Hmmm. In de waan veilig gewapend te zijn tegen muggen, ga ik verder mijn rugzak te organiseren voor deze trip. Shit, hoofd vergeten. Er zitten minstens twee muggen in mijn haar! Dus was ik mijn haar met DEET 50 om vervolgens eindelijk aan de rugzak toe te komen. Regenjas, vest, energydrink, twee fruit smoothies, graanrepen, twee marsen, twee bananen, drie liter water, zonnecrŤme factor 50, DEET 50, fototoestel en een knipmes. Dit is tenslotte berengebied en ik ga heel alleen een heel groot bos in. De nagel van een beer is ongeveer net zo lang en breed als het lemmet van mijn mes, maargoed, met mes heb je nog een heel klein kansje en zonder mes gewoon niet. En hier zitten beren, op de heenweg in Whistler liep er gewoon eentje langs de weg. En dan ben ik klaar, tijd om te gaan.
Een uur later heb ik volgens mijn GPS-horloge de respectabele afstand afgelegd van twee kilometer. De snelheid van een kruipende baby dus, maar dat dan wel over een eersteklas hindernisbaan. Het pad begon gemakkelijk, toen was het namelijk nog een pad. Stijl, dat wel, met dichte begroeiing aan weerszijden, waar links de berg stijl naar beneden afliep en rechts stijl omhoog en het vooral donker was door de schaduw van de bomen die werkelijk overal groeien. Na een half uur kwam ik bij een brug, over een donderende rivier die met bruut geweld in ťťn lange stroomversnelling die waarschijnlijk van de top van de berg af kwam zijn weg vervolgt naar beneden.
Na de brug begon het pas echt. Waar het de eerste kilometer nog een heel klein beetje leek op een pad, zijn het nu vooral boomwortels. Niet af en toe een boomwortel, maar een fijnmazig net van boomwortels die werkelijk overal niet op maar vooral boven de grond liggen, alsof ze er een sadistisch genoegen in hebben de eenzame wandelaar het zo moeilijk mogelijk te maken. Dat lukt ze aardig. Het enige dat nu nog duidelijk maakt dat er een pad is, zijn de sporen van mensen. Als een steen bruinig gekleurd is door de modder, komt dat door de voeten van wandelaars die me voorgegaan zijn en is dat het pad. Daarnaast zijn er de felgekleurde oranje driehoekjes die hier en daar tegen een boom gespijkerd zijn om het pad te markeren. Soms zie je ze, soms ook niet en dan moet je terug, totdat het pad weer ergens zichtbaar wordt.
Wat ook opvalt is dat het ineens stil is. Het Canadese regenwoud is niet vol geluid, zoals het tropische bos in AustraliŽ, waar elke kubieke meter rijkelijk gevuld is met leven, maar stil. Hooguit het gedonder van de rivier die de berg af klettert, geen vogels, geen konijntjes of andere dieren, maar stil. In afwachting van het geluid van een mogelijk naderende beer, soms oorverdovend stil. De stilte is beklemmend, het is beter niet te horen welk onheil er in de verte op je afkomt.
Dan klinkt er gekraak van takken in de verte. Ik zie niets, ik hoor het alleen maar. Zou het ...? Ik had me voorgenomen om als er ineens een beer op mijn pad staat, om te draaien en weer naar beneden te strompelen om daar veel te vroeg mijn auto te vinden. Ik was er nog niet uit wat ik zou doen als er op de terugweg ineens een beer op de weg staat. Wegjagen? Ik weet het niet. Weer kraakt er iets, en valt er een last van me af als ik mensen hoor. Een oranjerode regenjas en twee blauwe regenjassen worden zichtbaar door de bomen. Een afgepeigerde vrouw, met twee jongere vrouwen - waarschijnlijk haar dochters, die eruit zien alsof ze nog nooit van hun leven zo ongelukkig zijn geweest, hangen uitgeput tegen een boomstam, met de grote rugzak van de vrouw naast hen zitten ze energie-gels naar binnen te werken.
Ik ben opgelucht, ik ben niet de enige mens op deze berg. En ja, wat vraag je in zo'n situatie? "Is het nog ver?" "
Oh", zucht de vrouw, "we hebben er drie en een half uur over gedaan om hier te komen, ik heb nog nooit zoiets meegemaakt"
- "Hoezo dan?"
"Dit is nog makkelijk, maar iets verderop is er een soort muur waar we alleen met handen en voeten overheen konden", zucht ze, "Daarna nog een half uur en dan ben je bij het meer". Hoopvol voegt ze daar aan toe: "Hoe lang heb je er over gedaan om hier te komen?"
- "Oh, maar een uurtje" zeg ik.
"Oh darling heb je dat gehoord", zegt de vrouw tegen haar dochter, "nog maar een uur en dan ben je er". "Oh ik zal zo gelukkig zijn", zegt de dochter in kwestie bijna huilend van uitputting.
Aarzelend vervolg ik mijn weg. Een muur waar je omheen moet klauteren? Nog drie uur? Heb ik wel genoeg eten en drinken? Ik strompel verder over de taken, soms met hellingen die in een hoek van 45 graden omhoog gaan en mijn bovenbeenspieren doen kraken. Ik heb nog niets gedronken. "Dit is een marathon", zeg ik tegen mezelf, "eet en drink dan ook als een marathon". Ik pak een fles water, schat de heenweg in op vier uur en neem me voor als ik twee uur onder weg ben te eten en nog wat te drinken. Ik weet niet waar dit naartoe leidt, maar ik weet wel dat ik doorga totdat het echt niet anders kan. Waarom? Tsja...
De volgende drie kwartier zijn zwaar. De wortels worden nu afgewisseld door keien, variŽrend van formaat baksteen tot rotsblokken met het formaat van een klein autootje. Na een tijdje stuit ik op een keienveld. Een rotslawine, die zo hoog gaat als ik kan zien om verderop in de wolken te verdwijnen die steeds lager komen te hangen. Dat mooie uitzicht kan ik dus wel vergeten. Dan het dilemma. Hoe neem je driehonderd meter over reusachtige rotsblokken? Ik twijfel tussen klauteren en springen. Ik probeer een stukje te klauteren op handen en voeten. Niet echt handig, ik besluit tot een mengsel van grote stappen en af en toe een sprongetje en kom zo redelijk snel vooruit. Voel me net een evenwichtskunstenaar.
Na het rotsenveld komt er weer bos. Nog meer bos, nog meer wortels, nog meer rotsblokken en grote keien. Ik kan geen bomen meer zien. Dan in de verte tussen de bomen door een waterval die loodrecht minstens honderd meter naar beneden valt. De waterval is hemelsbreed honderd meter verderop, maar om er naartoe te komen zou je minstens ook honderd meter lager terechtkomen. Laat maar zitten dus. Een kwartiertje verderop staan de bomen wat minder dicht op elkaar en kom ik weer bij een rotsveld. Tot mijn schrik zie ik dat de oranje bordjes in het rotsveld recht omhoog gaan. Geen idee hoe ik dit ga doen en mijn GPS wijst nog maar net iets meer dan drie kilometer aan! Ik ga zitten op een rots en eet een mars, ik kan nu wel wat pure energie gebruiken. Ik kijk over de vallei heen. Mooi uitzicht, jammer dat het steeds bewolkter wordt. Ik snap het niet, de vrouw had het over een muur aan het einde van het traject. Dit is een muur, maar toch nog niet het einde van het traject? Ik besluit het maar te doen, en begin, inderdaad met handen en voeten omhoog te klauteren wat nog niet meevalt. Gelukkig zijn er stenen om mijn voeten op te zetten, en ook hier weer overal boomwortels waaraan ik me vast kan houden. De stenen worden aan alle kanten omstroomd door water. De bodem die onder aan deze rotsval drassig leek, begint nu te stromen, alsof ik midden in een riviertje sta. Eigenlijk is dat ook gewoon zo. Ik kijk achter me, en zie het hemelse uitzicht waar een zonnestraal door de wolken heen prikt omringd door een kleine blauwe plek in de wolken die een deel van de vallei hel verlicht. Prachtig, ben ik zo hoog geklommen dat ik in de hemel ben gekomen?
Dan wordt het lastig. Omhoog een glijbaan van lichtbruine modder, ongeveer drie meter. Daarnaast snelstromend water. Takken naast de glijbaan. Ik hijs me omhoog en glij even hard weer naar beneden. Mijn broek is nu net zo bruin als de modder, gelukkig slaag ik er in met mijn kont al heel wat op te vangen op deze trip. Ik besluit maar dwars over te steken naar de overkant van het stenenveld. Getuigen de sporen die ik hier ook zie ben ik niet de eerste die voor deze aanpak kiest. Dan worden de stenen en wordt de helse helling vlakker. Ik zie de kenmerkende U-vorm van een gletsjervallei die door lijkt te komen en uitkomt in wat vanuit dit standpunt lijkt op een kom tussen de bergen. Raad, ik ben nog lang geen vier uur onderweg, maar het lijkt dat mijn bestemming in zicht is.
De gletsjervallei is met sneeuw bedekt en de wolken komen steeds lager te hangen. Het regent in het paradijs. Ik loop, jawel, ik loop in plaats van te klauteren, voor het eerst sinds mijn vertrek meer dan een kilometer lager. De kilometerteller op mijn GPS wijst nog maar vier kilometer aan, en ik loop over een lage heuvel met stenen door een alpine weide. In de verte zie ik een asgrijs meer. Jammer, op de foto's was het fel turquoise blauw. Het meer eindigt in de wolken verderop. Ik zie tenten staan, voor de mensen die het niet aandurven in een dag op en neer te gaan. Het is koud en nat, maar ik ben er. Deze ijzige hoogvlakte geeft me een warm gevoel van binnen, terwijl de wolken in steeds hoger tempo aan komen denderen. Het begint zachtjes te sneeuwen. Wolken en natte sneeuw kunnen ook mooi zijn.
Natte sneeuw? Sneeuw op de helling from hell? No way! Tijd om terug te gaan! Merkwaardigerwijs lijkt de terugweg veel minder goed gemarkeerd als de heenweg. Ik loop af en toe mis, maar vind de helling na een tijdje weer terug. Ooit bovenaan een glijbaan gestaan en met knikkende knieŽn naar beneden gekeken? Dat gevoel ongeveer... Ik begin de afdaling. Het lijkt alsof er nu meer gladde stukken modder zijn als op de heenweg. Ik zorg ervoor altijd op een of andere manier contact te hebben met iets wat ervoor zorgt dat ik niet tť snel onderaan de helling ben. Sommige stukken zijn te groot en ik vind niet beter dan een struik of wortel en daar glij ik een paar keer vanzelf verder. De ene keer een halve meter, de volgende keer iets verder. Ik moet eruit zien als een holbewoner maar kom uiteindelijk onderaan de hel-ling terecht. Waarom doen mensen zoiets? Is er niet gewoon een helicoptervluct of zo naar boven toe?
Dan komt het bos, het eindeloze bos. Op de heenweg heb ik ruim twee uur door het bos gelopen en dat is niet echt een feest. Te weinig licht, te veel wortels en te snel. Ik probeer het tempo erin te houden op mijn weg naar beneden, maar voel tegelijk ook de pijnscheuten in mijn spieren als ik een iets te grote stap neem en mijn beenspieren net iets te veel op moeten vangen. Vooral de bovenbenen, spieren die je als hardloper eigenlijk veel te weinig traint. En de knieŽn. De meeste kracht komt terecht op de knieŽn, waar vier lullige kleine spiertjes het hele lichaamsgewicht op moeten vangen. Hoe lager ik kom, hoe minder stevig het totaal aan spieren wordt, met trillingen als gevolg, waardoor ik meermaals niet naar beneden stap maar glijdt. Afdalen gemakkelijker? Op asfalt misschien, hier niet. Gelukkig is het opgehouden met regenen.
De laatste meters. Mijn benen voelen drie keer zo zwaar als normaal, nog even doorzetten. De parkeerplaats in de verte. Een welkomstcommitťe van muggen, alsof ze me willen omhelzen en feliciteren met deze prestatie. Alsof ik een marathon voltooid heb, maar dan zonder publiek. Geen mensen gezien, behalve die drie, helemaal alleen op het pad dat aangeduid werd als de zwaarste hike in dit deel van de Rocky's. Ik plof neer in de auto en start de motor. Als ik vijf minuten later de grote weg opdraai, barst de stortregen los. Ik kijk achter me en zie geen berg meer maar wolken. Ik voel met voldaan.

Download as a pdf Download as a PDF - - 0 comments.

Comments