sandervanvugt.org

Languages

   

Recente tweets

Stay up to date

Receive a e-mail when there is a new story posted? Then register you email here.

our packages

Brussel

September, de eerste keer. Het adres van de klant is maar 98 kilometer van huis en ik moet er om 9 uur zijn. Blij eindelijk weer eens in de buurt te k
readmore Download as a pdf

Wedgemount Lake

Eigenlijk wilde ik hier helemaal niet zijn. Canada, stel je voor, en geeneens de US of A. Hoe konden de organisatoren van de conferentie het in hun ho
readmore Download as a pdf

Naar groenland

Maart 2004 Ik zit in het vliegtuig van Amsterdam naar Seattle en zie Groenland voor het eerst, vanaf een hoogte van elf kilometer weliswaar, maar toc
readmore Download as a pdf

Linux conf Australia

Going Down Under It's a long, long trip from the Netherlands to Brisbane, Australia, but when I can afford it, I think it's worth going there for the
readmore Download as a pdf

Monsieur van Vugt

Zuid Afrika, Mei 2009 "Monsieur van Vugt? Monsieur van Vugt?" Bij de uitgang van Air France vlucht 2141 van Amsterdam naar Parijs stond een meneer di
readmore Download as a pdf

Naar groenland - Download as a pdf Download as a PDF - Leave a comment - 0 comments.

Maart 2004
Ik zit in het vliegtuig van Amsterdam naar Seattle en zie Groenland voor het eerst, vanaf een hoogte van elf kilometer weliswaar, maar toch. Wat een pracht, de ijsbergen voor de oostkust, de bergen aan de kust die met hun grillige pieken naar de hemel rijken en het oneindige ijs in het land. Dit is het einde van de aarde, natuur in zijn meest pure vorm, onbedorven door mensen. Hier moet ik een keer naartoe.

Herfst 2006
Donderdagmiddag, ik kom uit Leusden en heb daar de hele dag les gegeven. Ik ben moe en het regent. Ik moet op tijd thuis zijn, want we zitten op Salsa. Maar dit is Nederland en het regent en als het regent in Nederland, staat alles stil. Tussen Utrecht en de brug bij Gorkum staat twintig kilometer file en ik heb geen alternatief. Ik race over landweggetjes, langs fietsen en kanalen waar twee auto's die elkaar tegemoet komen elkaar niet kunnen passeren. Waar ben ik mee bezig? Ik moet op tijd thuis zijn, want om zeven uur begint de Salsa.
Ik voel me een slaaf. Slaaf van mijn eigen programma en mijn eigen planning. Oké, het gaat goed, zakelijk gezien. Ik heb geld op de bank en reis business class, maar ik ben gestrest. Honderdvier kilo, gestrest en eigenlijk altijd moe. Als dingen tegen zitten, daar wind ik me over op. De adrenaline jaagt me dan door het lijf, alsof ik er zo iets aan zou kunnen doen. Dat kan ik niet, maar ik blijf het proberen. Is er een file? Dan rijd ik er omheen, plaatselijk verkeer en fietsers daarbij totaal negerend - wat heb ik daar mee te maken? Ik heb het gemaakt, ben succesvol zakelijk gezien en daar hoort gewoon bij dat je dingen soms naar je hand moet zetten. En soms lukt dat niet. En dan kom je thuis, compleet afgebrand. Ga ik zo tachtig worden?

Juni 2008
Het is eind juni. Ik heb net de Linux crashcourse afgerond. Drie dagen cursus geven, van acht tot tien. Het lokaal in Leusden waar ik dat gedaan heb, daar is iets mis mee. Ik heb kou gevat of zo, ik heb pijn in al mijn spieren, pijn in mijn hoofd en ben intens moe. Ik kom thuis op donderdagmiddag. Zaterdag moeten we op vakantie. Ja, je leest het goed, we moeten. Ik kan het niet. Ik kom thuis, mompel dat ik me niet goed voel en ga naar bed. Daar blijf ik de komende dagen in liggen.
Op vrijdag blijkt dat we toch een probleem hebben. Onze jongste, Alex is astmatisch en zou deze zomer gaan kuren in de Alpen om te kijken of hij zo eroverheen kan komen. Ik bestel treinkaartjes op het Internet voor vrouw en kinderen die op zaterdagochtend vertrekken.
Als de deur dichtvalt ben ik alleen. Heb ik griep? Ben ik opgebrand? Ik weet het niet. Of eigenlijk weet ik het wel. Dodelijk vermoeiend om steeds maar alle situaties naar je hand te willen zetten. Ik breng nog steeds de dag in bed door. Uurtje wakker, uurtje slapen. Televisie aan, uurtje kijken, weer in slaap vallen.
Als ik op zondagochtend eindelijk zo ver kom om naar beneden te gaan om een beschuit te eten, besluit ik dat het genoeg is. Er moet iets anders. Waarmee zullen we eens beginnen? Honderdenvijf kilo. Dat is te veel. Hoe het komt? Simpel. Ik heb suiker nodig om me de energie te geven om mijn werk te kunnen doen. Moe? Dan neem ik een mars. Weer moe? Dan een glas cola. Weer moe? Dan maar een Red Bull. Ik leef op suiker en ik krijg het idee dat suiker me uitput.

Juli 2008
Na een week bijkomen reis ik naar Frankrijk, om mijn gezin te ontmoeten. Er is een hoop gebeurt in deze week. Ik heb een knop omgezet. Het doel? Geen dingen meer eten waar ik moe van wordt. Ik mis de energie die ik vroeger had. Dus ik heb suiker verbannen. Toen ik me na het weekend weer wat beter begon te voelen, was dat ook vrij eenvoudig te doen. De eerste dagen had ik alleen maar droog beschuit gegeten. De dagen erna ook een kopje soep. Beter gezegd, bouillon van kippensoep. Later ook een bruine boterham erbij. Daarna wat salade, vis en vlees. Ik besluit het hier bij te houden.
Ik heb mijn eigen dieet uitgevonden, het hapschrap dieet. Hoe het werkt? Luisteren naar jezelf. Jezelf afvragen waar je nu eigenlijk mee bezig bent. En na een paar dagen trek ik de conclusie dat het eigenlijk heel eenvoudig is. Geen aardappelen, rijst of pasta, als vlees alleen maar vis en gevogelte, geen suiker meer, zelfs niet in de koffie (dat was wennen), geen bier meer, geen marsen, cola, magnums, Red Bull en me ook niet voor de gek houden met light producten. En raad eens? Na een week ben ik drie kilo lichter en begint het er zelfs op te lijken dat ik ontspannen ben.
De dieperliggende gedachte? Ergens is er iets niet in orde met de energiehuishouding in me. Die ga ik repareren. Eerste fase? Gewicht verliezen. Ik ben te dik, ik ben vet, ik kan mezelf niet eens meer zien pissen, het enige wat ik zie als ik voor een boom sta is een straal pis die ergens onder mijn buik vandaan komt. En al dat vet dat maakt me moe. Ik weet niet waar ik wil stoppen, maar er moet het nodige vanaf. Ik ben het zat. En als ik dan meer energie over heb, dan wordt het met de stress vanzelf ook wel minder. Want stress komt eigenlijk voort uit het gegeven dat je te weinig energie hebt om de dingen in je alledaagse leven aan te kunnen. En één ding staat voorop, ik vind het werk, het reizen, de status die ik in mijn vakgebied verworven heb veel te leuk om dat zomaar te laten vallen.

Augustus 2008
Vierennegentig kilo inmiddels. Het gaat goed en mede door de lange vakantie die ik dit jaar zo heb, begin ik me af te vragen of het niet tijd wordt om eens wat aan sport te doen. Ik zou willen fietsen, maar ik ben in Amerika en waar haal ik hier in Godsnaam een fiets vandaan?
Ik ben net aangekomen in San Francisco om mijn jaarlijkse toespraak te houden op LinuxWorld. Ik zet mijn computer aan en maak verbinding met Internet. Mail van Dina uit Denemarken. Dina werkt voor een Deens bedrijf waarmee ik een paar keer zaken heb gedaan. "Business Opportunity in Greenland". Of ik naar Groenland wil voor een cursus. GROENLAND VOOR EEN CURSUS? Wonen daar mensen dan? Wonen daar zoveel mensen dan dat het de moeite is mij ernaar toe te sturen voor een Linux cursus? Kennelijk wel dus. Opgewonden, maar zonder ook maar enigszins te geloven dat dit echt zou gaan gebeuren, mailde ik terug dat ik uiteraard naar Groenland wil voor een cursus. Groenland, een dusdanige droombestemming dat het nog niet eens in me opgekomen was dat je daar ook gewoon naar toe zou kunnen gaan. Een oude droom, ik heb het vaak genoeg vanuit de lucht mogen aanschouwen, op een van de vele reizen naar Amerika.
Ik bekeek mijn agenda, duwde wat andere afspraken opzij en was uiteindelijk in staat een aanbieding te doen, eind november.

27 Augustus 2008
Vandaag is de dag. Sinds de officiële lancering van Sander 2.0 ben ik meer dan tien kilo kwijt geraakt. En raad eens? Ik heb weer wat energie. Het houdt niet over, maar het mag er zijn. En aangezien het een soort natuurwet is dat je met energie energie opwekt, zit ik al een tijdje te broeden in mijn hoofd. Ik moet weer gaan sporten! Ik liep er tijdens mijn trip in Amerika al mee rond, maar nu moet het er ook maar eens van komen!
Ha, Sander en sporten. Nou, daar kunnen we een lange lijst over verzinnen. Mijn eerste sportherinnering is Quick Stick, de hockeyclub in Heerenveen. Ik zie mezelf nog staan op Woensdagmiddag bij de entree van de hockeyvelden. Velden vol met hockeykinderen die allemaal precies wisten waar ze naartoe moesten en daar hoorde ik vanaf die dag ook bij. Met als enige verschil dat ik geen idee had waar ik naartoe moest. "Je ziet vanzelf wel kinderen die aan het hockeyen zijn, daar moet je wezen". Tsja, hoe makkelijk is dat voor een jochie van een jaar of tien?
Helaas voor mij wist iedereen hoe het spel in elkaar zat, behalve ik. En de andere kinderen ergerden zich aan zoveel onkunde, dus echt veel vriendelijke woorden vanuit die kant heb ik nooit mogen ontvangen. Ik denk dat ik het uiteindelijk twee jaar heb volgehouden totdat mijn ouders me van hockey vrijgesproken hebben.
Helaas kom ik uit het soort gezin waar je nu eenmaal wel íets aan sport moest doen, dus brak de periode aan van tennis. "Gezellig met papa en mama, je broer en jou kunnen we dan gaan tennissen". Hier had ik een racket, daar was een muurtje en ga maar wat oefenen. Nou, het lukte me altijd wel om de bal een keer tegen het muurtje te slaan, maar om een of andere reden kwam die rotbal altijd op een andere plek terug als waar ik hem verwachtte.
Dan maar op les, in een klasje met acht andere kinderen. Ook daar was ik al snel de slechtste uit mijn klasje. Goed, met minder kinderen dan, totdat ik na vier jaar eindelijk op privéles kwam. "Nu moet het toch echt wel wat worden", was het idee. Die privéles heb ik ook nog eens twee jaar uitgehouden. Tot zwarte zaterdag aan toe. Op die dag gingen we gezellig met de buurtjes tennissen. En de buurtjes in kwestie hadden drie kinderen. Paul, een jaar ouder. "Nee, ik speel niet met Sander, dat is saai want die mist alles". Caroline, een jaar jonger. Daar wilde ik zelf uit respect voor Caroline niet mee tennissen. (Of was het omdat ik heimelijk verliefd op haar was en liever niet voor haar af wilde gaan?). Dus, dan maar met Monica. "Goed voor je zelfvertrouwen Sander, Monica is acht jaar jonger, (zij zes, ik veertien) daar moet je het wel van winnen", fluisterde ma me nog in.
Je raad al hoe dat afliep. 6-1, 6-0, 6-0. Voor Monica dus. Dat was ook de psychologische druppel. Ik ben geen sportman. Zeker niet als het teamsporten zijn die iets met een bal te maken hebben. Schaatsen, Windsurfen en wielrennen daarentegen, daarin heb ik mezelf altijd best heel aardig gered. Tot het moment dat het huwelijk en loonslavernij intraden. Geen tijd meer om te sporten. Ik heb het nog geprobeerd met Fitness, tot groot genoegen van de fitnessclub die best wel wat geld aan mijn sponsoring verdiend hebben. De laatste poging was nog vier jaar geleden. Ik had mijn baan opgezegd om voor mezelf te beginnen en zou nu eindelijk wat meer tijd overhouden voor mezelf. Dus op Fitness.
Kom je thuis, aan het eind van een veel te lange dag en dan moet je jezelf ertoe zetten te gaan fitnessen. Kinderen eindelijk op bed (een verantwoordelijke pa gaat toch niet fitnessen als hij ook met zijn kinderen kan zijn?), tijd om te fitnessen. Tas inpakken, er naartoe rijden (met de auto natuurlijk, minstens tien kilometer, dat ga je toch niet fietsen?) omkleden. Voordat je eindelijk in de apparaten hangt ben je een half uur verder. Dan ook weer een half uur om te douchen, om te kleden, naar huis te rijden en het uur dat ik mezelf gegund heb om te gaan sporten is voorbij. Op vrije ochtenden heb ik het met genoegen gedaan zo af en toe, maar eens in de maand een ochtendje naar de fitnessclub, dat zet geen zoden aan de dijk.
Sporten dus, maar dan wel met een kans van slagen. En dat betekent: minimale voorbereidingstijd voordat ik met de daadwerkelijke sport kan beginnen en hoog rendement. Dat bekent: maximaal resultaat na minimale investering in tijd. De deur uit stappen en direct beginnen met sporten dus eigenlijk. Het zou een idee zijn mijn racefiets weer uit de garage te pakken, maar waarschijnlijk is dat geen goed idee. Racefietsen doe je namelijk niet als het donker is in de winter (die er over niet al te lange tijd weer aankomt), je doet het niet als het regent (al dat opspattende water in de nek, gruwelijk), en het kost te veel tijd. Daar komt dan nog eens bij dat ik veel op reis ben. De ideale sport moet portable zijn, en even eenvoudig uit te voeren in Frankrijk als in Finland, in Singapore als in San Francisco.
Hardlopen dan maar?
Als er iets is waar ik in mijn middelbare schooltijd altijd een hardgrondige hekel aan heb gehad, is het hardlopen. Ik moet nog denken aan gymleraar Wilders die er een sadistisch genoegen in schepte ons coupertests te laten lopen, waar Freek en ik steevast achteraan liepen. Tijdens het hardlopen doet zo ongeveer alles pijn. Vooral de ademhaling die met geweld door mijn borstkas jaagt en daar pijn doet. Waardoor zo ongeveer de hele borstkas pijn doet. En daarnaast de druk op de knieën.
Ik heb het nog een keer geprobeerd, in 1992, tijdens stoppen met roken poging één. Drie keer is het me gelukt, drie keer achter elkaar totdat ik zo veel pijn in mijn knieën had dat ik drie weken moest revalideren. Waarbij ik overigens gelijk ook maar weer begonnen ben met roken, wat tot 1998 heeft geduurd omdat ik me afvroeg of het gegeven dat ik drie maagpillen per dag nam iets te maken had met het roken.
Maar toch,ondanks alle nadelen, hardlopen voldoet wel aan alle eisen. Ik kan er bij mijn voordeur mee beginnen. We wonen aan de rand van de stad, honderd meter verwijderd van een onverharde weg die langs weilanden en boomgaarden iets verderop in een uitgestrekt bosgebied terecht komt. Een prachtig gebied. Geloof ik tenminste, want de afgelopen tien jaar heb ik niet echt vaak de tijd genomen om ernaar te kijken. Hardlopen is transportabel en het kost weinig tijd. Hardlopen dus. Ik besluit om maar eens naar de winkel te gaan om een hardloopoutfit te kopen. We passen het wel serieus aan deze keer, dan zal ik vast ook meer gemotiveerd zijn omdat ik een aardige investering heb gedaan in hardloopkleren.
Vincent, onze oppas (de beste oppas van de hele wereld), zevenenveertig jaar en heel direct, moest er smakelijk om lachen. En om een of andere reden is het ongeloof van Vincent precies dat wat ik nodig heb om gemotiveerd te raken. Hij irriteert me, en dat motiveert me. Dus naar de Intersport gegaan om daar alles aan te schaffen wat je nodig hebt om met hardlopen te beginnen. Niet alleen maar schoenen, maar ook de kleding, inclusief een jack, shirt en twee hardloopbroeken. Al met al een kleine driehonderd Euro aan uitgegeven, maar dat is juist goed. Als de initiële investering maar groot genoeg is, dan motiveert dat ook om er een tijdje mee door te gaan.
Zaterdagmiddag 27 augustus, half twee. Florence en de kinderen zijn even weg. Nu is het moment. Korte broek aan, mijn gloednieuwe Nike schoenen. Relaxed de straat uitgelopen (wil toch niet dat alle buren getuige zijn van mijn afgang?). De hoek om en daar gaan we. Het voelt nu al onwennig. Mijn spieren schreeuwen, wat doe je nu! De eerste twintig meter ging best aardig. Toen kwam ik er achter hoe beroerd mijn ademhaling eigenlijk is. Mijn longen hebben geen idee wat ze ineens moeten doen. Dit hebben ze al in geen jaren meer gedaan!
Doorzetten. Het bouwterreintje langs. Dat is de eerste honderd meter. Pijn in mijn benen. Langs de boomgaard. Weer driehonderd meter erbij. Mijn God, mijn longen staan in brand. Doorzetten! Langs het bosje. Dat maakt een totaal van vijfhonderd meter. Ik kan niet meer. Dat was hem voor nu. En maakt dat wat uit? Morgen gaan we weer.

Voorbereiding van de reis
De volgende twee maanden was een ping-pong van mailberichten. De klant is nog steeds geïnteresseerd, of ik de data nog even vast wil houden. De klant heeft bevestigd, maar ik hoef nog geen reserveringen te maken. Nee, nog steeds geen nieuws over de reserveringen. Ja, de klant wil echt, maar ik moet nog even wachten. Stuur je paspoort gegevens, dan kan de klant je ticket boeken. Ik vind het ook vervelend dat het allemaal zo duurt, maar hou alsjeblieft de data nog even vast.
En dan, ergens halverwege oktober, mail van Air Greenland. Een economy restricted ticket heen op 14 november en terug op de 26e. Met mijn naam erop! Het gaat dus echt gebeuren!

Kangerlussuaq, Groenland, 15 November 2008
Tsja, daar ben je dan. Min 7 graden celcius op Kangerlussuaq, de enige internationale luchthaven van Groenland. Dat is: de enige luchthaven waar een groot vliegtuig als de Airbus 330 van AirGreenland kan landen. Luchthaven? Tsja, dat moet je ook maar net weten. De aankomsthal is zo groot als een gemiddelde Hollandse huiskamer en daar moet je dus zo snel mogelijk doorheen om plaats te maken voor alle mensen achter je. Zelfs al zou je willen blijven staan, dat kan niet. Toch nog een ruime honderd mensen, wie had dat nou verwacht op een vrijdag midden in November?
Eenmaal binnen in het luchthavengebouw kom je twee dingen tegen: de tax free winkel (erg groot) en de vertrekgate. Ondanks dat AirGreenland meerdere bestemmingen heeft vanaf Kangerlussuaq is dat er maar een en je moet drommels goed in de gaten houden dat je op het goede moment instapt. Want om nou te zeggen dat het goed gecontroleerd wordt wie je bent en waar je naartoe gaat, niet dus. Heel eenvoudig om erlangs te glippen en toch een andere bestemming uit te kiezen. Daarbij komt dat de taal een uitdaging is. Aankondigingen zijn eerst in het Groenlands en dan in het Deens. Het is echter zo'n enorme herrie in het luchthavengebouw dat je van goede huize moet komen om ze te verstaan, zelfs al zou je de taal machtig zijn.
Alle bestemmingen vanaf Kangerlussuaq worden aangevlogen met een Dash 7; dat is een kruising tussen een vliegende tank en een bus. Ooit in een film of in het echt een militair vliegtuig van binnen gezien? Nou, dan heb je dus ongeveer het comfort van de Dash-7. Het goede aan dit vliegtuig is dat het vier krachtige propellors heeft waarmee het onder de meest bizarre weersomstandigheden nog kan vliegen. En dat kon wel eens nodig zijn.
In de Dash 7 mag iedereen zijn eigen plekje uitzoeken. Gelukkig had ik het voordeel een plekje bij het raam te vinden, helemaal voor in het toestel, zo ver mogelijk bij de deur vandaan waar iedereen instapt. Niet zo'n verkeerde plek, want er zijn ook stoelen (zeg maar een veredelde plank) waarop je achterstevoren zit zodat je net als in de trein met z'n vieren tegenover elkaar zit. Leuk als je wilt voetjevrijen met de dame tegenover je. En zie dan maar waar je je bagage laat.
Tijdens de reis zat ik naast een inheemse groenlander. Je hebt hier twee soorten mensen, de Denen, lang en blond over het algemeen, en de groenlander. Het verbaaste me te zien dat het type mensen nog het meeste weg heeft van een Japanner. Als ik de context niet geweten had en je me verteld had dat ik in Japan geland zou zijn, dat had ik dus ook geloofd. Wel heel aardig allemaal, iedereen wisselt in het vliegtuig zijn lectuur uit. Zo zat de gigantische Groenlander naast me op een gegeven moment vol interesse mijn National Geographic Adventure (Nederlandse editie) te lezen, en ik met even veel interesse zijn Groenlandse krant. Als er maar leuke plaatjes in staan, zullen we maar zeggen. En ach, het voordeel van de Groenlandse krant is dat deze tweetalig is, naast het Groenlands staat alles er ook in het Deens en als je nou een beetje je best doet, dan kom je als Nederlander met Deens echt een heel eind. Ik geloof serieus dat Deens nog dichter bij het Nederlands staat als Duits.
Wonder boven wonder hadden ze aan boord van de Dash 7 nog service ook, een stewardesse kwam rond met koffie en koekjes, vieze koffie, knapperige koekjes maar dat maakt niet uit. Het gaat om het gebaar zeg maar. En daarnaast, dit is Groenland, koffie is warm en dat is eigenlijk het enige dat telt. De verbroedering van de safari in Afrika, maar dan in de ijzige poollucht. Ik was natuurlijk bij het raam gaan zitten voor het uitzicht, nou, dat dat had ik dus niet hoeven doen. Het uur van Kangerlusuuaq naar de Groenlandse hoofdstad Nuuk, hebben we echt de hele tijd in een sneeuwbui gevlogen. Om je heen dus Grijs, in alle denkbare tinten. Oersaai dus. Gelukkig maar dat ik om de tijd te doden wel twee Groenlandse kranten aangeboden heb gekregen.
Na een uurtje kwamen we dan aan op Nuuk, het vliegveld van de hoofdstad. Hoe dat gaat? Om te beginnen laat het vliegtuig het motorvermogen afnemen. Als je niet beter weet denk je dat hij de motoren uitzet en dat midden in de vliegende storm. Gelukkig weet ik wel beter, want anders, in combinatie met het gegeven dat het vliegtuig steeds dichter gaat vliegen boven de woest schuimende koppen van het Fjord waaraan Nuuk ligt, zou je het wel eens benauwd kunnen krijgen. Op het moment dat je ongeveer tien meter boven de schuimkoppen bent, is er dan ineens een berg, waar je vervolgens echt een metertje of drie boven de ruige rotsen zit. Nog niet in je broek gepist inmiddels? Mooi, dat hoeft ook niet, want vervolgens is er de landingsbaan.
Die landingsbaan deed me denken aan de winter van 1979, zegmaar de enige echte winter die ik ooit in Nederland heb meegemaakt. We woonden in Friesland, ik was 11, het had eerst geijzeld en daarna was het heel erg gaan sneeuwen. We konden toen schaatsen op de straten. Nou, dat kan in Nuuk ook. Maar hier blijkt hoe prettig het is om in de goede onconfortabele robuuste Dash 7 te zitten, want die landde zonder problemen. Voor het uitstappen waarschuwde de piloot nog dat er wat wind was en het een beetje glad kon zijn.
Wat wind? In Nederland noemen we dat een zware storm. De sneeuw vloog horizontaal door de lucht en in de buurt van het luchthavengebouwtje (vergelijk maar met een bouwkeet) klapt de wind tegen het gebouw aan en neemt de vorm aan van een soort draaikolk in de lucht. En op de grond? Net als Heerenveen in de winter van 1979. Het interessante gegeven is echter de windkracht 10. Die zorgt ervoor dat het een hachelijke onderneming wordt vooruit te komen op de spekgladde ondergrond. Je doet een stap vooruit en de wind wil je zo snel mogelijk weer terug blazen.
De aankomsthal in Nuuk was nog kleiner dan in Kangerlussuaq. Maar dat is dan het verschil tussen de hoofdstad en het regionale luchthaventje denk ik. Waar het in Kangerlusuaq nog een huiskamer formaat had, was het nu meer een soort slaapkamer. Met een piepklein lopende bandje, in totaal niet meer dna zes meter schat ik waar de bagage op aankwam. Gelukkig was die allemaal goed aangekomen, ik maakte me daar toch een beetje zorgen om omdat de horoscoop in de Telegraaf op donderdag gezegd had dat ik een verre reis uit moest stellen omdat er wat mis kon gaan, bagageverlies? Stond er bij. Maar daar was ik dan, op Nuuk Airport, met mijn beide koffers.
En toen? Rechtsaf en soort nooduitgang met een bordje exit. Rechtdoor de tax free winkel (volgens mij de enige reden dat er zoveel mensen zijn in Groenland die willen gaan vliegen). Ook rechtdoor, de wachtkamer van de mensen die in willen stappen. Ook hier overigens weer een totale afwezigheid van wat voor vorm van security dan ook - ik snap waarom je niet vanuit Noord Amerika naar Groenland kunt vliegen. Zou het de nooduitgang zijn? Dat kan toch niet? Even kijken? Nee, dat is alleen maar een parkeerplaats, geen taxi's, geen bussen, niets verder.
Gelukkig klopte er toen iemand op mijn schouder. Ben jij Sander? Vroeg een tengere jongeman in gebroken Engels. Ja, dat ben ik. De jongeman in kwestie was Hendrik, de hoofd systeembeheerder aan wie ik cursus ga geven en hij had het heerlijke idee gehad me op te komen halen vanaf de luchthaven. Gelukkig maar, want anders was het hier mis gegaan. Hendrik mijn held. Ik had 's ochtends mijn Deense contactpersoon Kim moeten ontmoeten op de luchthaven van Kopenhagen, met de laatste instructies over hoe en wat als ik eenmaal in Groenland aangekomen was. Maar helaas, Kim heeft denk ik vast gezeten in het verkeer, het regende nogal in Kopenhagen en was te laat, die had ik dus gemist. Maar hier was Hendrik, mijn reddende engel die me door de sneeuwhopen op de parkeerplaats naar zijn auto leidde waarin hij me meenam naar het centrum van de hoofdstuk Nuuk.
Eigenlijk had ik dus geen idee wat mijn klant überhaupt geregeld had voor de overnachting. Hendrik ook niet, maar hij wist wel dat er een sleutel klaarlag bij het hotel. Dat bleek de sleutel te zijn van een appartement dat ik samen met een andere trainer mag delen. Nadat ik het hotel gezien had, had ik daar overigens niet zo'n moeite mee. Het hotel (het enige in Nuuk), doet nog het meest denken aan een uit de kluiten gegroeide strandtent, maar dan zes etages hoog. Dat geldt niet alleen voor het exterieur, maar ook voor het interieur - voor zover ik dat kon zien want heel veel verder dan de receptie ben ik niet gekomen. Gelukkig legde de receptionist uit waar mijn apartement zich bevindt waarvoor men in het hotel de sleutel klaar had gelegd. Jammer alleen dat het een gedeeld appartement was.
Vervolgens reden we over de glibberige weg door het centrum vna Nuuk naar het appartement. Onderweg wees Hendrik me aan waar ik winkels kon vinden. Opmerkelijk, ik zag alleen maar traditioneel Groenlandse houten huizen en barakken, van de buitenkant zie je er echt niet aan dat het een winkel is. Eenmaal binnen blijkt echter dat ze er complete supermarkten in verstoppen, net zo modern als in Nederland, alleen iets minder grootschalig.
Het appartement bevindt zich in een 12 etage's hoge flat, die naast een flat staat die er precies hetzelfde uit ziet. De twee torens noemen ze dat hier. Onwikkeleurig flitse door mijn hoofd: twin towers? In tegenstelling tot de rest van Nuuk een hypermodern wooncomplex met daarin een al even modern appartement waar ik de komende tien dagen door mag brengen. In het appartement een welkomstbriefje van Michael, mijn onverwachte roommate voor de eerste zes dagen. Toch leuk dat hij er aan gedacht had een welkomstbrief klaar te leggen, zelfs met een plattegrond van Nuuk waarop hij aangegeven had waar het centrum is en waar het appartement, handig om de weg terug weer te vinden. Tijd voor praktische zaken nu: bagage neerzetten en winkelen. Je moet toch iets te eten hebben en ik had geen idee hoe laat de winkels dicht gaan (Hendrik volgens mij ook niet).

Winkelen
Gelukkig was Hendrik zo aardig me af te zetten bij de winkel. Zouden ze hier wel verse groente hebben? Nou, dat was niet echt het probleem. Zelfs een schap met biologische producten. Snel een mandje volgeladen, 6 appels, 6 bananen, een doosje blauwe bessen, krop sla, tomaten, brood, crackers, jam, boter, rugtasje om het allemaal mee te nemen, blikjes sardines, gerookte zalm, gerookte makreel, pot yoghurt, 3 mango's en vier biertjes. 1048 Deense kronen!!! Voor alle duidelijkheid, dat is dus 150 Euro voor een mandje boodschappen. Gelukkig maar dat ik hier zakelijk ben, bonnetjes bewaren dus want je snapt dat uiteindelijk de Deense klant dit alles gaat betalen.
Vervolgens het rugzakje ingepakt, lichte spul in de tas, jas goed dicht, muts op, handschoenen aan en lopend terug. Al met al zal het een kilometer zijn denk ik, minuutje of tien lopen dus, daar zag ik niet echt tegenop. Waar ik echter geen rekening mee had gehad, is dat het een minuutje of tien tegen de wind in lopen is. En op het moment dat die wind horizontaal vliegende sneeuwvlokken (hele kleine stukjes ijs eigenlijk) transporteert, dan ontdek je ineens dat een kilometer best lang is. Die vervelende dingen vliegen namelijk in je ogen, het is dus best lastig je ogen open te houden terwijl je loopt. En dan zit er onderweg ook nog een heuveltje. Niet hoger dan een meter of acht, maar wel aan alle kanten bekleed met ijs. Probeer dat maar eens met windkracht tien tegen te beklimmen en weer af te dalen. Dat viel dus nog niet echt mee. Uiteindelijk wel overleefd en koud en ineens heel moe het appartement weer bereikt.
Eindelijk tijd het appartement iets beter te bekijken. Boodschappen uitgeladen en opgeruimd. Interessant, waarom staan er in een keukenkastje wel 12 blikjes sardines met een paar pakken pasta? De eigenaar van het appartement houdt nog van gezellig ook, twee grote zakken met kaarsjes. Verder niet op gelet, al lang blij dat ik nou eindelijk even kon gaan zitten, een beetje kon werken op de computer en even naar huis kon Skypen. Want internet, dat hebben ze hier dus gewoon wel overal. Eén hele satellietschotel die Groenland met de rest van de wereld verbindt, om precies te zijn. En ze kijken vol verlangen uit naar de zeekabel die begin volgende jaar klaar moet zijn.

Avond in Nuuk
Rond half vijf kwam mijn kamergenoot aan. Een man van achter in de veertig, docent, net als ik, uit Denemarken. Aardige vent wel en vooral belangrijk: de tiende keer dat hij in Groenland is. Want een ding is me ondertussen wel duidelijk geworden, je hebt hier een gids nodig, iemand die weet hoe het er aan toe gaat en hier en daar wat tips kan geven. Zelfs al lijken sommige dingen hetzelfde, alles is hier toch wel heel anders. Al snel kwam het gesprek op eten terecht. Groenlands eten schijnt vrij bijzonder te zijn, met heel veel vis en dat is nu precies iets wat ik wel lekker vindt. Dus, gebeld naar het beste restaurant in town, zo'n restaurant waarvan iedereen zegt dat het veel te duur is. Mooi gelegen aan de oude haven, dat is de haven waar je ijsbergjes voorbij ziet drijven.
Die ijsbergen leken me altijd heel erg magisch, maar als ik eerlijk moet zijn? In het echt vallen ze tegen. Gewoon stomme stukjes ijs die drijven in het water. Maar goed, dit zijn dan ook niet de echte ijsbergen als je de verhalen moet horen, in het Noorden zijn ze veel groter. Hopelijk laat het weer het toe om daar vrijdag naar te gaan kijken. Voor vrijdag staat er namelijk een trip naar Ilulissat op het programma, een plaats die kort geleden door Unesco op de lijst van "wereld erfgoed" gezet is en waar het ijsfjord heel bijzonder schijnt te zijn. Had er nu al zin in, want om eerlijk te zijn, wat ik zo van Nuuk zie is niet echt bijzonder mooi. Lelystad op zwarte rotsen met sneeuw.
Tijdens het eten gesproken met Michael, mijn Deense roommate. Wat ik zeg, hij is hier veel vaker geweest en heeft daarom best bruikbare tips. Onder andere over het weer. "Een van de meest opmerkelijke dingen hier, is dat de mensen het weer accepteren. Niemand zeurt erover, iedereen neemt het zoals het is en accepteert het gewoon". Tsja, dacht ik. Zouden wij in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen, me niet echt realiserend wat het nu echt betekent om te gaan met het weer zoals een Groenlander dat doet.
Het restaurant deed zijn reputatie eer aan. Het begon met gerookte Groenlandse zalm. Als je denkt dat je ooit lekkere gerookte zalm gegeten hebt, denk nog maar een keer. Wat wij in West Europa krijgen is in vergelijking met deze Groenlandse zalm maar een heel zielig slap smakeloos vet lapje. Voordat ik de eerste hap nam van de zal op mosseltoast - ja inderdaad, toastdeeg met mosselpaste vermengd - in mijn mond stak, heb ik eerst een halve minuut alleen maar er aan geroken. De geur van dit voorgerecht alleen al doet alle Nederlandse stukjes zalm verbleken tot niets. Heerlijk dus.
Na de zalm kwam het volgende gerecht, de soep. Krabsoep, en tijdens het opdienen ervan viel het licht uit. Merkwaardige ervaring, daar zit je dan onder het licht dat alleen nog door het bordje "Nooduitgang" door het restaurant verspreid wordt. De snelheid waarmee de kaarsen op tafel gezet werden, verraadde wel dat dit iets is waar ze vaker mee te maken hebben. Vijf minuten later hadden alle huisjes in de haven kaarsen aan, heel mooi, heel bijzonder om alleen maar het zwakke schijnsel van kaarslicht door de ramen te zien. En wonderbaarlijk hoeveel licht mensen nog weten te produceren, zelfs al ligt alle stroom plat op het moment. Michael verzekerde me dat dit normaal is. De stroom wordt geleverd van een watercentrale die 50 kilometer verderop staat en als het hard gaat waaien, raken de stroomkabels die gewoon in de lucht hangen elkaar, veroorzaken kortsluiting en dan valt alles uit.
Dit was dus niet iets wat ze binnen tien minuten opgelost hadden, want na het hoofdgerecht, wat overigens gewoon nog geserveerd kon worden, hadden we nog steeds geen stroom. Daarom maar de handgeschreven rekening gevraagd en contact afgerekend, net iets meer dan duizend kroon. Voor dit heerlijke eten een koopje als je het vergelijkt met de boodschappen die ik eerder 's middags gedaan had. Je kunt dus beter naar het beste restaurant in town gaan, dan bij de supermarkt je inkopen doen.

Zaterdag
Eenmaal terug in het appartement maar gaan slapen. Gelukkig dat onze laptops beiden een goede batterij hebben waarop we in elk geval het appartement nog kunnen verlichten en vervolgens maar bij het schijnsel van het nachtlampje laptop in slaap gevallen. Dat mocht ook wel na de lange dag van vandaag. De diepe slaap duurde overigens totdat ik in een hel verlichtte kamer lag. Tsja, als de stroom uitvalt denk je er natuurlijk niet aan het lichtknopje eerst uit te zetten.
's Nachts vrij onrustig geslapen. Het is begonnen te waaien, en naarmate de nacht vorderde werd de wind alleen maar sterker. Uiteindelijk werd ik om een uur of vijf wakker omdat ik me afvroeg of er een aardbeving gaande was. Geen aardbeving dus, wind die met een vaartje van honderd kilomer per uur tegen het gebouw aan beukte. Gezien het tijdsverschil was vijf uur ook wel laat genoeg (negen uur namelijk waar ik vandaan kom), dus ik ben maar opgestaan. Buiten zag ik niets dan stuivende sneeuw. Ik maar denken dat ik ooit eerder veel sneeuw gezien had, vergeet het maar. Wolken van sneeuw stoven voorbij, beukten tegen het gebouw aan en kolkten als de branding van de zee. Mooi gezicht, dat is toch wat je wilt als je op Groenland bent?
Vervolgens gedoucht, gewassen en ontbeten. Gelukkig viel het aanbod in de supermarkt alleszins mee, dus het ontbijt was prima. Biologisch roggebrood met jam, blauwe bessen en oploskoffie. Dat laatste is overigens mijn eigen fout, ik hou niet van oploskoffie maar in de vijf minuten dat ik het appartement gezien had voordat ik boodschappen ging doen, was het me niet opgevallen dat er ook een echt koffiezetapparaat was. Maar goed, koffie vind ik sowieso niet erg lekker, het gaat tenslotte om de cafeine, dus of het nu oploskoffie is of echte koffie, dat maakt ook niet echt uit.
Na het ontbijt nog even zitten werken. Vooral de internetconnectie maakt het de moeite waard vroeg op te staan. Heel Groenland gaat naar de rest van de wereld via een 100 Mbit satellietverbinding (ongeveer vijf keer zo snel als wat de standaard begint te worden voor de snelheid van een thuisverbinding in Nederland) en dat betekent dat naarmate de dag vordert, het Internet langzamer wordt totdat het uiteindelijk vrijwel geheel verdwijnt.
Om half acht stond Hendrik voor de deur. Ik mag nu eenmaal graag een stukje gaan hardlopen nu ik een vijfde deel van mijn gewicht kwijt ben en hardlopen doe je in Groenland niet buiten maar binnen. Hendrik had me verteld dat in de kelder bij zijn werk een kleine fitnesruimte ingericht is, met een loopband, roeimachine en wat gewichten. Alles wat je als veertiger die geen Harly of vriendin mag en dus maar gaat hardlopen nodig hebt.
"De deursloten in Groenland blijven me maar problemen opleveren", dacht ik toen ik de voordeur van het appartementencomplex open wilde doen om naar Hendrik toe te lopen die op me stond te wachten. "Oh nee, dat kan helemaal niet, want de deur naar buiten gaat zonder sleutel ook open." Dan maar met twee handen en vol gewicht ertegenaan en ja, nu gaf de deur mee. Ongeveer het gevoel alsof je een deur wilt doen terwijl aan de andere kant iemand staat te duwen die de deur juist dicht wil doen. Geen iemand dus, maar een iets, de wind. Ik maar denken dat ik wel eens een storm heb meegemaakt, echt niet dus. Zoals het hier aan het spoken was heb ik nog nooit gezien. De sporttas die om mijn schouder hing, werd gewoon horizontaal van me afgeblazen toen ik eenmaal buiten stond. Daarnaast deed de wind zijn uiterste best mij ook maar omver te blazen, wat nu natuurlijk een stuk eenvoudiger is omdat ik nog maar 82 kilo in plaats van 104 weeg. Uiteindelijk toch zonder botbreuken de fourwheeldrive van Hendrik bereikt en ingestapt om naar het werk te rijden.
Ik herinnerde me dat ik gisteren vroeg aan Hendrik waarom iedereen hier een auto heeft. Het heeft zo weinig zin. Buiten de stad zijn er gewoon totaal geen wegen en in de rotsachtige bergen kun je ook met een fourwheeldrive niet veel beginnen (hooguit met een getunede Jeep Wrangler). Het is niet voor niets dat de hondenslee nog steeds het transportmiddel is als je van de ene plaats naar de andere plaats moet.
Je bent dus gedoemd om in je dure auto ritjes te maken die nooit langer zijn dan zeven en een halve kilomer, waarom zou je dat niet gaan fietsen? Maar nu ik in Hendrik zijn auto zat, rijdend door de dichte wolken van stuifsneeuw begreep ik het ineens. Dit is weer waar je als mens nog geen honderd meter wilt lopen en in topconditie moet zijn om vijfhonderd meter af te leggen. Zeven en een halve kilometer? Dat is dus gewoon onmogelijk! Al klinkt het wel als een leuke uitdaging natuurlijk.
Gelukkig is Hendrik gewend om in dit soort omstandigheden te rijden. Tsja, niet iedereen is zo laf als ik dat hij bij een laagje sneeuw van hooguit tien centimeter in de bergen liever niet verder gaat en omkeert. Hendrik reed gewoon door bergen van dertig centimeter heen. Later werd me duidelijk dat hij dan ook wel iets op zijn auto heeft wat ik niet heb: hele kleine spijkertjes in zijn banden die ervoor zorgen dat je ook over een dikke laag ijs gewoon de hoek om kunt scheuren.
Ook toen de weg ineens verdwenen was onder een sneeuwhoop van minstens veertig centimeter ging het nog goed. Toen echter de sneeuw bijna tot op de motorkap kwam lukt het niet meer en zaten we muurvast. Waar elke West Europeaan op dat moment in complete stress zou schieten, bleef Hendrik kalm. "We lopen de rest gewoon".
"Lopen?!?", vroeg ik, zonder er in te slagen mijn verbazing te verbergen. Voor me lag een berg sneeuw van ongeveer zestig centimeter, verwachtte hij nou echt dat ik in de gierende sneeuwstorm de veilige warmte van de auto uit zou gaan om in de moordende poolnacht rond te gaan stappen?!? Ik zag de ambulance al voor me die een week later onze diepgevroren lichamen onder de sneeuwhoop vandaan zou halen.
"Ja, het is maar honder meter verder", zei Hendrik terwijl hij wees naar de vage contouren van een gebouw dat ter nauwernood inderdaad een meter of honderd verder zichtbaar was. "Ze accepteren het weer gewoon", schoten de woorden van Michael van gisterenavond me weer door de geest, en ik stapte uit. Cool zijn dus! De wind probeerde nog steeds me omver te blazen, maar wat maakt het uit, dit is normaal in Groenland, dus dapper strompelde ik achter Hendrik aan om een paar minuten later de voordeur binnen te stappen. Wat een kalmte en geborgenheid, dit fijne warme gebouw waar ik de hele dag binnen zou mogen gaan werken! En ook bijzonder, het doet in niets denken aan Groenland, dit gebouw had ook in elk ander Scandinavisch land kunnen staan.
De rest van de dag verliep prettig. Eerst 45 minuten hard gelopen op de loopband wat me heerlijk ontspannen maakte en daarna de cursus begonnen. Vooral Pilutak was grappig, een prototype Inuit wiens omvang echter niet uit vet maar zo te zien honderd procent spieren bestond (Popeye op zijn Groenlands dus) en die zich voorstelde met de woorden "Ik had eigenlijk op zeehonden willen jagen vandaag", typisch bedoeld om te kijken of hij de stupide Europeaan zo kon uitlokken tot een politiek correcte opmerking over hoe onverantwoord het is op zeehonden te jagen. Maar geen probleem, men heeft mij vandaag haarfijn uitgelegd dat ze in Groenland op een humane manier op zeehonden jagen. "Wij slaan ze niet dood met een knuppel, wij schieten ze gewoon een kogel door de kop zodat ze er niet zo veel last van hebben". En ja, wie ben ik dan nog om te gaan zeuren omdat er in Nederland wat mensen zijn die niet weten dat zeehonden hier krioelen alsof het een ware plaag is en vooral vinden dat zeehonden zo schattig zijn? Fuck de schattige diertjes en ik nam me bij deze voor zo snel mogelijk zeehondenbiefstuk te gaan eten. En de volgende dag maar walvisbiefstuk, ook zo'n lokale specialiteit. Ik bedoel maar, je bent in Groenland of je bent het niet!
Iedereen jaagt hier overigens. Ik ben dan nu wel in Nuuk, de hoofdstad met zo'n veertienduizend inwoners, maar er zijn in Groenland ook tal van kleinere dorpjes met soms vijftig, soms honderd inwoners. En wat doe je voor de kost als je in zo'n dorpje woont? Juist, jagen om te kunnen eten, misschien een beetje vissen en als er eens een verdwaalde toerist langskomt een rondleiding geven en daar blijft het dan bij. Ik kan me de verontwaardiging levendig voorstellen bij alleen al het idee dat ze ergens vijfduizend kilometer verderop besluiten dat wat jou familie al generaties lang gedaan heeft zielig is voor de schattige zeehondjes. Zeker in de kleinere nederzettingen is het niet zielig, maar een manier van bestaan!
Aan het eind van de dag werd het weer overigens beter. Dat wil zeggen: nog steeds sneeuw, maar temperaturen boven de nul, dus de sneeuwhopen dooiden langzaam weg. Eigenlijk jammer, ik had op zijn minst min dertig willen hebben en dan is het gewoon op zijn Hollands een beetje aan het kwakkellen. "Dat is kenmerkend voor Nuuk", zeggen ze hier, zeker in deze tijd van het jaar. Het ene moment vriest het dertig graden en even later dooit het met regen. Klimaatverandering? Nee hoor, Nuuk ligt aan zee en aan de kant van Groenland waar de warme golfstroom voorbij komt. Gewoon een Hollands zeeklimaat, maar met een ijzig randje eraan. En geloof het of niet, ze hebben hier dus ook seizoenen en net als overal op de planeet, is ook hier de herfst stormachtig.

Zondag
Tsja, een cursus die op zaterdag begint en zes dagen duurt, dan werk je dus ook op zondag. Vanochtend weer wakker gemaakt door de storm, niet door het geluid want daar wen je na een tijdje wel aan, maar door het trillen van het bed. Ik snap nog steeds niet hoe je op de zesde etage van een flatgebouw wakker kunt worden omdat je bed trilt door de wind. Maargoed, ook nu had ik weer twee handen en al mijn gewicht nodig om de voordeur van de flat open te krijgen (zouden hier ook fragiele omaatjes wonen die die deur open moeten krijgen?) dus logisch dat het bed een beetje stond te trillen.
Om half acht stond Hendrik weer voor de deur om me naar het energiebedrijf te brengen waar ik de cursus geef. Hendrik is een marathonloper, ik ren graag elke dag een stukje en daarom haalt hij me elke dag vroeg op zodat ik een stukje kan rennen. Solidariteit onder hardlopers onderling zullen we maar zeggen. Deze ochtend liet hij de motor van zijn auto gewoon aan terwijl we het gebouw binnen liepen, deed alle deuren open en rende vervolgens het gebouw weer uit. "Even terug naar huis", zei hij. Toch geweldig, de man laat vrouw en kinderen in de vroege zondagochtend alleen om mij even naar de hardloopband te brengen en gaat vervolgens nog even terug naar huis om met zijn familie te ontbijten. Tijdens mijn reis naar Maleisië twee jaar geleden had ik het gevoel dat ik niet de docent was, maar vooral de gast van de cursisten en op Groenland kunnen ze zich wat dat betreft zeker meten met de Maleisiërs. Als Hendrik tenminste representatief is voor de rest van de Groenlanders.
Aardig details overigens: ik was daar om half acht dus wel helemaal alleen in het bedrijfsgebouw. Kun je je dat voorstellen in Nederland, een buitenlander helemaal alleen in het hoofdkantoor van het energiebedrijf? Maar zoals ze hier zeggen, "waar wou je naartoe gaan dan?" Als er iets gebeurt, iedereen weet dat hij het was en je pakt hier niet even je auto om de grens over te rijden.
Zo is er ook een mooi verhaal dat hier de rondte doet. Er was ooit iemand gearresteerd door de politie en hij moest meekomen naar het politiebureau. Daar hadden ze echter geen cel voor de man beschikbaar, maar de politieagent moest toch echt naar huis om met zijn familie te gaan eten. De oplossing? Hij nam de laarzen van de gevangene mee. Want zonder laarzen ga je hier echt de deur niet uit.
Het weer was vandaag ook weer redelijk onvriendelijk, net iets boven nul, dus dan regen, dan sneeuw en nog steeds de harde wind. Dat heeft overigens ook zijn gevolgen voor de faciliteiten: geen telefoonverkeer, soms een beetje Internet maar vaker niet dan wel. Dingen waar we in Nederland volledig van in de stress zouden raken, maar hier heel gewoon. Dan heb je even geen Internet, tsja, wat dan nog. Komt wel terug een keer. Daarnaast, wij zitten hier lekker in de hoofdstad Nuuk waar je alle voorzieningen hebt die nodig zijn. Ondertussen waren er her en der in het land wel mooi zo'n driehonderd reizigers gestrand omdat ook alle binnenlandse vluchten geanuleerd waren. Kan ik me ook niet al te veel bij voorstellen, zelfs die vliegende tanks zijn niet meer in staat om verder te vliegen?!?
Ik moet er ook niet echt aan denken om op het centrale aanvliegpunt Kangerlussuaq te stranden. Dat is een oude militaire basis en als je daar strand, stopt Air Greenland je niet in een mooie hotelkamer, maar in de oude legerbarakken. Zoals Michael mijn Deense roommate het uitlegde, ook met lichten uit voel je precies waar je staat. De ene kant de blazende verwarming en aan de andere kant de tocht die door de muren komt. Maar ja, wat dan nog, als je dan in Groenland bent, wil je ook weten dat je er bent nietwaar?

Windkracht 14
Maandag inmiddels, geloof ik. Ik ben eerlijk gezegd het zicht op de dagen een beetje kwijt geraakt. Dat geldt ook voor de cursisten, we werken nu met z'n allen acht dagen achter elkaar, zonder weekend, en dat begin je te merken. Tegen half vier zaten ze eigenlijk allemaal vol en had ik moeten stoppen, toch nog maar door gegaan tot sommigen om tien over vier echt wanhopig naar me begonnen te kijken.
Vandaag voor de lunch ging Anatti even voor me weg, een Groenlandse specialiteit halen. Walvishuid. Zo'n beest heeft dus een huid van een centimeter dik ongeveer (vergelijk maar met autoband) en daar zit aan de binnenkant roze vlees tegenaan. Domme Hollander, probeerde ik natuurlijk het roze vlees van de huid los te snijden, nou, niet dus. Ooit geprobeerd autoband in tweeën te snijden? Dat lukt dus ook niet. Het idee is om het hele geval in je mond te stoppen, nadat je het eerst in strookjes snijdt die ongeveer zo groot zijn als een strookje kauwgom uit een pakje waar van die platte stukjes kauwgom inzitten. Best lekker hoor, maar wel een probleem. Ooit op autoband gekauwd? Precies. Dat effect geeft dit ook. In die huid zitten harde stukjes die je met geen enkele mogelijkheid doormidden krijgt. Hij had een stukje voor me meegenomen van ongeveer acht bij vier centimeter en daar heb ik dus ongeveer een kwartier op zitten knagen. Het andere stukje heb ik aan Pilutak gegeten. Je raad het al, twee happen en weg. "Ja, je moet het gewoon doorslikken, het zit vol met energie en dat zorgt ervoor dat het lang duurt voordat je weer wilt eten". Nou, daar hadden ze dus gelijk in. Inmiddels is het half zes, twee uur voor bedtijd en ik heb nog steeds geen honger, in tegenstelling tot eerdere dagen. Wij mogen dan zo stompzinnig zijn calorieën te willen verliezen, hier kijken ze wel uit. Calorieën, dat staat letterlijk voor warmte en die heb je hier meer dan hard nodig.
Inmiddels is het weer begonnen te waaien met temperaturen boven vriespunt en heel veel regen. Geen horizontale sneeuw, maar horizontale regen dus deze keer. Vanochtend was het nagenoeg windstil, tot om een uur of elf de wind kwam opzetten. Zelfs vanuit het gebouw waar we werken kon je hem aan horen komen, vergelijk het maar met een goederentrein die vanuit de verte steeds dichterbij komt denderen. Rond twaalf uur had de wind een snelheid van boven de dertig meter per seconden bereikt. Ik kon me daar nooit zo heel veel bij voorstellen, maar dan heb je het dus over windkracht 11. Daar bleef het echter niet bij, eind van de middag was de wind toegenomen tot windkracht 12. Gelukkig was ik op tijd terug, kwart over vier, dus wat ga je dan als stomme Hollander doen? Juist, een wandelingetje maken.
Ik kan het je van harte aanbevelen om in een orkaan te gaan lopen. Wind mee is het meest gevaarlijk, van het appartememtencomplex naar het centrum had ik wind mee. Stel je maar voor dat er achter je een hele grote kerel loopt die je voortdurend met twee handen tegelijk staat te duwen zodat je naar voren valt. Wat doe je dan? Juist, tegengewicht. Maar als die rotzak dan even ophoudt met duwen? Juist, dan val je naar achteren. Een kwestie van oppassen dus. Bijkomende bijzonderheid is dat de meeste sneeuw gesmolten is en vervangen is door plassen water van soms wel twintig centimeter diep. Maar niet alle sneeuw is gesmolten, hier en daar ligt nog een fijne plak ijs. Kun je je voorstellen wat er gebeurt als je daar per ongeluk op terecht komt als die vent je in je rug duwt? Precies, dan kun je weer laten zien hoe goed je op je benen staat. Wind mee doet al met al een beetje denken aan lopen op een winterse berg, naar beneden. Veel evenwichtskunst nodig, maar uiteindelijk kom je wel beneden.
De andere kant op is het leuker, dan komt het gewoon aan op spierkracht. Berg op dus eigenlijk. Vooral leuk als je ineens een volle aanval krijgt als de wind vanachter een gebouw komt, dan versterkt de kracht nog een beetje. En dat zorgt ervoor dat je als je niet stevig op je benen staat wordt weggeblazen, dat gebeurde een klein vrouwtje ongeveer dertig meter verderop. Gelukkig beheerste ook zij de evenwichtskunst goed, wat wil je na een leven lang oefenen. Krijg je ineens de volle laag van voren? Tsja, dan neem je een stap waarin je gewoon niet vooruit komt. Je tilt je been op, denkt dat je het naar voren verplaatst, maar tijdens die beweging blaast de wind het terug zodat het uiteindelijk op dezelfde plaats weer terecht komt. Leuke fitnessoefening zeg maar.
En het aardige? Hiermee hebben we het nog niet gehad. Morgenochtend verwachten ze 40 meter per seconde, 144 km per uur, windkracht 14 zouden wij dat noemen. Maar dat hebben we in Nederland helemaal niet. En als zoiets in Amerika gebeurt, dan geven ze het een naam, en praat CNN over niets anders meer. Benieuwd hoe dat aanvoelt. Op een of andere bizarre manier begin ik het leuk te vinden die natuurkrachten.
Met zoveel natuurgeweld vraag je je natuurlijk wel af of dit normaal is "ja hoor, dat hebben we hier toch wel vier keer per winter". Ah, vier keer per winter een Katherina die over de stad heenblaast. Waarom horen we daar niets van in Nederland op het nieuws? Waarschijnlijk omdat ze er mee om weten te gaan. Zoals ze overal mee om weten te gaan. Zo vertelde Michael dat er in de haven vanmiddag wat containers om dreigden te donderen, dus dan ontruim je toch gewoon de haven? Morgen is er weer een dag en wat je vandaag niet gedaan krijgt, ach, dat los je morgen toch gewoon op? Die containers is overigens een verhaal apart. Omdat het hier erg bergachtig is, is er maar weinig plaats om te bouwen. Het haventerrein is dus ook vrij klein, maar ze moeten die containers toch ergens kwijt, dus stapelen ze ze maar op. Gewoon vijf hoog, wat maakt het uit?

Het einde van de cursus
Inmiddels is het donderdag, een week geleden dat ik vertrokken ben. Belangrijke mijlpaal: over de helft, over het dode punt heen want zo langzaamaan begin ik toch te verlangen naar mijn eigen huis met mijn eigen vrouw en kinderen, en een beetje normaal weer ook graag. En daglicht. Het feit dat ze zon van half tien tot half drie een poging doet wat licht te geven waar hij bijzonder slecht in slaagt, begint me op mijn zenuwen te werken.
Vandaag hebben we de cursus die ik gaf besloten met een examen. Voor de eerste keer dat ze in Groenland dit type examen deden, vijf mensen tegelijk on-line op servers ergens in Amerika. Vanwege de zeer beperkte bandbreedte waren we om zes uur 's ochtends allemaal present. De meeste Groenlanders slapen om zes uur 's ochtends nog dus hebben we het Internet nog een beetje voor ons alleen zullen we maar zeggen. Helaas, wegens een probleem op de servers in Amerika was het half negen eer we echt van start konden. Maar toen verliep het ook verder allemaal prima. Een rustje ochtendje voor mij en daar was ik best blij mee.
Gisterenavond ter ere van het vertrek van Michael samen naar een restaurant geweest. God mag weten hoe het heet, maakt ook niet uit, het enige wat ik er nog wel van weet is dat ze een heel behoorlijke hap serveren voor een erg redelijke prijs, alles geserveerd op een wijze die in West-Europa een sterrenrestaurant waardig is, tegen een prijs waar je in Nederland met een gezin net flink uit eten kunt gaan bij de MacDonalds. Toen ik de zalm, geserveerd op Venkel, uit het hoofdgerecht bijna op had, kwam ik er pas achter dat ik hem met huid en al zat op te eten. De huid was zo mals dat het me niet eens was opgevallen! Onmogelijk dat in Nederland te doen, na het tweede hapje huid van de gedrochten die ze daar zalm noemen, hang je kotsend boven de wc!
Ook bijzonder was het bier, een lokaal brouwsel dat ze met bloemetjes uit de regio bereid hebben. (Jawel, als er tussen eind mei en begin september even geen sneeuw ligt, zijn er zowaar bloemen die er in slagen hun kop boven het veld uit te steken. Ik weet nog steeds niet wat het precies is met dat bier, maar na de eerste voelde ik hem al behoorlijk zitten en na de tweede nog erger. Maar maakt niet uit, de biertjes maakten het gezelschap van Michael een stuk aangenamer. Eerder deze week had ik een paar keer er last van gehad dat ik hem niet zo heel goed kon verdragen. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen dat het aan zijn stem ligt, die op een rare manier kraakt die me irriteert, maar waarschijnlijk heeft het er meer mee te maken dat ik na een dag waar ik tussen vier en vijf ben opgestaan, de hele dag les heb gegeven, een uur in de sportzaal me heb uitgesloofd aan het einde van de dag gewoon lekker alleen wil zijn zonder mensen die zonodig met me moeten praten. Het ligt gewoon aan mij.
Maar toen ik dan gisteren met hem in het restaurant zat, was het bij tijd en wijle best aangenaam gezelschap. Of moet ik zeggen dat juist ik zo af en toe best aardig was? Of was het toch het bier? Maakt me ook eigenlijk niet uit. Inmiddels is hij weg en zit ik helemaal alleen op de bank, na eerst een half uur ongegeneerd met thuis gebeld te hebben en nu lekker met clipzender VHM aan, "lege moderne herrie met schaarsgeklede dames", volgens Michael. Ja, en?!? Het doet in elk geval weer even aan de bewoonde wereld denken.
De klap op de vuurpijl gisteren was wel de Greenlandic Coffee. Als je denkt dat Irish koffie stoer is, nou vergeet het maar. Greenlandic koffie wordt gemaakt met Wiskey, Grand Marnier, een lokaal sterk alcoholisch goedje wat er geflambeerd in gegooid wordt, slagroom en zowaar een beetje koffie ook nog. En het gevaar? Je drinkt het alsof het thee is met een vleugje citroensap. En daar heb je dus de volgende dag last van. De hele dag niet echt in vorm geweest, en - zoals dat hoort - erg onrustig geslapen. Geen beter slecht-slaapmiddel dan te veel alcohol. Moest ik misschien maar niet meer doen, mezelf een dagje fitness-vrij beloven. Sport is een mooie therapie om ervoor te zorgen dat ik me een beetje gedraag.
Gelukkig was het werk-deel van de dag kort en rustig. Eigenlijk gewoon saai, om erbij te zitten terwijl vijf mensen werken aan een on-line examen. Maar het examen ging goed, drie van de vijf zijn geslaagd (wat in de ogen van de klant betekent dat ik goed werk verricht heb) dus iedereen was erg tevreden. De twee man die niet geslaag waren, zaten daar ook niet echt enorm mee, ze waren nieuw in de materie en dit was eigenlijk hun eerste week dat ze ermee in aanraking kwamen. Om kwart voor twaalf waren we klaar, vervolgens zijn we gaan eten en toen was het over. Alsof hij het gevoel had dat hij nog niet genoeg gedaan had, kwamen Hendrik en Pilutak ook nog met kadootjes voor me aanzetten. Een fotoboek over Groenland, een thermoskan ("handig als je morgen naar de gletsjer gaat lopen") en twee liniaals (geloof ik) voor Franck en Alex. En toen was het voorbij, altijd weer een bevrijdend moment, het eind van een cursus. Lijkt een beetje op het eind van een schooljaar, maar dan in het klein en bijna elke week weer opnieuw. En tegelijk overviel een gevoel van eenzaamheid me. Want deze mensen hadden wel de hele week voor me gezorgd.
Toen hij me vanochtend om twintig voor zes ophaalde, stelde Hendrik voor me vanmiddag de omgeving te laten zien in zijn auto. Die man blijft me verbazen, bij deze heeft hij ook officieel de gastvrijheid van de Singaporezen in 2006 verbroken. We vertrokken dus gezamenlijk in zijn Toyota RAV4, de kleine Toyota terreinwagen. Hiermee heeft hij me alle straten van Nuuk zo ongeveer laten zien, zichtbaar genietend van de laag ijs die er op die straten lag. Hendrik is namelijk niet van het type rustige rijder, maar meer van het type "doe je gordels vast alsjeblieft" en vervolgens plankgas. En ik kan je vertellen, met de hoofdpijn van de drank, de vermoeidheid van de slechte nacht in het lijf en de zalm (had ik al verteld dat ik sinds aankomst gemiddeld 1,7 keer per dag zalm heb gegeten?) in mijn buik beviel dat iets minder.
Goeie jongen dat hij is, hield Hendrik namelijk niet op bij de beijste straten, maar knalde hij de wagen ook zonder problemen het terrein op, crossend over keien zo groot als een schapekop en door sneeuwhopen van een halve meter. "Kom je nooit vast te zitten?", vroeg ik hem niet weinig bezorgd. "Natuurlijk wel", antwoordde hij schijnbaar licht verbaast door zoveel onnozelheid. "En wat doe je dan?". "Help zoeken natuurlijk." Tsja, je zou hier ook eens ergens van in de stress schieten, dat gaat natuurlijk niet. Niet echt zin hebbend mijn onnozelheid nog meer ten toon te stellen, heb ik verder mijn mond maar gehouden. Dat maakte het in elk geval eenvoudiger de zalm van tussendemiddag binnen te houden.
Ondertussen sloeg ook de "bijna aan het einde maar nog niet helemaal"-blues toe. Natuurlijk, het is allemaal erg mooi, en ik was diep onder de indruk van mijn eerste echte ijsberg, vergelijk maar met een drijvend na-oorlogs vier etages hoog appartementengebouw uit Rotterdam Zuid ("kleintje", volgens Hendrik), maar uiteindelijk is het wel allemaal omlijst door een loodgrijze lucht met een oranje randje en zwarte rotsen met hier een metertje sneeuw en daar ineens weer kale rots. En daartussenin doen 14.000 inwoners van Nuuk een poging wat menselijke vrolijkheid te scheppen, met huizen die vrolijk in alle denkbare kleuren geverfd zijn. Maar zich ondertussen ook drommelsgoed realiserend dat ze minstens vier uur vliegen verwijderd zijn van de echte bewoonde wereld, met metro's, krioelende mensen en meer. Als ik in die zogenaamde beschaving rondloop, heb ik altijd een sterke behoefte om er weer snel uit te verdwijnen, terug naar de natuur. Maar als je dan zo midden in de ijswoestijn staat waar een klein groepje mensen pogingen doet zich staande te houden, dan klinkt over de horizon de lokroep van de metropool toch ook wel weer heel sterk! Je zou bijna gaan verlangen naar een regenachtige donderdagmiddag in twintig kilometer file op de A27!
Even schoot het door mijn hoofd wat er vorig jaar in de Verenigde Staten gebeurd is, het zou je hier toch maar gebeuren dat je in het ziekenhuis terecht komt, dacht ik terwijl we langs een oerlelijke geelgekleure rij barakken reden die ze hier ziekenhuis noemen. "Hebben jullie hier eigenlijk alle medische zorg die je nodig hebt?" "Nee, lang niet. Als er echt iets aan de hand is, moet je naar Kopenhagen. We hebben hier niet eens voldoende verpleegsters"
Uiteindelijk brengt een trip als deze je toch weer even dicht bij jezelf terug. Raar dat je daarvoor naar het einde van de wereld moet reizen. Vanochtend heb ik wat foto's zitten bekijken. Gewone vakantiekiekjes van deze zomer en het weekje in de Drôme wat we in Oktober hebben gehad. Naar die kiekjes kijkend, realiseer je je ineens hoe bijzonder het is om een gezin te hebben. Kijkend naar een foto van vrouw en daarna van de jongens, realiseer ik me ineens wat een rijkdom en liefde ik heb. En het stomme is dat je daar kennelijk heel ver weg voor moet gaan. Te veel mensen komen elke dag aan het eind van hun werkdag thuis en realiseren zich totaal niet wat ze wel niet in huis hebben. Je riskeert het aan te nemen als vanzelfsprekend. "Natuurlijk heb ik een vrouw en kinderen", denk je dan, om vervolgens na het helemaal niet gezellige avondeten snel te verdwijnen om je eigen ding te doen, net als die vrouw en kinderen hun eigen ding doen. Om er op een dag achter te komen dat er geen "wij" meer over is, maar alleen maar een "jij en zij". Maar wat een paradox is het niet om af te reizen naar het einde van de wereld en maar aan te nemen dat vrouw en kinderen onderhevig zijn aan dezelfde openbaring. Toch kan ik me niet onttrekken aan het idee dat het je dichter bij elkaar brengt om af en toe ver bij elkaar vandaan te zijn. Tijdens de reis kijkend naar foto's van je vrouw ben je ineens weer in staat je te realiseren hoeveel geluk je hebt. Tijdens de telefoongesprekken kom je er achter hoeveel je elkaar weer gemist heb. Eenmaal terug thuis, ontdek je hoe geweldig het is om weer samen te zijn en voelt het weer net als de eerste weken dat je elkaar net kende.
Onderweg wel voor het eerst een reeks foto's gemaakt. Het weer zat vandaag ook mee hiervoor. Vanochtend was het zowaar niet geheel bewolkt (ook al beweert men hier het tegendeel, ik geloof niet dat ze hier ook onbewolkt kennen). Dat betekent dat ik zowaar wat zonlicht gezien heb. Dat is sowieso een bijzondere ervaring. Rond negen uur 's ochtends deed de zon een poging boven de einder uit te komen. Om tien uur was hij daar nog steeds mee bezig. En om elf uur, inmiddels lang niet zo goed meer zichtbaar door de optrekkende bewolking, nog steeds. Daglicht in Nuuk in November bestaat uit twee delen: drie uur zonsopkomst en drie uur zonsondergang, met als resultaat dat je de hele dag een oranje/roze gekleurde horizon ziet. Benieuwd hoe dat morgen wordt als ik naar het ijsfjord van Ilulissat ga, daar komt de zon zogenaamd op om kwart voor elf om vervolgens rond twee uur weer achter de horizon te verdwijnen.
Het fototripje was interessant, maar uiteindelijk was ik maar wat blij toen Hendrik me om kwart voor drie vroeg "Wat ga je nu doen". Ik zei dat ik van plan was wat te werken in het appartemement, ik kon toch moeilijk bekennen dat ik moe was, pijn in mijn hoofd had en een licht misselijk gevoel van het gehobbeld en gebonk van zijn RAV4. Daarnaast had ik het door en door koud. Enerzijds kwam dat door voortdurend in en uit stappen om weer een plaatje te maken, om vervolgens in de volle wind die inmiddels weer op was komen zetten een foto te maken, proberende met mijn bijna gevoelloze vingers de juiste knopjes in te stellen, maar vooral had ik het koud omdat Hendrik de temperatuursregeling in zijn auto op de blauwe stand had staan. Hoezo verwarmen, afkoelen!
Het was dan ook echt een opluchting om tegen drie uur het - ijskoude - apartement binnen te komen. Mijn ex-roommate Michael had namelijk niet alleen de verwarming op 25 graden gezet (wat hier echt te weinig is als je het warm wilt hebben), maar ook alle ventilatie open gezet. Met als gevolg dat het waaide in het appartement. Dus de verwarming snel op 35 graden gezet (jawel, ze houden hier niet op bij een laffe 25 graden zoals de meeste polderlandse verwarmingsbuizen) en een potje dampende thee gezet. Toen ik die opgedronken had, had ik het van binnen weer warm. Door mijn handen tegen het theepotje te houden waren die ook weer langzaam wat bijgetrokken. Alleen de voeten was nog een probleem, maar daarvoor boden de vloerradiatoren, uitkomst. Vijf minuten per voet en het was weer helemaal in orde. In elk geval hiermee een leuke waarschuwing gehad, want wat er ook gebeurt, als ik morgen zeshonderd kilometer noordelijker in Ilulissat aankom, moet ik de ijskap zien. Helikoptervluchten en boottochtjes zijn er in dit seizoen niet, dus de enige mogelijkheid daarvoor is een wandeling van drie kilometer heen en drie kilometer terug. Thermisch ondergoed en dubbele handschoenen en sokken dus. Maar dat moeten we morgen maar bekijken.

Vrijdag 21 November: van Nuuk naar Ilulissat
Natuurlijk heb ik behoorlijk veel zin om de ijsbergen in Ilulissat te zien, dus was ik om half vijf vanochtend klaar wakker. Sowieso vrij onrustig geslapen vanwege de herrie vanuit de haven die in het appartement ook goed te horen was. Hendrik zou me om twintig over zeven op komen halen, helaas in plaats van mij op te halen, belde hij om twintig over zeven. Alle vluchten zijn voorlopig opgeschort vanwege het weer. Flauw, van windstil vannacht is er ineens een windkracht 9 op komen zetten. Dat kun je dus allemaal via Internet prima in de gaten houden (in de kolom Anori zie je onder Max de maximale snelheid die de wind bereikt heeft en dat per uur weergegeven).
Gezien de manier waarop de luchthaven van Nuuk is aangelegd, kan ik het me ook eigenlijk wel voorstellen. Ze hebben hier een berg die ze een beetje afgeplat hebben om er een landingsplatform op te maken. Als je aankomt, heb je dan ook het idee dat je tegen de berg aanvliegt, vanuit de perspectief van de passagier gezien althans. Afwachten dus. Gelukkig hebben ze in Groenland één ding goed voor elkaar: Internet. Op de site van airgreenland is te zien dat er meer nieuws is over mijn vlucht om 10.30 uur. Hebben we dan nog dezelfde wind? Dan kan ik het natuurlijk vergeten. Maar, de vooruitzichten zijn voor 12 uur iets beter. Hopelijk is er dan een vlucht die het voor elkaar gaat krijgen te vertrekken.
De grote vraag is dan natuurlijk wel hoe verder. Leuk als je aan komt in Kangerlussuaq, maar het idee is toch vooral om van daaruit verder te gaan. Maar op het moment is er maar één ding dat ik kan doen: wachten....
Goed, we zijn nu een uur later. Hoe makkelijk is het voor een Hollander zich te gedragen als een Groenlander? Niet dus. Vooral niet omdat er na mijn vlucht om 9.20 uur ook nog een vliegtuig vertrekt om 10.00 uur. En daar zou ik dus wel graag op willen. Ik heb natuurlijk al twee keer gebeld, want ja, als ik wacht tot 10.30 uur, is die 10.00 uur vlucht natuurlijk al lang weg (als ie überhaupt vertrekt). Hendrik zegt dat ik gewoon rustig in het apartement moet blijven afwachten, maar, kom op, rustig? Wachten? Dat zijn woorden die in mijn woordenboek niet voorkomen normaal.... (Vijf minuten later) Ah, heel mooi, de 10.00 vlucht heeft nu ook vertraging. En over al die vluchten is er meer nieuws om 10.30 uur... Wachten dus. Want wees nou redelijk, de luchthaven is hier tien minuten vandaan, dus waarom zou ik naar de luchthaven gaan om daar met heel veel mensen in dat kleine gebouwtje te gaan zitten als ik ook comfortabel hier in het appartement kan blijven? Want dit is het weer, ik kan er toch niets aan doen. Zonde van alle tijd en frustratie om me daar nou druk over te gaan maken. Ondertussen is de wind gezakt naar 75 km/h om 8 uur. Hij gaat weer omlaag dus en dat is goed...
9.20 uur, update op het Internet, mijn vlucht vertrekt om 10.45 uur. Hendrik bellen, taxi bellen en wegwezen dus! Vier minuten later stond ik met alle bagage in de lift. De taxi stond beneden al klaar. Niet wegrijden! Shit, stop de lift nog op de derde etage ook. Gelukkig, de taxi had minder haast als ik, hij heeft gewoon op me gewacht. Goed dat Groenlanders zo relaxed zijn. Hmmm, weer die grote vent genaamd wind die met beide handen aan de andere kant van de deur aan het duwen was. Maakt niet uit, twee handen tegelijk dan komt het altijd goed. Maar goed, hoe gaat dat dan straks met dat vliegtuig? Geen idee, wie straks leeft, straks zorgt. Prioriteit nummer 1 op dit moment is de luchthaven. Wel nog even de sleutel van het apartement afgegeven in het hotel zodat later vandaag - als hij uberhaupt aankomt - Kim erin kan. De docenten uit Europa lopen af en aan hier in dit apartement.
De rit naar de luchthaven duurde ongeveer tien minuten. Veel te harde wind, dit kan niet goed komen. Horizontale regendruppels en het lijkt erop dat het alleen nog maar erger wordt. Wat leuk, een paar watervalletjes klateren daar de berg af. Maar wat is dat? Het water komt helemaal niet op de grond! Voordat het de bodem vijf meter lager kon bereiken, was het door de wind die op de bergvlakte veel harder waait dan in het dal al lang weggeblazen! Woeste schuimkoppen op de golven, niet goed! Maargoed, Air Greenland is dit gewend en ze zullen heus wel weten wat ze doen...
Voor het luchthavengebouw overigens nog een opmerkelijk verschijnsel op de parkeerplaats. Dan moet je je dus niet een parkeerplaats voorstellen zoals Schiphol, zelfs niet zoals Rotterdam, maar ongeveer dertig auto's die voor het luchthavengebouwtje geparkeerd staan in de volle wind. Toen ik naar een die auto's keek, had ik in eerste instantie het idee dat ze daarin een potje aan het jeweetwel aan het doen zijn. Zachtjes danste de wagen ritmisch op zijn wielen heen en weer. Geen potje jeweetweel, maar wind dus. De auto's ernaast stonden even vrolijk mee te wiebelen... En geen vliegtuigen voor het luchthavengebouw. Errug benieuwd hoe ik vandaag in Ilulissat ga komen.
In het luchthavengebouwte was het helemaal vol, ongeveer honderd mensen schat ik. De rijen bij het inchecken waren kort en een kwartiertje later had ik mijn boardingkaart en beide koffers afgegeven. Vervolgens de enige nog vrije stoel in het luchthavengebouw gevonden. Geen stroom voor de laptop, ook nog geen vliegtuigen overigens.
Groenlands bericht uit de luidspreker. Versta ik niet. Gefrustreerd kijkende mensen. Het zal toch niet mijn vlucht zijn? Deenstalig bericht. Nog meer frustratie. Niet goed! De display zag er nog slechter uit. Alles afgelast. Klote. Hadden ze dat niet net iets eerder kunnen beslissen? Net vijf minuten geleden mijn bagage afgegeven! En dan nu de bagage terug zien te krijgen en maar terug naar de stad. En dan maar kijken of ik er morgen uit kan komen. Dit is het weer, daar kun je helemaal niets aan doen. En waarschijnlijk moet ik gewoon ook maar blij zijn dat ze alles hebben afgelast. Want wie wil er nou met windkracht 9 (in Nederland noemen ze dat nog steeds een zware storm) in een vliegtuig stappen? Op naar de bagage dan maar...
Nou, de koffer terug viel mee. Maar dan de taxi. Als ineens alle vluchten geanuleerd worden wil natuurlijk iedereen terug de stad in. Dus in de inmiddels windkracht 10 in de rij gaan staan om een taxi te proberen te krijgen. Dat lukt dus niet als iedereen een taxi wil. Dus Hendrik maar gebeld. Wat? Geen gehoor? Gelukkig, vijf minuten later belde hij terug. "Ik kom er aan" was het enige dat hij zei. Gewicht in goud waard die man. In deze omgeving waar je overgeleverd bent aan de goden als het gaat om transport en dergelijke, is het maar wat prettig om een telefoonnummer te hebben van iemand die je kan bellen en die je komt redden, keer op keer.
Eerst weer terug naar het hotel want daar had ik natuurlijk net de sleutel van het appartement gedropt. Zouden ze hem me terug geven? Ja dus. Heerlijk om weer "thuis" te komen even later, bepakt en bezakt met al mijn bagage. Ik herinner me nog goed de verhalen van Michael, is dit je in Kangerlussuaq gebeurt, stoppen ze je in een barak. Uit pure verveling vanochtend even gekeken op het Internet wat ik me daar bij voor moet stellen: een slaapzaal voor dertig personen met een gedeelde toilet dus. Tel daarbij op dat je in Kangerlussuaq dus echt helemaal niets hebt behalve een luchthaven en het barakhotel en dan zit ik hier in Nuuk zes hoog in mijn apartement helemaal zo slecht nog niet.
Ook maar even naar Ilulissat gebeld om het hotel af te zeggen. "Hallo, ik moet mijn boeking in uw hotel afzeggen, alle vluchten zijn geanuleerd." "Goed", zeiden ze, "geen probleem. Bent u Sander?" Ja dus, ik ben Sander. Driemaal raden hoeveel gasten ze voor vanavond nog meer verwachten... Nu maar hopen dat de trip naar de ijsbergen morgen wel doorgaat, kan ik ook eens ervaren hoe het is om helemaal alleen in dat hotel te zitten. Snel mijn kleren aangedaan om boodschappen te doen en even later naar de sportschool te gaan. Ze hebben hier maarliefst twee sportclubs en de dichtstbijzijnde is ongeveer tien minuten lopen over ijs en door plassen van twintig centimeter diep. Ik had me al eens afgevraagd waarom de stevige bergschoenen die ik hier draag in vergelijking met wat de anderen aan hun voeten hebben wat iel over komt, nou, vanwege die plassen dus.
De sportschool zelf ziet er verder prima uit. Knus houten gebouw (groot formaat bouwkeet) dat vol staat met twee etages moderne fitnesapparatuur. En uiteraard de bijbehorende strakke dames en heren, vanwege het vroege uur vooral dames. Een prima ontvangst ook, een reusachtige deen met spieren zo dik als scheepskabels en een hangbuik nam de vijftig kroon entree (zeven Euro) in ontvangst en heeft me de sportschool laten zien. Nadat ik vijf minuten aan het lopen was, kwam hij ook nog even vragen of alles naar wens is. Leuk, weer een mooie uiting van Groenlandse gastvrijheid. Ik heb me vervolgens leeggerend op de loopband, mijn eerste keer tien kilometer op een loopband om er vervolgens achter te komen dat ik echt leeg was. Dus drinken, en een mango smoothy genomen om weer wat op kracht te komen. Eenmaal terug in mijn Groenlandse huis op de bank geploft. Na vijf minuten ging de telefoon. Air Greenland aan de telefoon, voor de rest begreep ik er niets van omdat de dame aan de telefoon in vloeiend Groenlands haar verhaal deed. Gelukkig sprak ze ook Engels en legde me vervolgens uit dat ik op Maandag naar Ilulissat kon vliegen.
"Eh", zei ik, "maandag? Dán moet ik een vlucht terug hebben naar Denemarken dus heeft het geen zin meer om dan naar Ilulissat te vliegen". "Even wachten", was het antwoord. Groenlands op de achtergrond. "Ja meneer, het is goed, u kunt morgen om 7.45 op de vlucht naar Ilulissat." Op de achtergrond beukte de wind bevestigend tegen het appartementengebouw aan. En de windvoorspelling? Rond de 20 meter per seconde. Ja, dat kan ik op het moment moeiteloos omrekenen naar kilometers per uur: 7.2 kilometer per uur, windkracht zeven dus. Dat is redelijk, niet eens storm. Dus als die voorspelling klopt, ga ik morgen inderdaad naar Ilulissat. Voor alle zekerheid ook al even gecontroleerd wanneer de volgende vlucht is. 12.05 uur. Net nadat de wind een piek gehad heeft van 27 meter per uur. Dat is dus minder, want dat is windkracht 10. Daarna zakt de wind heel snel, om rond drie uur nog maar met vijftien meter per seconde te blazen. Een lullige windkracht 5. Ik maak me er niet meer druk om. Ilulissat is leuk, maar het uiteindelijke doel is op maandag weer naar huis te vliegen. Als dat maar goed komt en de rest is allemaal mooi meegenomen.
Ergens in mijn hoofd was er een knop omgegaan, van de avonturier was ik weer huisvader geworden die er naar uit keek om zijn vrouw en kinderen weer te zien. In het ergste geval ga ik morgen weer naar de fitnessclub. Ook al is het hier pas om half tien licht en om drie uur al weer donker en in de tussentijd alleen maar grijs, het zal me een rotzorg zijn. Op het weer kan je niet vertrouwen, op de Groenlanders wel. Wat dat betreft tot nu toe nog geen slechte ervaring gehad. En ergens volgende week zal ik echt wel naar huis gaan. Waarschijnlijk zelfs gewoon zoals verwacht op maandag. De windverwachting is in elk geval prima voor maandag, maar 11 meter per seconde. Dat is windkracht vier, bijna te weinig om bij te zeilen. Het zal allemaal wel goed komen. Dit is Groenland, en ik voel me steeds meer Groenlander, hou ik mezelf voor.

Zaterdag 22 november
Okay, ik had natuurlijk het weerbericht ook al bekeken gisterenavond en wist dus van te voren dat het gewoon geen zin heeft, maar toch, je weet maar nooit, dit is Groenland en niets dat hier zo snel verandert als het weer. Dus toch om twintig minuten over vier opgestaan om direct maar naar mijn computer te lopen. De computer met Internet is hier de levenslijn naar de rest van de wereld, hopen maar dat die in elk geval actief blijft zolang als ik hier nog ben. Geen nieuws over de vlucht (logisch, te vroeg). Windbericht? Weer (nog steeds) windkracht 12. Met een verwachting naar ongeveer 150 km/h rond 12 uur. Maar daarna zakt hij in.
Goed, scheren, douchen, ontbijten. Ook al weet ik 95% zeker dat ik vandaag helemaal nergens naartoe ga, behalve dan naar de sportschool als die om 12 uur - een eeuwigheid van nu - open gaat, je moet er toch rekening mee houden. Na 12 uur zakt de wind in en het zou natuurlijk kunnen dat ze flink vertraagd weliswaar vanmiddag toch nog een vlucht naar Ilulissat laten vertrekken. Ik bedoel maar, ze zullen al die mensen toch moeten verplaatsen? Laten we het hopen.
5.30 uur: meer bericht over de vlucht volgt om 8.15 uur. OK, prima, hoef ik in elk geval niet voor niets naar de luchthaven om 6 uur, voor het geval dat. Het maakt me ook niet meer uit. Inmiddels moeten er al aardig wat mensen opgehoopt zitten hier in Nuuk die nergens naartoe kunnen. Hoe gaat Air Greenland dat dan oplossen? Even kijken... Ah, ze laten vanmiddag nog drie vluchten naar Kangerlussuaq vertrekken. VANMIDDAG?!? Er vliegt vandaag en morgen helemaal niets weg uit Kangerlussuaq. Dus wat betekent dat? Twee nachten in hotel barakken? Hoe zit het eigenlijk voor maandag en de rest van de week? Hmmm, maandagochtend twee extra vluchten, alle reguliere vluchten zitten al vol. Hoe goed is dat? Niet dus. Maandag gaat mijn vlucht naar Kopenhagen en die wil ik niet missen. Alles leuk en aardig, maar ik ga hier niet tot in de eeuwigheid blijven. Maar wat valt er op dit moment aan te doen? Twee opties: afwachten om te zien wat AirGreenland voor me doet of zelf het heft in handen nemen.
Afwachten??? Dat woord komt in mijn woordenboek niet voor. Kom op zeg, afwachten, zeker om er uiteindelijk achter te komen dat er maandag nog meer mensen naar Kangerlussuaq gaan omdat ze een aansluiting willen halen? Uiteindelijk moeten al die mensen die gisteren niet naar Kopenhagen konden op maandag óók naar Kopenhagen dus. Het zou dus wel eens druk kunnen worden. En wat garandeert mij dan dat ik op die vlucht Nuuk naar Kangerlussuaq zit? Inderdaad: helemaal niets. En alternatieven zijn er niet. In heel Groenland houden de wegen op aan de stadsgrens, alleen in de zomer vaart er hier en daar een boot maar daar is het nu het weer ook niet voor, en treinen, haha, treinen, die hebben ze hier niet. Dus behalve Air Greenland is er geen andere optie. Tenzij je vijf dagen in de hondenslee wilt zitten om de trip door de bergen te maken naar Kangerlussuaq.
Dan maar het heft in eigen handen nemen: flexiebel economy ticket. Welke vlucht? De 5.45, de 6.00 of de 10.00? Goed, redelijkerwijs is de 10.00 ook op tijd in Kangerlussuaq, maar de marge is maar 25 minuten. Dat risico gaan we dus niet nemen, want een nacht in de barakken: dat nooit. Dus de 6.00 vlucht. Who cares, ik kan het geld toch terugkrijgen als ik hem niet nodig heb. Normaliter héb ik hem niet nodig, maar ik weet nu in elk geval wel zekerder dat er ergens een plekje voor me is gereserveerd op maandag, de hele reis van Nuuk naar Kopenhagen, alwaar het Hilton hotel 's avonds op me wacht. Hilton, Walhalla op zijn Deens. Wat kijk ik uit naar het zachte bed in het Hilton!
Goed, dan is er nog één issue over, slaapplaats voor vanavond en morgen. Want eind van de dag komen er drie vluchten binnen uit Kangerlussuaq en één ding is zeker: op een van die vluchten zit Kim en zijn collega. Mijn Groenlandse huis biedt plaats aan twee mensen, dus er zal er eentje moeten verkassen. Welke opties hebben we hier? Zelf het heft in handen nemen en een kamer boeken in het enige hotel dat Nuuk rijk is? Geen optie, ze hebben geen on-line boekingssysteem dus dat heeft geen zin. Wachten totdat Air Greenland me een hotelkamer aan gaat bieden? Kan, is een goede optie want het kost ook niets. Of gewoon bot in het appartement blijven zitten. Kan ook, laat Kim het maar lekker uitzoeken met zijn collega. Niet echt sympathiek natuurlijk. Laten we maar voor optie 2 gaan en afwachten. Hier hebben ze geen barakhotel en in het appartement staat ook een bank. Nu heeft Michael me verteld dat Kim nogal kort is, dus die kan wel op de bank dan.
Je zou haast vergeten dat er ook nog steeds een optie is dat die vlucht gewoon doorgaat, later vanmiddag. Maar eerlijk gezegd? Daar geloof ik dus helemaal niets van. Het enige redelijke is dat ze de vlucht cancellen en alles wat naar Ilulissat wil op de 12.05 zetten, die wellicht (veel) later vanmiddag alsnog die kant opgaat. Afwachten maar. Binnen een half uur zouden ze meer nieuws moeten geven. De wind was drie kwartier geleden nog steeds 105 km/h, dus het is uitgesloten dat er vanochtend wat dan ook vertrekt hier. Totaal uitgesloten. Who cares, 10 kilometer indoor roeien kan ook leuk zijn.
8.15 uur: de ochtendschemering komt langzaam door. Het is goed om het inktzwart zo langzaamaan te zien veranderen in loodgrijs. Vooral tijdens het eerste ochtendgloren ziet het er goed uit. Inkzwart wordt diepblauw, diepblauw wordt middenblauw, middenblauw wordt blauwgrijs en blauwgrijs wordt grijs. Donkergrijs wel te verstaan. Eigenlijk is het uurtje tussen pakweg acht en negen uur het beste uur, het is een uur van hoop waarin het alle kanten nog op kan gaan met het weer. Rond negen uur slaat vervolgens de teleurstelling toe als duidelijk wordt dat ook vandaag het weer niet beter wordt dan diepgrijs.
Toch jammer dat er in dit appartement niet een leuk sportapparaat staat. Inmiddels heb ik al weer drie uur zitten werken aan een hoofdstuk en zou ik graag wat willen bewegen. Buiten rennen is uitgesloten. Het is weer gaan vriezen en sneeuwen en dat betekent dat het buiten een ijsbaan is. Wandelen is al lastig, laat staan rennen. Dus binnenblijven, totdat om twaalf uur de sportschool open gaat of er voor die tijd nieuws komt van de luchthaven.
Oh ja, luchthaven, even kijken. Okay, de vier eerste vluchten van vandaag hebben nu allemaal de status "meer informatie om 10.15 uur". Twee uur extra tijd dus. Wat hoopvol is, is dat de vijfde vlucht - die ook naar Ilulissat gaat - nu de status vertraagd heeft, in plaats van 12.05 staat hij nu op vertrek voor 12.15 uur. Dus houden ze er nu rekening mee dat er gevlogen gaat worden vanmiddag. Maargoed, om weg te kunnen vliegen, moeten er wel eerst vliegtuigen binnen komen want gisteren zag de luchthaven er nog akelig leeg uit. Okay, heel goed. De 12.15 wordt om 10.45 uur binnen verwacht. Windverwachting? Hmm, 130km/h rond 11 uur. Dat gaat hem niet worden dus. Maar weer even andere dingen doen dan.
Ik wil bewegen! Maar hoe? Ha, ik weet het: stofzuigen! Het appartement moet er natuurlijk wel een beetje toonbaar uitzien als Kim en zijn collega eind van de middag of begin van de avond hier aankomen. Stofzuigen dus. Okay, dat was in tien minuten tijd ook gedaan, viel enigzins tegen dus. Nog iets anders? Opdrukken. Voor de rest kan ik niets anders verzinnen. Ik voel me een soort tijger in een kooi die zin heeft om te rennen. Opdrukken is om een of andere reden ook iets dat ik minstens twee jaar niet gedaan heb, omdat twee jaar geleden het gewicht op mijn polsen net iets te veel werd. 15 keer. Toch redelijk. En nu? Doelloos internetten? Nee. 1 uur 45 voor de volgende vluchtverwachtingen. Elk kwartier dus een keer op de site kijken en in de tussentijd maar wat werken. Zou leuk zijn als er zo tussentijds ook nog een hoofdstuk af komt, uitgever ook weer blij.
10:15 uur. Zoals verwacht, het bericht over nadere informatie is weer uitgesteld. Tot kwart over twaalf deze keer. Volgens het weerbericht is dat nog steeds het moment waarop de storm afneemt. In het afgelopen uur is er van een afname nog helemaal niets te bespeuren geweest, de wind is alleen maar harder gaan waaien. Gezien het feit dat het om kwart over negen al orkaankracht was, schat ik dat het momenteel tussen windkracht 13 en 14 is. Ik heb mijn neus heel even buiten de deur gestoken om er een foto van te maken. Viel nog niet mee, de beukende wind, de sneeuw die direct naar binnen joeg, het gordijn dat naar binnen geblazen werd, maar, het is gelukt. Leuk voor later zullen we maar zeggen. Ondertussen een film gekeken op de laptop. Ik hoop maar dat de vertraging niet al te lang meer duurt, want het aantal onbekeken films op mijn laptop begint snel af te nemen. Ik ga maar wat werken. En de afwasmachine leeg halen. Die heb ik uit pure lamlendigheid inmiddels al sinds Michael weggegaan is drie keer laten draaien, terwijl ik hem nog nooit helemaal leeg gehaald heb. Zijn in elk geval de borden goed schoon.
Afwasmachine is leeg, eindelijk. Kim belde net. Hij zit met zijn collega vast in Kangerlussuaq. Ik benijd hem niet. Hij denkt dat rond vier uur alles alsnog gaat vliegen. Ondanks dat ik hem drie keer heb uitgelegd dat ik niet via Kangerlussuaq ga, denkt hij nog steeds dat hij me daar gaat zien. Geen probleem, als hij het niet wil begrijpen, dan maar niet. Mijn gok is dat om half twee mijn vlucht vertrekt en ik rond twaalf uur een taxi ga nemen naar de luchthaven. Air Greenland zal toch die hordes mensen die overal vastzitten in het land naar hun bestemming willen brengen lijkt me? Wel hopen dat de website van Air Greenland up blijft, want die is niet zo heel stabiel het afgelopen half uur. Mocht ie down zijn om twaalf uur, dan neem ik gewoon de gok en ga ik naar de luchthaven. Moet er toch naar toe, als het niet is om te vliegen, dan toch in elk geval om een hotel te regelen.
10:40 uur. Hmmm, minder. Tot nu toe stonden alle vluchten op "meer informatie om 12:15 uur", nu hebben ze de eerste vlucht geanuleerd. Mijn vlucht is volgende op de lijst... Maar er is een alternatief dat op dit moment gepland staat om 12.45 uur te vertrekken. Ik blijf proberen en ga er voorlopig maar van uit dat ik om half twaalf naar de luchthaven ga. Als er iets te regelen valt, zal dat ter plekke echt wel beter gaan als hier vanuit het apartement.
11:26 uur. De storm heeft nog steeds niet zijn hoogtepunt bereikt, maar als ik naar de website kijk van het DMI (Deens Meteorologisch Instituut), moet het hoogtepunt zo komen en verwachten ze nog steeds dat het vanaf twaalf uur minder hard gaat waaien. Gaat het Air Greenland lukken om de geplande vlucht van 12:45 te laten vliegen? Ik geloof er geen moer van. En als ze dat wel doen, als ik hier om 11:45 uur vertrek, dan moet ik nog op tijd op de luchthaven zijn om deze vlucht te halen. We blijven dus maar een kwartiertje extra zitten...
11:33 uur. Windbericht van 11 uur, de wind begint te draaien naar het zuidoosten. Heel goed. Het plan is dat het uiteindelijk oostenwind wordt en de wind verdwijnt. Daar heeft 'ie nog 27 minuten de tijd voor....
11:51 uur. Okay, ik ben er nog. Ik kijk naar buiten en ik zie geen verandering. Ik heb mijn backup geregeld dus WTF, ik blijf lekker zitten. Die vlucht van 12:45 die vertrekt? Geloof ik helemaal niets van. Dus ik wacht op nieuws dat om 12:15 uur gaat komen. Dat is nog 22 minuten, dat overleef ik ook wel weer. Ondertussen gaat de grafiek op het weerbericht die windsnelheid aangeeft alleen maar naar beneden. Jammer alleen dat ze dat buiten niet weten. Ook zijn er twee dames binnengekomen om het appartement schoon te maken. Ze doen maar, zolang ik op mijn vijf vierkante meter maar kan blijven zitten, met Canal + aan en de laptop op schoot, vindt ik het allemaal prima. Ik heb me er bij neergelegd dat ik hier blijf, ondanks dat kleine sprankje hoop dat er nog over is. De vooruitzichten voor maandag zijn goed en veel meer dan dat interesseert me op het moment eigenlijk niet. Inmiddels nog een vlucht geanuleerd, maar niet mijn vlucht. Ik blijf afwachten en Air Greenland blijft er kennelijk van uit gaan dat de storm gaat liggen. Daar heeft hij volgens mijn informatie nog drie minuten de tijd voor en dan moet het snel bergafwaarts gaan met de windsnelheid.
12:03 uur. Okay, vlucht geanuleerd. Er is er nog een over die die kant op gaat. Tijd om te bellen dus. Want anders zal ik een hotelkamer moeten regelen. En de anulering van een heel bosje vluchten dat ik inmiddels geboekt heb. Air Greenland nam snel op deze keer. "Kan ik vandaag nog naar Ilulissat?" "We bellen u binnen een half uur terug". Nog meer wachten dus. Inmiddels zeven uur al, maar dat maakt niet uit. Al hoop ik wel dat dit allemaal geregeld wordt voordat de sportschool vanmiddag sluit.
12:15. Inmiddels is alles geanuleerd, met uitzondering van de vluchten die vanuit Kangerlussuaq binnen moeten komen. Sander gaat dus nergens meer naartoe vandaag en de Groenland experience blijft beperkt tot Nuuk. Jammer, maar zo is het nu eenmaal. Inmiddels zie ik buiten de wind afnemen. Jammer, dat betekent dat waarschijnlijk de vluchten uit Kangerlussuaq wel binnen zullen kome en ik dus niet in het appartement moet blijven. Dan maar verkassen naar het hotel, eerst maar eens afwachten totdat Air Greenland terugbelt.
17:15 uur. Ze vliegen weer, alleen nog niet voor mij. Maandagochtend om 6 uur ben ik aan de beurt. Taxi om kwart over vier, dan ben ik tenminste op tijd. Die vlucht ga ik niet missen. Gek is dat, de trucs die normaal werken, werken hier niet. Groenland is niet te plannen, Groenland is afwachten en kijken of het allemaal goed komt. Soms gebeurt dat, vaak ook niet. En dan mag je het de volgende dag weer proberen. Of de dag daarna, of de week daarna. Wat dan ook. Ik ben maandag in elk geval op de luchthaven. En ergens op maandag gaat er een vlucht. En met een beetje geluk op diezelfde dag ook nog naar Kopenhagen. Laat het los, dat is de enige manier die werkt. Laat het los!
Kim en zijn collega zullen bijna wel aankomen. Jammer, ik heb het appartement niet meer voor mezelf. Wat maakt het uit. Hier alleen de hele dag zitten is ook niet echt geweldig. En dan heb ik in elk geval weer wat mensen die ook Engels praten. Want dat viel vandaag tegen. Vooral de mevrouw van Air Greenland die helemaal niets begrepen had van mijn reisplannen en de tickets die ze moest annuleren. Wat maakt het uit. Ik heb mailtjes gestuurd met het verzoek of ze de vluchten die ik niet meer nodig heb kunnen annuleren. Misschien doen ze dat ook. Misschien ook niet. We zien het wel. Het maakt mij niet meer uit.
Ondertussen morgen nog een dag in Nuuk. Grijze gevangenis? Nee, de windverwachtingen zijn goed, dus waarom morgen niet een wandeling maken naar de haven? Wie weet, drijft er weer zo'n fraaie ijsberg. Misschien ook niet. Misschien alleen maar een zwarte zee met een grijze lucht erboven. Misschien zijn er winkels open, misschien ook niet. Er is in elk geval Canal + waar elke twee uur een nieuwe film start. Nog anderhalve dag, dan ben ik hier weg. Waarschijnlijk. Eerst anderhalf uur op Nuuk airport wachten. Of langer. Dan vier uur op Kangerlussuaq. Of langer. Of overnachten. We zien het wel. Van mij mogen de Denen komen, tijd om te gaan eten.
Zondag, 7:34 uur. Voor de eerste keer dat ik hier ben uitgeslapen tot 7 uur. De Denen waren laat gisteren, dus het eten was laat, om tien uur kon ik mijn ben inschuiven. Daarnaast: morgen moet ik vroeg genoeg op als de taxi me om kwart over vier komt halen. Dát gaat namelijk sowieso gebeuren. Of die vlucht om zes uur ook gaat, dat blijft een verrassing. De windvoorspelling voor morgenochtend is niet al te goed. Vanavond om 9 uur trekt hij aan tot windkracht acht, rond zes uur zwakt hij weer wat af tot windkracht 7. We zullen zien...
8.45 uur: mijn nieuwe Deense roommate is wakker. Ik had al het idee dat ie een behoorlijk tijdje wakker was, gegeven het gestommel van zijn kamer, dat klopt dus. Hij had op zijn kamer zitten werken. Mafkees. Ik inmiddels ook al bijna twee uur in de woonkamer. Wat blijkt, had die mafkees zijn kamerdeur op slot gedaan. Eikel. Ik weet het nu al: morgen blijf ik net zo lang op de luchthaven zitten totdat er iets wegvliegt om me mee te nemen naar Kangerlussuaq. Met mijn businessclass ticket naar Kopenhagen zullen ze vast wel iets anders kunnen regelen als het barakkenhotel. Het interesseert me nu vooral om hier weg te komen, stel je voor dat blijkt dat deze Deen eigenlijk een bijlmoordenaar is? Het voordeel van Kangerlussuaq: het waait daar bijna nooit omdat het tweehonderd kilometer landinwaards is.
11:41 uur: of we zin hebben vanmiddag een stukje te gaan varen. Varen? Hmm, buiten een gevoelstemperatuur van -10 met wind en dan op open water op een bootje? Eerste reactie was laat maar. Maar dan, hoe vaak ben je nou in Groenland? Eerst maar een stukje wandelen door de stad, dan bellen we wel terug. Laat maar dus. -10 Is koud en zelfs met alle kleding dubbel uitgevoerd, is het op het water waarschijnlijk niet te harden als je geen eskimo bent. Laat maar dus. Gewoon maar weer naar de fitnesclub, wel zo veilig.
16:05 uur. Windverwachting voor morgen 6 uur is op dit moment 17 m/s. Dat is op zich niet zo'n probleem, windkracht 6 à 7. Wel een probleem is dat het Deens Meteorologisch instituut heel slecht de werkelijke windsnelheid kan voorspellen en er meestal onder zit. Kan dus 8 à 9 worden en dan herhaalt het verhaal zich weer. Tussen 10 en 12 zakt het even in naar 10 m/s, om vervolgens rond 3 uur weer te klimmen naar 20 m/s. En dat is absoluut de gevarenzone. Zes vluchten in totaal morgen van Nuuk naar Kangerlussuaq, hoe groot maakt dat de kans dat die van mij er door gaat? Toch maar weer het zekere voor het onzekere genomen en ook voor dinsdagavond in het Hilton in Kopenhagen een kamer gereserveerd. Als alles goed gaat, ben ik over 24 uur in dat Hilton. Op dit moment kan ik het niet geloven...
19:30 uur. Terug uit het restaurant waar Kim aangenaam gezelschap was en Morten niet. Wat een eikel! Hij heeft vrijwel de hele avond alleen maar Deens gepraat, efficiënte manier om mij te laten weten dat hij me niets te melden heeft, dat wel. En als klap op de vuurpijl, terug in het appartement vroeg meneer "Laat je thuis ook het licht aan als je weggaat". "Ja natuurlijk!" riep ik uit, verbaasd door zó veel stomheid. Die ga ik dus echt niet missen.

Terug naar de beschaving
Maandag, Nuuk, 4:32 uur. De wind duwt weer in mijn rug. Windkracht acht hooguit, gelukkig. De tien centimeter sneeuw die gisterenavond nog op de straten lag is half gesmolten, half verijst. Met alle kracht sleep ik mijn koffer achter me aan, goddank heeft het ding wielen, door de striemende regen en plassen, met drie tassen om mijn schouders. Dit is dus waar ik de afgelopen negen dagen op fitnessapparaten 50 kilometer heb hardgelopen, 25 kilometer geroeid en 50 kilometer heb gefiets. Ik ben in topvorm en niets houdt me tegen.
Het leek allemaal zo leuk geregeld, Kim had gisteren een taxi besteld om me bij het appartement op te halen om kwart over vier. Niet dus. Twintig over vier gebeld. "We zijn er in vijf minuten". Niet dus. Half vijf weer gebeld. Antwoordapparaat. Wat nu?
Op iets meer dan een kilometer is er het hotel en daar staan zeker taxis. Zo niet, dan is er vast iemand die er een voor me kan bellen. Niet al te lang geaarzeld, geen tijd voor. Je MOET een uur van te voren op de luchthaven zijn, anders loop je het risico dat je niet mee kunt. Lopen dus. Hoe krijg ik in godesnaam al die bagage door storm en ijs? Een combinatie van hardlopen en roeien: lopen en slepen.
Kim gebeld. Wat maakt mij het uit? Ik ben hier voor hem, híj had een taxi voor me geregeld die niet is komen opdagen. Mag hij nog een keer proberen. "Oh hemel", was zijn reactie. "Ik ga wat voor je regelen, ik bel je terug". Prima, doe maar. Lul. Ik vertrouw op niemand meer behalve mezelf en sleep de koffer mee de heuvel op. Het voetpad is onbegaanbaar, ik ga midden op de weg lopen.
Halverwege komt er dan toch een taxi aanrijden. Zwaaien, hij moet toch door hebben dat hij voor mij onderweg is? Vergeet het maar dus. De klootzak rijdt met een grote boog om me heen, op weg naar het appartement op Jagtswej 13. Hij doet maar. Ik sleep door, de heuvel op. Daar is het postkantoor, de hoek om, de ingang van het hotel verschijnt in zicht.
Wat is dat? Ja, taxi. Ik ben op nog ongeveer vierhonderd meter als er een afgetrapte Subaru taxi aan komt rijden. De Inuit taxi chauffeur stapt uit en loopt naar de ingang van het hotel. Even later komt hij met een blonde dame weer naar buiten. Rennen, anders is hij weg. Achter me aan hobbelt de koffer door plassen en over ijs. Hij zet zijn auto in beweging. Hij zal toch niet...
Hij ziet me, hij wacht. Hij doet zijn raam naar beneden. "Mag ik mee naar de luchthaven?" Hij vraag zijn passagier. Die vindt het goed. Blonde Deense Engel. "Stap maar in". Ik hijs mijn bagage in de kofferbak en vraag me serieus af hoe waterdicht die koffer nu eigenlijk is. Het is een Samsonite, dus dat zou goed moeten zitten. Maar het is ook een Samsonite waarvan het handige hengsel waardoor ik hem rollend mee kan slepen al aan een kant is afgebroken. Toch eens vragen hoe het zit met de garantie op die roemruchte kwalitatief uitstekende Samsonite koffers.
Mijn hart bonkt nog na in de taxi, ik heb mijn workout voor vandaag gedaan. Blonde Deense Engel is mijn tweede redder in nood hier, na Hendrik (van wie ik overigens nadat hij me vrijdag op de luchthaven had opgehaald niets meer heb gehoord, die moet het wel goed zat geweest zijn). Keurig op tijd levert de taxi ons om tien voor vijf bij het luchthavengebouw af. Eerste etappe succesvol afgelegd, nog twee te gaan tot Kopenhagen.
Op de luchthaven staat al een vliegtuig klaar. Goede degelijke Dash 7. Opmerkelijk, hoe iets in tien dagen tijd kan veranderen van een soort vliegende bus tot het beste vliegtuig van de wereld. Twee vluchten rond dit tijdstip, een om kwart voor zes en een om zes uur. Wat een opluchting als omgeroepen wordt dat boarding voor de eerste vlucht over tien minuten gaat beginnen. Ik blijf zitten aan mijn tafel, als je hier eenmaal een plaats bemachtigd hebt, moet je die vasthouden want opgestaan is plaats vergaan. Te veel mensen voor te weinig stoelen. Ik spel voor de derde keer het Air Greenland inflight magazine, al ken ik de artikelen over de opwarming waarmee ze hier drastisch geconfronteerd worden en het bier dat zee maken van gesmolten ijs vna de ijskap inmiddels bijna uit mijn hoofd. Hmm, het was me nog niet eerder opgevallen dat ook door die smeltende ijskap en de daarmee gepaard gaande opwarming het aantal stormen toeneemt. Ik ben dus zelf mede verantwoordelijk voor al die vertraging en uitval.
Tien minuten later. Nog steeds geen boarding. Gelukkig, de microfoon kraakt weer en ook al is het Groenlands onverstaanbaar, het feit dat zich een rij vormt voor gate 2 is duidelijk genoeg. De ruim veertig mensen die blijven zitten wachten op de volgende Dash volgen het proces aandachtig. Langer dan schijnbaar noodzakelijk blijft de kwart voor zes staan, totdat eindelijk de propellors beginnen te starten en hij langzaam wegrijdt naar startpositie.
Ik ga staan, als die van ons straks ook aan de beurt is, wil ik vooraan staan. Nog steeds giert de wind luid om het luchthavengebouw heen. Nog steeds geen garantie. Dan mogen we aan boord. Eenmaal in het vliegtuig, stuur ik een bericht naar huis "S in vlgtg". Dan gaat de deur dicht. Vijf lange minuten blijft het vliegtuig staan en gebeurt er niets. Hij zal toch niet? Dan starten de motoren, een voor een. Waarom start die motor links van me nog niet? Het vermogen neemt toe, een aangename trilling gaat door het vliegtuig (dezelfde trilling als waarvan ik me ruim een week eerder afvroeg of die betekent dat het vliegtuig wellicht uit elkaar gaat vallen). Langzaam rijdt het vliegtuig weg van zijn huidige positie. We bewegen!
Traag rijdt het vliegtuig de startbaan helemaal af, met de wind mee. Waar blijft dat volle vermogen nou? Dan draait hij om, aan het einde van de startbaan. Een paar meter vooruit, de stuwkracht van het volle vermogen. Het vliegtuig komt los, we gaan de lucht in! Nog nooit eerder heb ik zo'n geweldige take off gehad. Tussen het moment dat hij in beweging komt en dat hij de lucht in gaat, bevindt zich overigens niet meer dan tien seconden. Weg uit dit donkere zwart/wit oord, lang voordat de dageraad zich zal laten zien. Op naar Kangerlussuaq, poort maar de beschaving!
Kangerlussuaq: 10:22 uur. Het busstation verlaten en inmiddels door de controle heen. Klaar voor de internationale vlucht dus! Actie alom, de rode trappen worden klaargezet, de bagagekarren komen aangerold en er staan inmiddels al drie Dash 7 vliegtuigen klaar. Het wachten is nog op de vlucht uit Kopenhagen die volgens planning over 8 minuten moet aankomen. Enigzins vertraagd, maar dat maakt me helemaal niets meer uit. Het weer is goed, -11 graden, windstil en geen sneeuw dus hier kan niets meer mis gaan.
Sinds een uur of acht doet de zon een poging over de bergen heen te schijnen om toch nog wat daglicht te laten zien. Dat lukt niet zo heel erg goed, boven de bergen blijft het beperkt tot iets wat we bij ons het ochtendgloren zouden noemen. Wel bijzonder: met behoorlijke stukken blauwe lucht. Wat heb ik dat gemist! In Nuuk hebben ze alleen maar grijs, hier hebben ze ook kleur!
Achter de beveiligingscontrole is het aangenaam. Het voelt alsof ik nu al thuis ben. Het lijkt hier weer op een luchthaven in plaats van een busstation. Er zijn zelfs twee tax-freewinkels waarin ik me te buiten kan gaan aan souvenirs. Vier flessen Groenland bier (met gesmloten water van de ijskap) en een deodorant en showergel van Lancome, uit mijn hoofdstad. En belangrijker: ik zit naast wat misschien wel het enige publieke stopcontact is in het luchthavengebouw. De laptop krijgt weer voeding zodat ik straks in het vliegtuig de laatste twee DVD's op mijn laptop die ik nog niet bekeken had kan bekijken. Heerlijk, beschaving, ik kom er aan.

Terugblik
Terug thuis moet ik natuurlijk twee vragen beantwoorden. Was het leuk en wil ik nog een keer terug? Om maar met de eerste te beginnen: nee, het was niet leuk. Bijzonder was het wel en het was een ervaring die ik niet had willen missen. Ik heb de natuur meegemaakt op een manier zoals ik hem nog nooit heb meegemaakt. Rondlopen met winden van rond de 150 kilometer per uur, dat is bijzonder. Twee orkanen in één week, dat is ook bijzonder. Een land waar alle steden alleen met vliegtuigen met elkaar verbonden worden, dat is bijzonder. Kun je je voorstellen dat tot 1971 er zelfs alleen maar vervoer per boot mogelijk was? Toen had Nuuk namelijk helemaal nog geen luchthaven. Zelfs overgeleverd te zijn aan de goden voor wat betreft het al dan niet vertrekken van het vliegtuig was bijzonder. En ik heb genoten van mijn eerste echte ijsberg, al was het volgens Kim maar een kleintje. Fuck Kim. Maar leuk? Nee. Nuuk is saai en lelijk en als er buiten een sneeuwstorm woedt (zoals op de meeste van de dagen dat ik er was), is er bar en bar weinig te doen. Gelukkig zat ik in een appartement met enigzins bewegingsruimte en niet een kleine hotelkamer, gelukkig waren er wel supermarkt, fitnessclub, internet en Canal + want anders had ik me helemaal rot verveeld. Of is het jammer dat ik in een appartement zat, ver van de rest van het leven in Nuuk? Ondanks dat het een kleine stad is, er is meer leven en meer samenleving in Nuuk dan in heel Nederland.
Er was ook een groot lichtpunt in deze hele reis. De manier waarop ik ontvangen ben, vooral door Hendrik, maar ook de wijze waarop de andere cursisten met me omgingen. Stefan, zo blij dat ik hem in een week opgeleid heb tot CLP-niveau. Annatti, die in de pauze even walvishuid voor me ging halen en zich verontschuldigde dat hij me niet bij hem thuis uit kon nodigen omdat hij in scheiding ligt. Maar bovenal Hendrik die de hele periode lang me heeft moeten verduren en toch steeds op kwam draven, zelfs zondagochtend vroeg om me even naar het werk te brengen. Vermoedelijk zit het deze mensen in de genen om zo met elkaar om te gaan. In een wereld waar de afstanden zo groot zijn en de mensen zo schaars, maak je alleen maar een kans als je voor elkaar zorgt. Zo is het al generaties lang, zo is het nog steeds. En dat is hartverwarmend, ondanks de kou.
En ga ik terug? Toch wel, als de gelegenheid zich voordoet. Maar dat zal niet tussen midden oktober en eind maart zijn. Als ik terug ga, wil ik daglicht zien, midzomernachtszon, echte ijsbergen, de ijskap, gletsjers en Noorderlicht, zonder al te veel kans te lopen voortdurend omver geblazen te worden door weer een orkaan en dagenlang niet weg te kunnen omdat alle luchtverkeer plat ligt. En eindelijk toch Ilulissat bekijken. Ik kom terug, maar wel op een manier zoals ik dat wil. Ik wil genieten van Groenland, Groenland zich laten gedragen zoals bij mij past en niet omgekeerd. Zoals een beroemd politicus het ooit verwoordde: "I'll be back..."

Januari 2009
Ik moet vandaag naar Leiden, voor de migratie bij Mike. Gelukkig wil Mike graag dat de migratie plaatsvindt op een moment dat de gebruikers er zo weinig mogelijk last van hebben. Dat komt goed uit. Het is prachtig weer. Het is al een week lang koud en het heeft licht gesneeuwd. Ik loop nu elke week hard en met het langer worden van de dagen, beleef ik er steeds meer plezier in. Helaas zijn de dagen nog niet lang genoeg om na het werk lekker door het bos te gaan lopen, dus ik neem het er van. Ik vertrek om kwart voor negen, nadat ik de jongens naar school heb gebracht. Ik ben alleen in het bos, wat een beetje heiig is door de damp die van de bevroren bospaden afkomt. Ik ervaar de hardlopershigh voor de eerste keer grondig.
Ik weet wat het is om high te zijn, genoeg joints gerookt toen ik puber was, maar dit is anders. De wereld om me heen is ineens compleet perfect. In de verte in de mist zie ik herten uit de bosrand springen, het pad over, om aan de andere kant weer in het bos te verdwijnen. De wereld om me heen is perfect. Ik voel een totale rust, alsof je aan het mediteren bent en ben helemaal op mijn plaats. Hardlopen heeft een plaats gekregen in mijn leven. Ik weeg tweeëntachtig kilo op het moment en ben een hardloper. Ik durf mijn lijf weer te zien, val volgens alle tabellen in de categorie gezond en het geeft me energie. Ben ik de stress dan echt de baas?
Tijdens het rennen besluit ik hoe mijn toekomst als hardloper eruit moet zien. En voor het eerst popt het M-woord in me op. Marathon. Ik wil een Marathon gaan lopen. Waar en wanneer? Ik weet het nog niet. Is er niet een halve marathon of zo ergens in d elente in Roosendaal? Totaal uitgerust rijdt ik door het winterse landschap naar Leiden toe een paar uur later. Ik voel me herboren, zelfs al loopt de klus bij de klant op die dag echt totaal voor geen meter.

IJsbergen - het plan
Donderdag 5 maart. Gisteren niet naar de VS gereisd, gezien de economische omstandigheden leek het me beter thuis te blijven om geld te verdienen. Moet wel toegeven dat Groenland een rol speelt in de beslissing. Begin februari kreeg ik een mail van Stefan, een van de deelnemers aan de cursus in November. Of ik langs kon komen om hun server te optimaliseren. En vanaf dat moment roept Groenland weer.
Hoe lang is het geleden dat ik zei dat ik er voorlopig niet meer naartoe hoef? Twee maanden? Eén telefoontje van Stefan was genoeg om die voornemens dus overhoop te gooien. Met het telefoontje kwamen de herinneringen weer naar boven, het appartement, de nachtelijke sleeptocht met koffer over de ijzige straten van Nuuk, de droom van ijsbergen in Ilulissat. Want ik kan het me nog steeds niet voorstellen hoe het is als een stuk ijs van een paar honderd meter hoogte van een zeven kilometer brede gletsjer afbrokkelt om vervolgens in zee te verdwijnen. En met het telefoontje van Stefan deed zich ook een zakelijke mogelijkheid voor. Maar wanneer zou ik dan moeten gaan? In mijn planning zag ik eigenlijk maar één optie: de BrainShare week. En waarom zou ik in hemelsnaam naar BrainShare gaan als ik ook naar Groenland kan?
Naar Groenland, dat is dus wel makkelijk gezegd, maar de volgende vraag is dan waar in Groenland. Eerst afspreken met Stefan, dagje werk, middagje als ik het goed plan. Locatie gebonden? Nee, ze hebben verschillende locaties. Nou, dan wordt het dus niet in storm city Nuuk, maar in ijsberg city Ilulissat. Laten we vooral deze keer eens het plezier met het nut verbinden. Vrijdag heen met Air Greenland vanaf Kopenhagen, Maandag weer terug met dat zelfde Air Greenland. Een weekendje Groenland dus. Tsja, waarom ook niet? Sommige mensen doen een weekendje Antwerpen.
Maar toch. We hebben het over een flinke investering. Moet dat nou echt? Is het het waard? Goeie vraag. Of ik het terug ga verdienen? Weet ik niet. Lang getwijfeld. Wel doen of niet? Uiteindelijk gaf mijn maatje Marcel de doorslag nadat hij een half uur lang mijn zielenroerselen had aangehoord. "Sander, jij gaat naar Groenland en ik wil dat je me vanavond de bevestiging stuurt van je ticket." Dank je wel Marcel. Vorige week donderdag mijn ticket geboekt, nu, een week later op weg naar Groenland.
Elk plan moet een plan B hebben. En een plan C. Groenland jeukt onder mijn huid en die jeuk die moet eruit. Al weet ik drommels goed hoe het werkt met jeuk. Als je jeuk hebt, moet je vooral niet gaan krabben want dan wordt de jeuk alleen maar erger. Goed, dat risico neem ik dan maar. Niet gaan is nog erger. Dat is dus plan B. Groenlandtherapie.
Donderdag 5 maart inmiddels, Schiphol, de Privium lounge. Dat is een verzamelhok van over het paard getilde zakenmensen die duidelijk niet al te veel last hebben van de economische teruggang en er honderdzeventig Euro per jaar voor over hebben om vooraan te mogen parkeren en met een Iris scan door de douane te gaan. Waarom hoor ik daar eigenlijk ook bij? Oh ja, omdat ik een rothekel heb aan parkeren op P3, ergens helemaal achteraan op het parkeerterrein. Maar ze hebben er goed eten en ik ben lid, dus waarom niet? Nog even genieten van de luxe, voordat ik de ontberingen op ga zoeken. Lopen door ijs en mist bij min 30 graden, ik lijk wel gek. Vanaf het hotel is het een wandeltocht van vijf kilometer heen en terug naar het ijsfjord. Geen idee wat ik me voor moet stellen bij een wandeling van vijf kilometer door mist en -30. Maar één manier om dat uit te vinden, gewoon doen.
Voor alle zekerheid heb ik in de aanloop van deze reis toch maar wat extra getraind. Elke dag hard gelopen, zondag zelfs een nieuw afstandsrecord van 22 kilometer. Daarna gas terug, zes kilometer op maandag en woensdag, dinsdag een rustdag. Vanavond in Kopenhagen nog een uurtje op de loopband en Sander is in topvorm. Die topvorm had ik uiteindelijk in Nuuk ook nodig op de laatste ochtend, dus nu weer. Moet er voor het gemak maar rekening mee houden dat vijf kilometer wandelen door de mist met -30 ongeveer een zelfde belasting geeft als twintig kilometer hardlopen op de eerste dag dat het een beetje op lente lijkt dit jaar in Roosendaal. Wie gaat er nou toch van de ontluikende lente vrijwillig de poolkou in?
Donderdag, 18.00 uur, Kopenhagen. Ik heb zojuist maar even gekeken naar de vertrouwde websites, de departures van Air Greenland en het weerbericht van Ilulissat bij het Deens Meteorologisch instituut DMI. Asiaq niet te vergeten, DMI doet een gok hoe het weer gaat worden en Asiaq laat zien wat het werkelijk is geweest. Vaak kom je er bij hun achter dat de wind toch 30 meter per seconde gewaaid heeft in plaats van de 15 meter per seconde die DMI voorspeld had.
Guess what? De vluchten tussen Kangerlussuaq en Ilulissat hadden vandaag ongeveer vijf uur vertraging... Het is al de hele week mistig in Ilulissat. Waren we het soms even vergeten? In Groenland is het weer de baas, niet de mens. En zou Sander er nu eindelijk in slagen om daar mee om te gaan? Stel je voor zeg, helemaal naar Groenland om jezelf tegen te komen... Maar was dat niet juist het doel?
Maar hé, wacht even. We zijn er nog niet eens en dan al stressen? Kom op. Groenland weet je nog? Laat het gewoon maar overkomen en dan zien we dan wel verder.

Diepvrieskou
Vrijdag, de luchthaven van Kangerlussuaq, min 32. Dus zo voelt min 32. Net aangekomen in Kangerlussuaq, het is hier min 32 graden. Ongeveer honderd meter van het vliegtuig naar het luchthavengebouw. Eerste ervaring: lekker fris. Makkelijk zeggen, nog in de luwte van het vliegtuig lopend. Trap af, op de grond, windje. Ai. Koud. Ik heb expres geen muts op gedaan en geen handschoenen aan. Doe als de locals, die doen dat ook niet. Voor honderd meter, kom op!
Het eerst wat opvalt is de broek. Ik vermoed dat daar minuscule zweetdruppeltjes inzitten en die zweetdruppeltjes die je voelt als behaaglijke warme worden koud. En dat voelt ongeveer weer net alsof je een uurtje in de motregen op de fiets hebt gezeten en daar komt dan ineens een windje bij. En vervolgens gaat er een diepvriezer overheen. Het voelt alsof mijn benen compleet bevroren zijn. Tweede ervaring: handen. Als de kou zo koud is, prikkelt het op je handen. Derde ervaring, oren beginnen te gloeien. Serieuze shit. We hebben het immers over honderd meter. Hoe lang zal dat zijn? Een minuut? Rekening mee houden dus als er later gewandeld gaat worden.
Het luchthavengebouw. Merkwaardigerwijs oogt het minder klein als de vorige keer dat ik hier was. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat ik nu weet hoe het eruit ziet. Het is gewoon onhandig ingedeeld, met allemaal ruimtes die net iets te klein zijn. En met het feit dat iedereen blijft hangen bij de tax-free ruimte om de Deense BTW van 25% te vermijden. Maar wat wil je, je koopt hier zes biertjes voor 33 kroner, terwijl diezelfde biertjes in de winkel in Nuuk 17 kroner per stuk kosten. Het gaat om heel wat meer dan 25% BTW en als ik iets langer zou blijven, had ik er ook wel wat gekocht.
Een omroep. Ah, de vlucht naar Ilulissat heeft vertraging. Waarom verbaast me dat niet? Een uurtje vertraging, dat valt mee. "Wegens technische redenen". Hmm. Goed in de gaten houden dus. Technische redenen kunnen uit de hand lopen. En we maken er tot die tijd maar het beste van. Ik ben in Groenland en daar kun je maar één ding doen: berusten.
Tafeltje gezocht, laptop aan. Geen stopcontact, jammer. Wat staat het streepje van mijn batterij laag?!? Zou dat nou inderdaad het effect van de kou zijn? Men zegt het altijd wel dat een batterij in extreme kou heel snel leegloopt, maar ik had dat nooit echt gelooft. Wat kan je je daar in Nederland nou bij voorstellen? Maar als ik het zo bekijk, valt het niet echt te ontkennen. Waar ik bij het afsluiten van de laptop in het vliegtuig nog stroom voor 3 uur had, resten me nu nog een schamele 40 minuten... Tsja, het zei zo. Daar moeten we maar het beste van maken dan. Op dit moment is het in elk geval geen optie om op te staan om een andere plek te zoeken met misschien een stopcontact. De wachtruimte zit heel erg vol. Zo vol dat verschillende mensen blijven staan, wachten op hun vlucht die vast voor die van mij zal vertrekken.
Die twee mannen met dat dienblaadje hebben groot gelijk, ze komen bij me aan tafel zitten om hun lunch op te eten. Pas als ze zitten vraagt er een of ze mogen zitten. Natuurlijk mag dat. Dit is Groenland en hier is niet iedereen zo van goed je eilandje afbakenen zodat er niemand bij je komt zitten. Wat een onzin. Nog steeds jammer dat mijn Groenlands een beetje roestig is. Immiaaraq is het enige wat ik me herinner. Geloof ik. Dat staat voor bier.
Over bier gesproken. Dat moeten we voorlopig maar even rustig aan doen. Denen kunnen drinken en dat is best leuk, maar je blijft er niet zo heel erg fit bij. Vooral de volgende dag niet. Maar wat maakt het uit. Bij een goed glas bier worden de beste ideeën geboren. En gelukkig heb ik in het vliegtuig een uurtje ofzo kunnen slapen, van IJsland tot de Oostkust van Groenland, toch alleen maar wolken te zien. Net op tijd om wakker te worden als we aanvliegen op de oostkust van Groenland. Die kust is spectaculair, bergen tot een kilometer of drie hoog die direct aan de zee staan en als alpen zo vier omhoog rijzen, met grillige spitse toppen waar stuk voor stuk misschien nog nooit een mens op heeft gestaan.
Nog steeds in Kangerlussuaq, een half uur later, nog twintig minuten stroom in mijn laptop en deze keer serieus. Gelukkig vertrekt er weer een vlucht en wordt het wat rustiger in het restaurant. Nou ja, restaurant, zeg maar meer kantine met lange tafels waar iedereen gezellig bij elkaar kruipt. Waarom ook niet? In Nederland vermijdt je mensen omdat er veel te veel van zijn, in Groenland zoeken mensen elkaar nog gewoon op. Gezellig bij elkaar, en is het niet om de gezelligheid, dan is het vast om te profiteren van elkaars lichaamswarme.
De batterij van mijn laptop begint akelig leeg te worden. Ik kijk op en kijk om me heen. Daar bij het raam, naast de deur die steeds open gaat waar mensen in en uit lopen, dat lijkt wel een stopcontact en er staat nog iemand op ook! Die is van mij. Ik vraag aan de man tegenover me, creatief type, lijkt op Steven Spielberg, "do you mind?", nee niet dus en sluit vervolgens mijn laptop aan op het elektriciteitsnet. Eindelijk stroom. Want wat moet je anders totdat het vliegtuig komt? Waarom heb ik eigenlijk geen reservebatterijen? Ik besluit er direct twee te kopen zodat ik ook de langste dag, wachten op Groenlandse luchthavens totdat de sneeuwstorm optrekt door kan komen.
We raken aan de praat. "Waar ga jij heen?" vraag ik. "Naar Ilulissat". We raken aan de praat over wat ons daar brengt, ik vertel het verhaal van mijn klant en mijn frustratie dat ik het de voorgaande keer niet gehaald had. "Wat ga jij daar dan doen?", vraag ik. "Ik maak een film", antwoordt de man. Vervolgens vertelt hij dat hij hier vorige week ook al was, maar toen hadden ze hun eigen chartervliegtuig wat - geheel naar Groenlandse traditie - te laat vertrok. Ik realiseerde me het niet direct, maar blijkt dus dat ik aan tafel zit met de producer van de film, een Hollywood bekendheid die daar een grootste productie komt schieten met de naam "The Last Airbender", volgend jaar in de bioscoop. De man in kwestie is Sam Mercer, onder andere ook de producer van the Sixth Sense. Maar goed, geen reden om paranoïde te doen. De man maakt films voor zijn werk. So what? Er zijn er ook die boeken maken voor hun werk en daar wordt je ook niet eens God door ofzo. Aardige kerel verder, sympathiek gesprek, niet meer, niet minder.
Ondertussen houdt ik wel via airgreenland.com de vertrektijden voor Kangerlussuaq in de gaten. Op de luchthaven zelf wordt niets aangegeven en er wordt wel iets omgeroepen, maar dat is totaal onverstaanbaar, dus lang leve mijn superlangzame en ongetwijfeld erg dure (wil ik op het moment nog even niet weten) GPRS-internetverbinding waardoor ik al een tijdje wist dat de vlucht in plaats van om 11.40 uur om 12.40 uur zou vertrekken. Wat krijgen we nu? 12.00 ineens?!? Het is nu 11.48, dus ik zeg Sam tot kijk, pak mijn laptop en voeding in en spoedt me naar de gate waar inderdaad een kartonnen bordje hangt dat de vlucht naar Ilulissat aankondigt.
Het inchecken is begonnen. Dit betekent in dit geval niet dat je direct door mag lopen naar het vliegtuig, maar dat alle mensen tussen geïmproviseerd hekwerk geplaatst worden nadat hun boardingkaart is ingenomen. In zo'n geval is een beetje voorkennis dus wel handig. De interne vluchten van Air Greenland hebben "open seating", dat betekent dat je op zijn RyanAir mag rennen naar het vliegtuig om een zo goed mogelijke plaats uit te zoeken. Dat hoef je hier dus niet te doen, want wat maakt het uit op welke stoel je uiteindelijk terecht komt, maar goed, deze Nederlander zorgt wel dat hij als eerste de deur uit is. We gaan wel naar Ilulissat en als je ervoor zorgt dat je rechts komt te zitten, schijn je vanuit het vliegtuig een goed uitzicht te hebben over het Icefjord.
Na een minuut of tien wachten gaat de deur open en mogen we naar buiten. Tenminste, er wordt wat onhandig gedaan door het juffrouwtje in kwestie met van die verstelbare koordjes die je op luchthavens overal ziet om te managen welke kant een rij mensen op gaat en uiteindelijk gaat het koordje dat ons nog tegen houdt open zodat we door kunnen lopen.
Onderweg zie ik nog een thermometer. Min 35, Okay... Min 35 voelt inderdaad erg koud en nog niet echt enthousiast om mijn ballen eraf te laten vriezen (ik loop nog gewoon in een spijkerbroek zonder wat dan ook extra) loop ik snel door naar het vliegtuig, gevolgd door de rest van de passagiers. We worden opgewacht door een stewardess die druk gebaart dat we er nog niet in mogen en terug moeten. Goed terug dan maar, iedereen gaat achter het vliegtuig staan dus daar ga ik dan ook maar bij staan. Al snel beginnen mijn oren pijn te doen van de kou. Gelukkig heb ik een oude skimuts, modelletje 1980 wat volledig de oren bedekt, meegenomen en zet die maar op. Daarna de vingertoppen. Dat lossen we op met de bepaald robuuste handschoenen die ik de laatste wintersportvakantie in Le Praz-de-Lys gekocht heb. Ik ben blij, want ik zie de meneer naast me die waarschijnlijk denkt dat hij een belangrijk zakenman is en daar staat in zijn overhemd en veel te lichte overjas een stuk minder blij om zich heen kijken. Gelukkig duurt het maar vijf minuten, wat in deze kou al snel een half uur lijkt, voordat we door mogen lopen.
Tot mijn verbazing hebben ze in het vliegtuig de voorste zes rijen stoelen weggehaald. In plaats daarvan ligt een grote stapel bagage, goed vastgesjord met netten en dikke sjorbanden. Wat maakt het uit? Die bagage moet ook mee. Toch vertrouw ik het niet helemaal en ga ik dus zeker niet op de eerste rij zitten!
In het vliegtuig is het behoorlijk koud, maar altijd minder dan buiten dus ik ben al lang blij dat ik vlak onder de vleugel een plaatsje bij het raam heb kunnen bemachtigen. Aan de rechterkant had ik bedacht, want alleen rechts heb je goed zicht op het ijsfjord als mijn theorie klopt (het vliegtuig gaat van zuid naar noord langs de westkust van Groenland, dus zal waarschijnlijk net boven het water vliegen dus zijn de ijsbergen rechts).
Het vliegtuig stroomt langzaam vol, mijn plaats is nog steeds vrij totdat een vrij forse dame mijn kant op komt, iets zegt in Deens of Groenlands en naast me neerploft. Terwijl ik antwoordt dat ik haar niet versta, wordt ik fijn gedrukt tussen haar lichaam en de wand van het vliegtuig waarvan ik me afvraag of het wel veilig is om daar tegenaan te leunen (je weet nooit of die wand wel goed vast zit toch?). Ze antwoord in uitstekend Engels "Ik zei dat ik hier ga zitten". Tsja, zoiets vermoedde ik al en ik geloof niet dat ik veel keus heb. "Natuurlijk, ga je gang, zei ik daarom maar beleefd."
Ook nu raak ik weer snel in gesprek. Merkwaardig eigenlijk, op standaardreizen van het ene punt van beschaving naar het andere punt van beschaving gebeurt me dat nooit, maar nu zit ik al voor de tweede keer binnen een uur of zo gezellig met iemand te praten. De dame in kwestie is behalve erg dik ook erg onderhoudend en voordat we het weten, zet het vliegtuig al de daling in naar Aassiaat, naar Groenlandse begrippen een middelgrote stad waar ongeveer tweeduizend mensen wonen met een piepklein vliegveldje. Daar wordt eerst alle bagage uit het vliegtuig gehaald en vervolgens wordt de helft van de bagage weer teruggezet waarbij de passagiers in de zonnige wachtruimte hun tijd doorbrengen.
"Mijn vriend, heb je al eens Groenlandse parlementsleden ontmoet", hoor ik ineens van mijn reisgezel die met die andere mensen (waarvan twee buitensporig dik) op een bankje zit. "Nee natuurlijk niet, wat denk je zelf?", denk ik, maar zeg ik toch maar niet. Ze stelt me voor aan de drie leden van de Groenlandse nationalistische partij die met een uitdrukking zoals je die van nationalisten mag verwachten me aankijken en iets met hun hoofd trekken wat je zou kunnen interpreteren als een quasi-beleefd knikje. Vooral de dikste dame die er tussen zit is ronduit eng.
Nu moet je je voorstellen dat in Groenland bijna iedereen dik is. Dat is dus geen probleem en ze hebben groot gelijk, bouw je tenminste wat bescherming in tegen de kou. Daarnaast zijn native Groenlanders overduidelijk genetisch verwant aan Japanners en andere Oost-Aziaten. Spleetogen dus. Nu hebben de meeste mensen met spleetogen die ik eerder gezien heb donkerbruine tot zwarte ogen, deze dame niet. Waarschijnlijk was er vijf generaties geleden eens een woeste viking over een van haar voormoederen heengegaan, wat tot gevolg heeft dat de dame in kwestie naast een perfect en volledig Groenlands uiterlijk heldere groenblauwe ogen heeft. Een geheel dat uiteindelijk nog het meest doet denken aan een woeste walrus. Dat werd dus ook geen echt gezellig gesprek.
Ik vond al snel een excuus door een SMS die ik ontving. Van Hendrik (mijn Groenlandse gastheer uit Nuuk). Of ik al in Ilulissat was aangekomen en hoe het daar was. Erg aardig. Goed ook dat het me een excuus gaf even iets verderop te gaan staan om een paar SMS-jes uit te wisselen totdat het tijd was om weer in te stappen.
Het laatste stukje naar Ilulissat is maar een kort stukje, had mijn reisgenote me al voorbereid. Even de baai over en we zijn er. "Nu zijn we zo bij het ijsfjord", zei ze. De plaatjes op Google Earth zijn vrij duidelijk, kilometers ijsbergen achter elkaar die vanaf het landijs de Disko baai ingeduwd worden.
Verschrikt riep ze, "waar zijn al de ijsbergen?!?". Inderdaad, in plaats van een lange witte gletsjer zagen we een veelal blauwe baai die slechts licht bevroren was met alleen maar hier en daar een ijsberg. Zou het met het koude weer te maken hebben? Is het ijsfjord alleen maar productief als het zomer is en het ijs smelt? We hadden geen van beiden een antwoord, het enige dat duidelijk was, is dat op zijn minst zeven kilometer aaneengesloten ijsbergen zomaar verdwenen waren, in ruil voor een laf dun laagje zee-ijs. En wat er dan precies aan de hand is, tsja, dat boeit dan ook niet echt toch?
Op de luchthaven staat het transport van het hotel te wachten. Twee busjes één passagier. Ik dus. "We hadden meer mensen verwacht". Ja, dat blijkt. "goed nieuws voor mij bij het inchecken", antwoord ik. Het inchecken is inderdaad te overzien als je de enige bent.
Eenmaal in het hotel gevraagd hoe de man achter de receptie me kan helpen excursies te plannen.
- "Dan moet je World of Greenland bellen"
"Kan jij dat dan niet voor me doen?"
- "Nee, maar ik wil ze wel opbellen ".
Dus had ik een minuut later Kristina van World of Greenland aan de telefoon.
"Ik wil met de helicopter naar het ijs"
- "Geanuleerd wegens gebrek aan belangstelling"
"Met de boot naar het ijs?"
- "We hebben een boot op zondag, maar die zit vol. We kunnen kijken of we een grotere boot kunnen boeken, dan bellen we."
"Ja, maar ik ben hier maar een weekend. Wat heb je me wel te bieden?"
- "Een ritje met de hondenslee."
"Okay, dat stond ook op mijn lijst. Doe dat dan maar."
Ritje met de hondenslee, zaterdagmiddag. Vast ook leuk, wat maakt mij het uit?
Vervolgens snel naar mijn kamer. Mooie kamer, de zogenaamde junior suite. (Als je dan eindelijk een weekendje in Ilulissat bent, doe het dan ook gelijk goed). Zithoekje, bed wat nu al uitnodigt om te gaan slapen en badkamer met bad en raindouche. Heerlijk, ik heb altijd al onder de raindouche gewild. Nu even niet dus, douchen kan thuis ook, een ijsfjord hebben ze daar niet. Dus omgekleed om de poolkou te trotseren. Om precies te zijn:
* voeten: paar stadssokken, de sokken van de Business Class van Air Greenland eroverheen en daar weer overheen de wandelsokken die ik ooit gekocht heb. Afgerond met mijn bergschoenen.
* Benen: hardloopbroek met spijkerbroek eroverheen.
* Body: t-shirt, vest, winddichte hardloopjas, leren jas met dubbele sluiting.
* Handen: dunnen handschoenen om toch zeker wel foto's te kunnen maken, dikke handschoenen uit Praz-de-Lys.
* Hoofd: orenbedekkende muts.
Vervolgens als een michelinmannetje naar buiten gelopen de "stad" in. Gewoon niet lullig doen, ze hebben hier ongeveer 4000 inwoners en dat is wel mooi de derde stad van Groenland. Ja, het was koud, maar zonnig dus viel mee. Wel goed oppassen met lopen langs de straat, want de auto's hebben niet veel ruimte en overal aan de rand van de straat is er een opstaand randje ijs waar je dus zo van af glibbert naar beneden. Na een uur lopen en verschillende keren vragen was ik redelijk in de buurt van het ijsfjord. Toch nog even vragen.
"Pardon, mag ik jou wat vragen?"
- "Ja hoor, ben je Nederlands?"
Ene Rob (waarom heet iedere man waarmee ik tegenwoordig om ga Rob of Ron?), uit Nederland die hier tijdelijk is voor zijn scriptie (zo'n scriptie wil ik ook schrijven). Ja, ik was bijna bij het ijsfjord. Altijd leuk een landgenoot te ontmoeten (al had ik niet verwacht hem hier bijna op de Noordpool tegen te komen), vooral leuk dat ik even bij kon praten over wat er hier allemaal te doen is. Dat leverde wel de goede tip op om ook nog even bij de buurman van World of Greenland langs te gaan. "Greenland Nature". Ook daar organiseert men tripjes en Rob vertelde me dat ze nog plaats hebben op de boottocht morgenmiddag. Heel mooi. Daar moet ik bij zijn. Eh, morgenmiddag? En hoe zit het dan met de hondenslee? Jammer voor de hondenslee, liever de boottoch. Dan de hondenslee maar annuleren, lekker belangrijk.

Zaterdag
Om vijf uur opgestaan vanochtend, dat is negen uur Nederland en zo kan je de jetlag een beetje onder controle houden. Vervolgens ontbeten, om kwart over vijf op weg naar de ontbijtzaal die hier gewoon om vijf uur open is - handig - begon het achter de bergen al te schemeren. Eenvoudig ontbijt, brood, koffie en sinaasappels maar dat maakt niet uit, daar kun je ook genoeg energie mee inladen voor de rest van de dag. Vijf minuten na me kwam een Groenlander binnen. Ik weet het, je mag op uiterlijk niet oordelen maar waarschijnlijk een bouwvakker die werkt aan de uitbreiding die ze bij het hotel aan het bouwen zijn.
"Aardig", dacht is, "hij laadt vast ook wat eten op voor zijn vrouw en kinderen." Niet minder dan vier borden schepte hij op en nam hij mee naar zijn tafel. Maar ook na tien minuten nog geen vrouw en kinderen. Wel nog een keer een bordje volscheppen. Tsja, daar kan de gemiddelde Rus in een all-in resort nog een lesje van leren... Mijn bouwvakker kan er in elk geval de rest van de dag weer tegenaan.
Na het ontbijt toen het goed licht was de Groenlandkleren weer aangetrokken en op pad gegaan. Er is hier een aantal trails en voor vandaag was mijn keuze gevallen op het zogenaamde blauwe trail. Het was nog rustig op straat, geen auto's en niets dan het geluid van honden. Ilulissat is sleehonden hoofdstad van Groenland, tussen de huizen vindt je op verschillende plaatsen velden waar tientallen soms honderden honden aan de ketting liggen. Ik betwijfel overigens of het woord "honden" wel het juiste woord is. Het ziet er meer uit als wolven, wat zeker ook bevestigd wordt door hun gewoonte om te huilen zoals wolven dat doen.
Het was overigens behoorlijk koud vanochtend. Kouder dan gisterenmiddag. Niemand weet hoe koud precies, maar als je DMI moet geloven, een graadje of min dertig. En dat betekent dat de kleding die gisterenmiddag goed was, vanochtend eigenlijk te licht was. Kun je je het voorstellen, dat ik onder een t-shirt, een vest, een winddicht jack met capuchon, met leren jas met dubbele sluiting en voering toch nog de rillingen had? Wel mooi dus. Morgenochtend dus net iets meer kleding aan.
De entree van het blauwe pad was voorbij de steenfabriek. Stel je een fabrieksterrein voor waar je in Europa een pasje en toestemming nodig zou hebben om er überhaupt op te komen. Hier niet, je loopt gewoon het terrein op en niemand die je tegenhoudt of vraagt wat je komt doen. Er is ook überhaupt niemand. Aan het eind van het terrein weer een veldje met honden en steeds meer sneeuw en steeds minder pad. Toen ik het veld naderde, klonk nog het concert van tientallen honden die vrolijk met elkaar een potje stonden te janken. Toen de honden mij waargenomen hadden, begon er een te blaffen. En toen was het stil. Dat is een merkwaardige gewaarwording, als zo'n huilconcert ineens voor je gestaakt wordt. Nog merkwaardiger werd het toen er één hond begon te blaffen, een paar anderen begonnen te grommen en ze allemaal aan hun ketting trekkend mijn kant op kwamen.
Tsja, moet je net weer een nuchtere hollander hebben. Die beesten liggen toch aan de ketting? Dus ik zie niet helemaal wat nu precies het probleem is. Doorlopen dus. Wel een probleem was dat dat wat in het begin nog leek op een pad steeds meer onder de sneeuw kwam te liggen. En sneeuw in Groenland ligt er in alle mogelijke vormen. Soms is die sneeuw bevroren, dus hard, dus kun je er gewoon overheen lopen, andere keren is die sneeuw door de wind opgeblazen en zak je er ineens tot over je knieën in weg.
Komt nog bij dat het pad heel duidelijk als pad herkenbaar is. Waarschijnlijk. In de zomer als er geen sneeuw op ligt en je het pad kunt zien. Aan het einde van de winter echter ziet het pad eruit net als alles eromheen: wit en besneeuwd. En wil je zo een ochtendwandelingetje maken van iets meer dan zes kilometer? Moesten we maar niet doen dus. Zeker omdat het pad tot over de bergpas gaat om vervolgens aan de andere kant in het fjord uit te komen. Wandelingetje is leuk, maar we moeten ook wel weer terug komen.
Dus maar de andere kant opgelopen om het gele pad te vinden. Dat was er ook niet, maar wat er zowaar wel was, was een geprepareerde langlaufpiste. Ook leuk en dat valt overigens nog heelmaal niet mee om daar overheen te lopen. Uiteindelijk na een wandeling van 12 kilometer rond elf uur weer terug in het hotel. Tot half twee de tijd en ik had het even gehad dus wat doe je dan? In bad bijvoorbeeld. Dat was lekker. Gewoon even van het uitzicht op de baai genieten was overigens ook helemaal niet verkeerd. Gewoon even net alsof ik een weekendje in Ilulissat zit, in plaats van weer eens voor mijn werk op pad.
De middag stond er een boottochtje naar de ijsbergen op het programma. Eindelijk de ijsbergen van dichtbij bekijken! Het busje van Greenland tourist of hoe het bedrijfje ook mag heten haalde me keurig om half twee op om mij met nog acht anderen naar de boot te brengen. Stel je een soort sleepboot voor, met een kajuit voor de kapitein en een voordek voor alle toeristen. Dat waren er in totaal een stuk of twaalf, gezellig druk dus zal ik maar zeggen.
De boot had wat moeite om weg te komen van zijn plaats. Maar gelukkig is elke boot in Groenland ook een ijsbreker en was het zee-ijs maar vijftien centimeter dik ongeveer. We hebben het dan overigens over het ijs in de haven waar toch zeker al een bootje of vijf eerder op de dag uitgevaren waren. Volle kracht vooruit, luk niet. Stukje achteruit, vaart maken, volle kracht op het ijs af en ja, nu gaat het wel goed. Langzaam verbrokkelt het ijs en lukt het toch om vooruit te komen. Gelukkig heeft de kapitein heel wat trucs in petto om het ijs te breken. De boot heen en weer laten wiegen bijvoorbeeld, ook erg leuk. Dat betekent dat hij beurtelings de linkerkant en de rechterkant - normaal toch wel een metertje boven de waterlinie - bijna laat waterscheppen. Leuk vooral ook voor alle toeristen op het dek waarvan de zeebenen zo aan een aardige reality-check onderworpen worden. Maar dat ging goed.
Ook goed ging het met de foto's en de ijsbergen. Vooral heel erg mooi als je aan de kant van de ijsberg komt waar de zon op staat, dan krijgen ze namelijk hun mystieke blauwe kleur. Opvallend is ook dat er twee soorten ijsbergen zijn. Ijsbergen met een geribbelde bovenkant, als een soort druipsteengrotten zeg maar, en ijsbergen met een mooi egaal gladde bovenkant. De kapitein was behalve kapitein ook een behoorlijk toeristengids (zal dit wel vaker doen) en legde uit dat de geribbelde ijsbergen zo rechtstreeks van de gletsjer afkomen. Ze zitten met hun onderkant nog aan de bodem van de zee vast, net buiten het ijsfjord zit namelijk een soort drempel op de zeebodem waar alle ijsbergen op vast komen te zitten. Daar heb je het overigens over een drempel op zo'n tweehonderd meter diepte, en ongeveer tachtig meter ijs die boven het zeeniveau uitsteekt. En als je het over een ijsberg hebt, dan heb je het overigens over pakweg een kilometer bij vijfhonderd meter. Meer een ijsbergketen dus.
Nu is het zo dat de zee hier voor de kust diep onder water warmer is dan aan het oppervlakte, we hebben het dan over een temperatuur van een graad of zeven onder water, terwijl hij aan het oppervlakte maar twee graden is. Het resultaat: de onderkant smelt langzaam weg tot op het moment dat de ijsberg aan de onderkant lichter is dan boven en dan kantelt hij. Je kunt je voorstellen dat je dan niet in de buurt wilt zijn! Als dat gebeurt, kan de ijsberg loskomen van de zeebodem en aan zijn reis beginnen, daarbij kunnen ze ver komen als tot de Azoren voor de kust van Portugal.
Je kunt je misschien ook voorstellen wat het effect is als je al deze ijsklompen voorbij ziet drijven. Natuurlijk sta je daar dan van te genieten. Tot op het moment dat de kou begint toe te slaan. En die slaat altijd als eerste toe aan de uiteinden. Nu waren mijn vingers een wel erg gemakkelijke prooi, alleen mijn dunne handschoenen aan want anders is het niet mogelijk foto's te maken. En als ze eenmaal afgekoeld zijn, krijg je ze ook niet meer warm.
Merkwaardiger nog, ook de tenen begonnen aardig af te koelen. Je kent dat wel, eerst geeft dat een gevoel als in hè vervelend, koude tenen. Na een tijdje beginnen ze te tintelen en daarna beginnen ze pijn te doen. Maar wacht eens even, koude tenen? Weten die dingen dan niet dat ik drie paar sokken aan heb? Niet dus. Pas later in het hotel kwam ik er achter dat op een of andere manier - begrijp nog steeds niet hoe - de buitenste sokken nat geworden waren. Dat geeft dus wel een uitdaging voor morgen op de hondenslee, hoe gaan we de tenen warm houden? Nee, natuurlijk ga ik geen pooluitrusting kopen zoals veel toeristen hier om me heen. Voor dat ene dagje nog? Echt niet! Dat doen we de volgende keer wel.
Het vervelende van die koude tenen trouwens is dat de kou via de tenen opkruipt omhoog. Niet dat ik er bij heb staan rillen ofzo, maar wel dat ik een uur nadat ik terug kwam in het hotel nog steeds met alle kleren aan onder een deken lag om een filmpje op mijn laptop te kijken. Leuk overigens, kwam er achter dat het tweede filmbestand beschadigd is en dat niet bij één aflevering van Wallander die ik naar mijn harde schijf gekopieerd had, maar bij twee verschillenden!. En dan moeten we het over die andere drie Wallander mapjes maar niet hebben want die waren helemaal leeg. Toch niet zo handig geweest kennelijk dat ik mijn oude harde schijf heb laten vallen voordat ik alles er van af gekopieerd had...
Ik was overigens niet de enige die het koud had. Na een tijdje stonden alle passagiers zo ongeveer bij de kapitein in de stuurhut. Dat was overigens een hele opgave, want die stuurhut is ongeveer zo groot als een tweepersoons bed en om daar nu met zijn twaalven in te gaan staan. Gelukkig waren er ook echte mannen onder de passagiers (no worries, ik hoor daar niet bij). Wel de Japanse meneer die er met zijn minstens dertig jaar jongere vriendin bij was, toen we terug kwamen in de haven had de beste man zowaar bevroren wenkbrouwen!
Zondag. Vanochtend voelde ik me loodzwaar toen ik pas om zes uur wakker werd. Is het de lucht? De activiteiten? De kou? Ik weet het niet. Ik moest denken aan "mijn vriendin" uit het vliegtuig naar Ilulissat, die vertelde dat als je de ijsbergen eenmaal gezien hebt, er voor de rest ook niets te doen is. Moest ook denken aan het Franse echtpaar dat gisteren dol-enthousiast vertelde dat ze terug kwamen van een vierdaagse tocht met de hondenslee. En vervolgens moest ik denken aan hoe ongelooflijk koud ik het gisteren had gehad na het boottochtje. Vandaag dan maar lekker binnen blijven, een beetje werken en me voorbereiden op het vervolg van mijn migratieklus in Leiden? Die waan heb ik tot acht uur volgehouden.
Terwijl ik achter mijn computer zat geen idee wat te doen, lag mijn Garmin Forerunner 305 me grijnzend aan te staren. Voor de niet-ingewijden, het gaat hier om het GPS-ding dat ik tijdens het hardlopen om mijn pols doe en wat me vertelt hoe ver ik gelopen heb, hoe hard mijn hart tekeer gaat en waar ik naartoe moet om weer terug te komen. En dat apparaatje scheen me te willen vertellen dat ik toch echt nog een keer in Ilulissat moest gaan hardlopen. Maar hoe doe je dat dan met min zesentwintig wat het op dat moment was? Nou, zou oma gezegd hebben, je kleed je maar gewoon goed aan.
Hmm, goed aankleden en hardlopen, geen ideaal paar. Maar toch, t-shirt en winddicht jack zijn nu toch echt niet toereikend, waarschijnlijk. Dus hardloopbroek, sokken (één paar) gympen, thermo-langeondergoedhemd (hoe noem je zoiets eigenlijk?), winddicht jack, muts, gaan. Zoals eigenlijk altijd met hardlopen in de kou, alleen de eerste minuut is kou. Mijn benen hadden er zin in, al twee dagen alleen maar gewandeld dus het mag ook wel weer eens. Ik had mijn ritme zo te pakken, dus linksaf, de weg richting de luchthaven op. Het voordeel van die weg is dat er op zondag niet gevlogen wordt, dus de kans op veel verkeer is klein. Lekker rustig.
De zon kwam net boven de bergrand uit. Ja, het was koud, maar lekker. Geen betere vitaminen in de ochtend dan een beetje bewegen in de ijzige lucht. Tot aan de luchthaven gelopen, twee en een halve kilometer op en neer, terug richting hotel en het ging zo lekker dat ik maar even gelijk doorgelopen ben naar het centrum van Ilulissat. Weer op en neer en na vijftig minuten weer terug.
Inspanning in deze kou is een opmerkelijk iets. Je denkt dat je niet zweet, maar dat doe je dus wel. Alleen het geinige is dat waar je normaal een vieze stinkende natte zweetplek krijgt op je rug, je muts, je oksels en waar al niet meer, is dat met min zesentwintig een ijsplek. De haartjes op mijn armen die onder mijn jack uitstaken waren allemaal vereist. Geen last van handen en tenen deze keer. Uitstekende delen worden koud als je ze niet gebruikt en/of niet goed verpakt hebt. Dat werd bewezen toen ik terug in het hotel naar het toilet ging en daar het wel leek alsof ik een stukje ijs in mijn hand hield.
Tijd voor het bad maarweer. In Groenland is een bad veel belangrijker dan een douche. Als je dan totaal verkleumd weer terug komt, kan je in het warme water weer lekker opwarmen en dat werkt goed. Daarnaast is de ontspanning van het warme bad natuurlijk ook lekker.
Om half twaalf geluncht, om toch maar op tijd naar het lokale reisagentschap World of Greenland te gaan. Ik wilde juist een tijdje te vroeg daar zijn om te testen of de kleren echt wel goed zijn. Want die bergschoenen van mij, tsja, volgens de winkel in Frankrijk mag dat dan een schoen zijn voor het hooggebergte, maar op kou zijn ze echt niet gemaakt. Dus mijn voeten ingegraven in de sneeuw, vervolgens er weer uit en lekker in de wind gezet om er net op tijd achter te komen dat die schoenen dus inderdaad niet toereikend zijn, ondanks drie paar sokken. Dus naar binnen gegaan om toch maar een paar echte Groenland-boots te huren. Stel je een gewatteerde rubberlaars van onder en gore-tex van boven voor die je met veters aan elkaar kunt sjorren. En daar heb ik het inderdaad de hele rit lang warm genoeg in gehad voor mijn voeten.
Er was alleen wel een nadeel met die laarzen, mijn maatje hadden ze niet meer. Dus werd het in plaats van maat 44 een maat 46, veel te groot dus. Daarnaast was het profiel vermoedelijk al aardig weggesleten, met als gevolg dat ik tijdens het lopen gewoon twee keer onderuit gegaan ben!
De groep van zes denen die met me in het busje zaten opweg naar het hondenslee-veld hadden zich overigens allemaal in zeehondenbonten kleren gestoken. Handschoenen, broek, jas, lopende zeehondjes dus eigenlijk. Laat ik nou toch een heel klein beetje gevoel hebben voor stijl en dat kun je dus echt niet maken! Daarnaast, met vijf lagen om mijn body, drie lagen om mijn benen, twee mutsen, een bankovervallersmasker voor mijn gezicht en om het geheel compleet te maken mijn skibril op mijn ogen heb ik toch geen zeehondenpuppypakje nodig? PC-hooftstraat in het wild, kom op zeg!
Het leuke van hondenslee rijden is dat het iets individueels is. Iedereen zijn eigen sleemeneer. Die van mij was een aardige local van ik schat een jaar of vijfentwintig. Spreek je Engels? Nee. Nederlands? Ook niet. Deens? Zelfs dat niet. Ah, gebarentaals dus. Maar ja, wat heb je nu helemaal nodig met de sledehondmeneer? De slee zelf werd getrokken door tien honden die in het begin helemaal geen zin hadden om weg te gaan. Tikkie met de zweep, beetje schreeuwen en dan gaat het wel weer. In eerste instantie langzaam gingen we over de vlakte. Toen de eerste helling, ik schat een stijgingspercentage van 30 ofzo. Vonden de honden iets minder, maar daar heb je de menner van de slee voor die ze dan een beetje aanjaagt en af en toe mee gaat duwen. Uiteindelijk toch de heuvel opgekomen. Heuvel af. Ah, dat vinden de honden leuk, als een rakket naar beneden. Wow! Achtbaan. Stenen? Maakt het uit. Rotsje? Maakt het uit. ROTS! Maakt het uit, een beetje hondenslee kan ook vliegen namelijk.
Nu hebben die honden het niet moeilijk, zij zijn de baas en te zien aan het gekwispel van hun staart vinden ze het helemaal geweldig. Voor de menner zijn er ook weinig problemen. Hij weet wanneer het ruig wordt en dan gaat ie achterop de slee staan. Alleen de passagier, die heeft een lus in het midden van de slee waaraan hij zich vast mag houden. Stel je geen stevig band voor, maar een touwtje van het formaat schoenveter. Wat je ook doet, je mag je namelijk niet aan de buitenkant vasthouden want je zou je hand eens kunnen stoten aan een steen en dat wordt pijnlijk.
Naar beneden hotsend en botsend vloog de adrenaline door mijn lijf. Dit is LEUK! Het woord leuk heeft alleen betrekking op de rit zelf. Die vindt plaats over een sledehond-track. Dat is een soort skipiste die gemaakt is door alle andere slees die al langsgekomen zijn en dat zijn er nogal wat. De Ilulissatter vindt het namelijk leuk om met zijn geweer op zijn rug en zijn honden voor de slee te gaan jagen, ik vermoed dat elk huishouden wel zijn eigen slee heeft. Zolang je op dat pad blijft is er niets aan de hand. Maar het leuke van sledehonden is dat de beesten voor de slee helemaal niets te maken hebben met Bello van de buren, het zijn eigenwijze wolven die meer naar hun leider luisteren dan naar de man achter de slee, lijkt het soms. Met als gevolg dat de slee soms in plaats van rechtdoor het pad over de berm in gaat. En die berm kan alles zijn. Rotsen, diepe sneeuw, ijs, het maakt allemaal niet uit. Ook als het een rotsblok is van een halve meter hoog, maakt ook niet uit. Daar komt de vaardigheid van de menner om de hoek kijken, die zorgt ervoor dat de slee net voor het rotsblok een klein beetje kantelt (niet te veel want dan ligt 'ie omver) en het rotsblok toch kan nemen.
Zoals ik zei, leuk is het woord dat van toepassing is op het ritje zelf. Het landschap is fenomenaal. De zwarte rotsen met witte sneeuw die ik eerder in Nuuk zo vervloekt had, zijn er onder een strakblauwe lucht heel anders uit als onder loodgrijs. In de zon zijn ze van een pure schoonheid die ik niet eerder gezien had. Rotspartijen, diepe valleien, wat er vanuit de lucht uitziet als allemaal hetzelfde, komt er nu ineens uit te zien als een Lord of the Rings-landschap. Het meest bijzondere zijn de bevroren meren waar de slee ook vrolijk overheen dendert. Vraag je niet af hoe dik het ijs in die meren is, dat gaat gegarandeerd tot de bodem aan toe. Naast de topaasblauwe kleur die het ijs van die meren soms heeft, is het ook heel speciaal dat de golven mee bevroren zijn. En op een of andere manier dat de randen van zo'n meer altijd boven het landschap uitsteken. Vermoedelijk omdat het opvriezende ijs uitzet en zo de toplaag ijs omhoog duwt.
De bestemming was een berg met uitzicht over de ijsfjord. Tot nu toe hadden we heerlijk in de luwte van de bergruggen en in de zon gesleet, bovenop de berg stonden we ineens in volle wind. En min twintig met een windje kracht vier of vijf, dat voelt ineens heel anders. Op de slee zelf was ik er aardig handig in geworden om de videorecorder te bedienen met mijn skihandschoenen aan, maar boven op die berg moest toch echt de tas met foto-apparatuur open om de camera eruit te pakken en de knopjes daarop zijn toch net niet groot genoeg om met handschoenen te bedienen. Dus handschoenen uit om snel alle knopjes in de goede positie te zetten. Wow. Zeven seconden en mijn handen werden al knalrood. Niets creatieve fotografie, standje volautomatisch dus. En wisselen van lensen is helemaal niet aan de orde natuurlijk.
De andere mensen uit het busje waren er inmiddels ook bij gekomen. Fotootje gemaakt van het groepje Denen (die verbaasd waren dat ik hun Deens waar ze het er over hadden wie ze nou moesten vragen om een groepsfoto te maken begrepen had en hun aanbood of ik het maar even zou doen). Zij een foto van mij gemaakt, waarschijnlijk de eerste foto dit jaar die met mijn eigen camera geschoten is. Leuke mensen, wederom het bewijs hoe makkelijk het eigenlijk is om met anderen in contact te komen, zeker als je alleen bent. Na een kwartiertje verkleumen op de rots weer terug op de slee en naar beneden. Daar zat een bijzonder stijl stukje tussen, rode piste zeg maar.
Rode pistes hebben alleen het voordeel dat je op je ski's naar beneden kunt zig-zaggen. Met de hondenslee gaat dat helaas niet. Dus verdween mijn slee gewoon recht vooruit de helling over. Hé, wacht eens, er klopt iets niet aan dit beeld. De honden zijn er niet bij! Wat krijgen we nou? Ah, geblaf en gekeet van enthousiaste honden achter me. De slee gaat de honden vooruit en de menner en de honden zullen waarschijnlijk proberen ervoor te zorgen dat alles nog een beetje afgeremd wordt. Alhoewel? Niets afgeremd, in volle vaart naar beneden. ROTS! Meter door de lucht, weer neergedreund. Wow, daar lag ik er bijna af. Maar bijna is niet helemaal. Aan de mevrouw in het zeehondenpak te zien komt overigens niet iedereen er zo goed van af en gaat het bij sommige mensen wel mis, ze zat onder de sneeuw en beklaagde zich ook luid tijdens de terugreis in het busje. Daar hoorde ik overigens ook dat er volgende week de kampioenschappen sledehondrijden in Ilulissat zijn. Dit is namelijk de sledehondhoofdstad van Groenland. Vandaar.
Veel en veel en veel te snel was dit tochtje voorbij. Was dit nou twee uur? Ja dat was het. Goed, jammer. Terug naar het hotel dan maar. Maar inmiddels al wel besloten, dit gaan we nog een keer doen, maar dan vier dagen lang. Inclusief kamperen op de ijskap. Ik heb hier mensen gezien die een poolpak aanhebben waarvan ik me niet voor kan stellen dat je het daar koud in hebt. Stel je een slaapzak voor, maar dan als pak, wat je helemaal dicht kunt ritsen zodat alleen nog een heel klein stukje gezicht overblijft. Daar zie ik mijzelf wel in liggen en dat gaat dus een keer gebeuren. Voor nu is deze trip over. Nou ja, ik moet nog terug en eerdere ervaringen hebben geleerd dat daar altijd nog verrassingen op kunnen treden. Zelfs onder deze strakblauwe lucht, het is en blijft Air Greenland. Maar wat kan me nu helemaal gebeuren. Stranden in Ilulissat? Dan gaan we dus nog een keer een hondentrip maken. Stranden in Kangerlussuaq? Daar hebben ze een excursie naar de ijskap. Maar laten we dat maar voor de volgende keer bewaren. Want die gaat er komen, zeker weten.
Toch ook nog een woordje over Ilulissat zelf. Want hoe leeft men hier nou? In Nuuk had ik het idee dat het allemaal best arm is, terwijl er een paar rijke mensen rondlopen. De stemming voor deze trip is direct in Aassiaat al gezet. We hebben het over een dorp met tweeduizend inwoners en alles bij elkaar misschien vijftien kilometer verharde weg en wat kwam daar bij de luchthaven voorrijden? Een glimmend nieuwe Hummer. Hier zijn dus mensen die echt geld te veel hebben. Toch eens zien te achterhalen hoe ze daar aan gekomen zijn.
Ook Ilulissat straalt welvaart uit. Het zijn natuurlijk niet de allerarmste mensen die hier naartoe komen om de ijsbergen te bekijken, dus het geld rolt goed in Ilulissat. Heel veel van de activiteit speelt zich af rond het toerisme. Ben je native inwoner en heeft je familie al generaties lang een hondenslee? Heel mooi, dan sluit je een deal met het toeristenbureau en ga je tripjes maken met toeristen. Geen zin in zo'n freelance baantje? Werk zat in Ilulissat, de hotels, de restaurants, de winkels, Air Greenland, de visserij. En je kunt het zien ook. De auto's zijn nieuw, de huizen zijn goed onderhouden. Ilulissat kent welvaart.
Helaas verdwijnt met de welvaart en de toeristenindustrie ook een stukje van het authentiek Groenland en komt de nadruk soms net iets te veel te liggen op geld verdienen. Een voorbeeld hiervan was toen ik vanavond voor de derde keer op rij ging eten in het restaurant in hotel Arctic. Een restaurant overigens dat zich aanprijst als "the place to be", maar een menukaart heeft met keuze uit welgeteld vier hoofdgerechten waarvan alleen de heilbot als authentiek Groenlands over komt.
Nu was het gisteren en eergisteren niet echt druk in het restaurant, maar voor vanavond waren de plannen duidelijk anders. Zondagavond en de ober verwachtte waarschijnlijk dat de hele stad uit zou lopen om bij hem te komen eten. Het begon al toen ik naar een tweepersoons tafel bij het raam wees.
"Mag ik daar zitten?"
- "Nee die tafel is bezet."
"Ah, onzichtbare mensen..."
Waarschijnlijk heb ik het daarmee voor mezelf verpest. Waar ik de voorafgaande avonden naast brood ook nog een appetizer kreeg in de vorm van een soort kroepoek, moest ik het vanavond zonder doen. En ook de afwerkingssnelheid was bijzonder hoog, de enige missie die men had was mijn tafel zo snel mogelijk weer vrij te krijgen. Al met al had ik twintig minuten na aankomst al mijn eten op waarna ik om de rekening kon vragen. Enigzins geschoffeerd door de lompe manier waarop ik bediend was, kon ik het niet laten een ruimhartige tip op de bon bij te schrijven. Op het totaal van 310 kroner, heb ik 0,01 kroner als extra bijgeschreven. Hoop dat het signaal duidelijk was.
Eerlijk is eerlijk, buiten deze lompe behandeling in het restaurant, was het hotel verder prima in orde. Mijn kamer was prachtig, goed onderhouden en een mooi uitzicht op de Disko baai met daarin de ijsbergen. Niets gehoord verder, goede bedden en heerlijk geslapen. Prima service, met ophalen bij de luchthaven en zelfs de mogelijkheid om in het hotel in te checken en bagage af te geven wanneer je weer vertrekt.

Maandag, terug naar Kopenhagen
We zitten in het vliegtuig van Kangerlussuaq naar Kopenhagen en ik vertel over al mijn plannen. Plan A, plan B en plan C. En gaan we daar nog wat mee doen? Yes! Laat me vertellen over mijn Groenlandtoekomst en daarna uitleggen hoe we daar geld mee gaan verdienen.
Als eerste de cursus. Voor eind oktober komt er een vervolgcursus in Nuuk. Ik regel de ruimte met Hendrik en biedt hem een gratis plaats aan in de cursus, Stefan heeft sowieso al aangegeven te komen dus dan heb ik mijn kosten er al uit en als er dan op zijn minst één extra persoon bijkomt, wordt het winstgevend. Een paar dagen cursus in Nuuk, een tripje naar een of ander ander dorp daar in de buurt. Zuid Groenland misschien? De trip naar de ijskap bij Kangerlussuaq, dat gaat helemaal goed komen.
Vervolgens het boek. Wat je nu leest is Nederlandstalig en vijfenveertig pagina's in omvang. Dat is leuk, maar moet nog meer worden. Honderd pagina's in Word, dat maakt geprint een boek van tweehonderd pagina's, met minder moet je niet voor de dag komen. En dat boek, dat moet zo snel mogelijk in het Engels herschreven worden. Want ook in Groenland zijn er organisaties genoeg die een Engelstalig boek over Groenland interessant zouden moeten vinden. Want laten we wel wezen, alles wat er nu is, is in het Deens en hoeveel mensen lezen er nou Deens? En om dat boek er te krijgen, beginnen we met een PDF. Die komt op de site, zou het mogelijk zijn een www.sander.gl te registreren? En dan maar zien hoe het gaat lopen. En wat mij betreft een multimediale PDF-versie met links naar filmpjes, muziek en foto's en een gedrukte versie. Heb ik niet een vriendje die al met succes een behoorlijk aantal IT-boeken heeft uitgegeven? Dan wordt het nu tijd dat dat vriendje zijn eerste niet-IT boek gaat uitgeven.
En dan de inhoud van het boek. Eerst, de trip naar Nuuk dit najaar. Dan de finale. Die finale daar moet iets heftigs in. Vier dagen met de hondenslee bijvoorbeeld, de ijskap op, naar Upernavik om te kijken hoe het echte Noorden is. En dat doen we dan in April volgend jaar. Tegen de tijd dat dat allemaal gebeurd is, is het afgelopen met jeuken. En als het allemaal meezit, wordt het ook nog wat met dat boek en draagt het bij aan het grote masterplan, een huisje onder de zon. Wordt vervolgt.

Halve Marathon Roosendaal
28 juni 2009. Het is 27 graden en windstil, drukken warm in Roosendaal. Vandaag is het de dag, mijn eerste halve marathon. Op een dag na is het nu tien maanden geleden dat ik voor het eerst ben gaan hardlopen en wonder boven wonder, ik doe het nog steeds. Gemiddeld zo'n 45 kilometer per week en ik vind het leuk. Maar tot nu toe heb ik het altijd alleen gedaan, dat wil zeggen, als je de twee loopjes van 5 kilometer die ik met anderen gedaan heb niet meetelt.
Maar twee loopjes van 5 kilometer, dat telt niet echt. Dat is warmlopen zeg maar. Het begint eigenlijk pas interessant te worden bij 10 kilometer, alles daaronder, tsja, net niet zeg maar. En vandaag is de dag dat ik voor het eerst meedoe aan een echt evenement. 3000 mensen staan met mij op de markt van Roosendaal. Ik was er al om kwart over drie, terwijl de loop pas om half vijf begint. Een eerste officiële loop, dan kun je maar beter het zekere voor het onzekere nemen toch?
Het inschrijven verliep vlotter dan verwacht. Startnummer 601 en chip ophalen in de St. Janskerk en dan maar wachten. En wat doe je dan? Rondlopen. Vooral heel rustig, de inspanning komt zo wel. Daarbij komt dat het drukkend warm is, dus die energie die heb ik straks nog veel te hard nodig. Uiteindelijk is het zo warm dat de organisatie een aankondiging doet.
Naast de halve marathon, is er ook een 10 kilometer loop. Beiden gaan gelijk van start, maar ergens is er een splitsing van beide lopen. "De wedstrijdleiding heeft besloten de splitsing op een bepaald moment dicht te doen". De reden? "Om te voorkomen dat er ongelukken voorkomen". Ze weten nog niet wanneer de splitsing dicht gaat, "dat wordt nog nader bepaald".
Moet je net mij hebben. Compleet at random de splitsing dichtgooien? Dat betekent dus dat als je achteraan staat (3000 lopers is nu eenmaal niet niets) en die mensen voor je niet doorlopen, je pech kunt hebben en toch ineens veroordeeld wordt tot de 10 kilometer. Dat nooit. Ik ben gekomen voor een halve, dus ik loop een halve. Punt. Dus, ondanks dat het nog een ruim half uur duurt, tijd om naar het startvak te gaan. Op dat moment nog vrij rustig, met het voordeel dat ik redelijk vooraan sta. En dan wordt het minuten tellen. Gezellig met uiteindelijk z'n drieduizenden opgepropt in het startvak, wat doe je dan?
Hm, meneer naast me heeft een vriendelijk hoofd. Tijd voor een praatje. Omdat we allebei denk ik ons afvragen hoe de tijd door te komen, slagen we er in om toch minstens twintig minuten met elkaar door te praten. Heel mooi, nog negen minuten.
Het is inmiddels vrij vol geworden in het startvak. Merkwaardig fenomeen. Om ons heen de terrasgangers die de halve marathon van Roosendaal aangrijpen als excuus om lekker vroeg te beginnen met bierdrinken en in het startvak de lopers zelf waar de spanning duidelijk stijgt.
Ondertussen in Lodewijk Napoleon aangekomen. Naast de halve marathon viert Roosendaal vandaag dat het 200 jaar geleden van Lodewijk Napoleon stadsrechten heeft gekregen. En uiteindelijk is het dan zo ver. Het kanon gaat af en langzaam komt de massa in beweging. En wat doe je dan? Mee bewegen met de massa. En dat betekent dat ik, in 27 graden windstil de eerste twee kilometer met een tempo van niet minder dan 13 kilometer per uur heb afgelegd.
Best snel en het ging ook best lekker. Blijf gewoon achter iemand plakken waarvan het uitzicht je bevalt en zie maar hoe het gaat. En ondertussen spookte het door mijn hoofd, "de meeste beginners gaan te snel van start". En wat gebeurt er als je te snel van start gaat? Juist, de man met de hamer. Maar die was op dit moment nog in geen velden of wegen te bekennen. En daarnaast, die splitsing gaat dicht en ik moet er toch niet aan denken om na vijf kilometer erachter te komen dat ik veroordeeld ben tot de vijf kilometer. Doorgaan dus. 5 kilometer doorstomen, dat is geen probleem toch?
Die eerste vijf kilometer is overigens niet echt leuk. Iedereen loopt eigenlijk elkaar maar een beetje voor de voeten. Normaal ben ik nogal een zeurkous en kan ik het niet laten om daar een rotopmerking over te maken (de wet van de snelweg zeg maar, waar je afsnijden maar op een manier kunt bestraffen, juist, door af te snijden). Maar ik weet me in te houden. Elke keer als iemand me voor de voeten loopt, duidelijk geen acht slaand op wat de anderen doen, zeg ik vriendelijk bedankt en loop verder.
Na drie kilometer is er het tunneltje. Een heel erg lullig tunneltje waar je niet meer dan vijf meter omlaag gaat, gevolgd door de onvermijdelijke vijf meter om hoog. Maar, zo'n tunneltje is een reality check. Vijf meter hoger voel ik dat ik toch echt te snel ga. Maar, nog twee kilometer tot de waanzinnige willekeurige beslissing waar de beul een grote groep hardlopers gaat straffen met tien kilometer in plaats van een halve marathon. Doorgaan dus.
Langzaamaan komt de rotonde vlak voor de splitsing in zicht. Ik weet dat Thornvald ergens op die rotonde moet staan met een fles water, maar ik zie hem niet. Balen. Maar gelukkig, athletiekveriging Thor die deze halve marathon organiseert zorgt goed voor de lopers en er staat toch om de twee kilometer een verzorgingspost. Dus doorlopen, ondertussen wel hopend dat Thornvald er zal staan. Mijn lichaam begint het kookpunt te naderen en ik kan wat verkoeling absoluut gebruiken.
Ik ben de rotonde voorbij en ik voel dat de man met de hamer niet ver is. Nu al? Zo kan het toch niet gaan op mijn eerste halve marathon? Ik ben toch de afstand ook gewoon gewend? Ik bedoel maar, ik heb zevenentwintig kilometer gelopen een keer, dus een halve marathon moet een eitje zijn. Een zacht gekookt eitje, welteverstaan. Maar toch loopt ineens de man met de hamer met me mee.
Mijn halve marathon tempo is tien kilometer per uur, niet de dertien die mijn Garmin GPS annex hardslagmeter al een tijdje lang aangeeft. "Hier vriendje", hoor ik. Naast me loopt Thornvald, terwijl de man met de hamer een ander slachtoffer kiest. Met de fles met water. Geweldig, ik had water nodig. Op mijn hoofd, welteverstaan, niet eens zo zeer om op te drinken. Verkoeling, heerlijk.
Dan is er het landweggetje rechtsaf, dat het buitengebied van Roosendaal in gaat. "The long and windy road", speelt het in mijn hoofd. Ik heb die weg eerder gelopen, meestal op de terugweg. Voor mijn gevoel acht kilometer (in werkelijkheid iets meer dan drie) recht vooruit. Zo'n weg waar je heel in de verte het einde ziet. Ineens is het ook afgelopen met het carnaval om me heen. Geen mensen meer maar koeien, geen bandjes meer maar gehijg van hardlopers. Die verdomde andere hardlopers die me allemaal voorbij lopen.
Ik heb het zwaar. Kilometer zes. Nog vijftien te gaan! Ik heb spijt dat ik vlak voor de wedstrijd niets gegeten heb. Ik eet ALTIJD een banaan voordat ik ga lopen. Waarom vandaag dan niet? Ik denk aan Vincent en Joop die ergens moeten staan. Ze hebben wel gezegd waar, maar ik heb eerlijk gezegd geen idee waar dat precies is. En ondertussen loopt iedereen me voorbij. Focussen, ik moet focussen. Focussen op wat? Op Vincent en Joop dan maar. Bij deze benoemd tot reddende engelen, want Vincent had beloofd een sportdrankje mee te nemen.
Een verzorgingspost. Ik pak twee sponsen. Maar wat moet je eigenlijk met die dingen? Verkoelen, dus ik spons mijn armen, mijn hoofd vooral en inderdaad, ik krijg wat verkoeling. Beter. Heel traag komt een man naast me lopen. Alleen lopen is zwaarder dan met zijn tweeën. "Wat is jou tempo", vraag ik. Dat is hardlopersgeheimtaal om er achter te komen hoe hard hij normaal loopt. "Tien", zegt hij. Heel mooi. Tien is ook mijn tempo en ik moet mijn tempo aan gaan houden want anders komt dit niet goed.
Een sirene in de verte. Ambulance. "Hardlopers zijn doodlopers", luidt een weinig motiverend oud-Hollands gezegte. Ik krijg kippenvel. Kan mij ook overkomen. Meneer tien blijkt toch lekker op elf te lopen, dus ik zeg hem dat dit te hard is voor me en wens hem veel succes. Langzaam zie ik hem in de verte verdwijnen met zijn gele shirt. Raar, ik zou hem niet meer herkennen en ik heb geen idee of hij een van de vele gele shirts is die ik later heb ingehaald.
Ik loop alleen, helemaal alleen. Minstens honderd meter voor me een groepje, en achter me? Ik weet het niet. Je kijkt bij zo'n wedstrijd niet naar wat er achter je gebeurt. Kilometer acht. Ik heb een geniaal idee. Ik ga die sponsen in mijn shirt stoppen, in plaats van even te deppen en ze direct weer weg te gooien. Heerlijk, dat helpt echt. Een spons voor en een spons achter en het water in de sponsen is echt in staat mijn lichaamstemperatuur voor mijn gevoel minstens vijf graden naar beneden te brengen. Beter.
Er komt een vrouw met een iPod in haar oren naast me lopen. Ze heeft duidelijk geen zin om alleen verder te lopen, dus ze blijft bij me in de buurt. Ik knoop het gebruikelijke praatje aan, ze antwoord, maar heeft het moeilijk, zegt dat ze haar adem wil sparen en stopt de koptelefoon weer terug in haar oor. Sowieso knap, die iPod koptelefoons pleuren er in mijn schijnbaar misvormde oren altijd direct weer uit.
Kilometer tien. Weer sponsen. Ik gooi de oude sponsen op straat nadat ik het laatste water eruit geknepen heb en over mijn hoofd gesprenkeld heb en vervang ze door nieuwe sponsen. Mevrouw naast me haalt haar hoofdtelefoon uit haar rechteroor ten teken dat ze weer wil communiceren. "Geweldig idee", zegt ze. We keuvelen wat verder, in een perfect tempootje van 10.5 kilometer.
Langzaam zie ik in de verte de kerktoren van Nispen verschijnen. En ook ineens twee kalende hoofden, Vincent en Joop. Ik herken ze op honderden meters afstand en zwaai naar ze. Vincent grijpt in zijn tas, Joop pakt iets. Ik kom bij ze in de buurt. Vincent heeft zijn fototoestel in de hand, en Joop een fles levenselixer (gewone Dextran sportdrank) en een grote fles met water. "Moet ik die over je hoofd gooien?", zegt hij. "Je bent mijn held zeg ik, heel graag". Joop rent een stukje met me mee, ondertussen de anderhalve literfles volledig leeg gietend.
Als die fles leeg is en Joop verdwenen is, open ik gretig het flesje sportdrank. Dit is de toverdrank van Asterix. De combinatie van sportdrank, een spons voor en een spons achter en anderhalve liter water over mijn hoofd zorgt ervoor dat ik mijn ritme terug vindt. Ik kan er weer tegenaan!
Mijn tijdelijke sportmaatje zegt dat ik het wel goed voor elkaar heb. "Die twee zijn mijn engelen zeg ik", maar nu sta ik er voor de overige tien kilometer alleen voor. Ik zie overigens dat ik een goede tijd heb op het eerste uur. Tweeenvijftig minuten. Ik loop normaal geen tweeënvijftig minuten over tien kilometer maar meer. Het lopen met anderen motiveert kennelijk. Ik voel me goed en verheug me nu al op de sponsen bij twaalf kilometer die langzaam in de buurt begint te komen.
Twaalf kilometer is goed. Want dat is bijna zestien, en bij zestien begint de bewoonde wereld weer. Zestien is Roosendaal, daar zijn mensen en daar is muziek. Bij veertien verlies ik mijn tijdelijke maatje. Jammer, ik ben weer alleen. Ik ruil haar in voor een jongeman met een t-shirt van de 100 kilometer run in Oeruzgan. Een held, honderd kilometer die hij in eenentwintig uur gelopen heeft. "We moesten veel rusten", zeg hij. De knaap ziet er niet veel ouder uit als eenentwintig, maar heeft een tempo dat ik bij kan houden. Iets uitdagend, maar wat maakt het uit. Dankzij de toverdrank van Vincent ben ik weer terug en ik loop gewoon met hem mee, elf kilometer per uur.
De volgende kilometers gaan vanzelf, totdat in de verte het helse tunneltje opdoemt. Vijf hele meters hoogteverschil. Ach wat, ik heb veertien kilometer gelopen aan de cote d'Azur met in totaal niet minder dan vierhonderd meter hoogteverschil. Met een vaartje van 13 kilometer dender ik het lamlendige tunneltje door. Ik bemerk ineens de mensen aan de kant, die van de halve marathon hun eigen feestje maken. Sommigen met bier, anderen met een emmer water en plastic bekertjes met water, weer anderen die hun kinderen sponsen op laten rapen om ze aan de lopers aan te bieden. Helden van Roosendaal. Om de kilometer zijn er nu wel verse sponsen en daar maak ik dankbaar gebruik van, met als gevolg dat ik zo nat ben alsof ik net in volledig ornaat het zwembad in ben gesprongen.
Het einde komt in zicht, de kilometers tellen langzaam af. Weer twee schattige jongetjes van een jaar of twaalf met flessen water. "Ja doe maar", roep ik. Teringlijertjes. Heet water! Eigenlijk had ik ze een stamp voor hun mislukte pubertronies willen geven, maar geen tijd. 1 uur 45 met minder dan 2 kilometer te gaan. Ik kan onder de twee uur finishen!
De finish is in zicht. Ineens loopt mijn oudste zoon Franck naast me. "Hoi pap", zegt hij vrolijk, en hij weet het zowaar een paar honderd meter naast me vol te houden. Ik ben er bijna. Franck haakt af en ik loop door de finish waar deskundige handen de sponsen uit mijn shirt halen en een fles sportdrank in mijn handen duwen. Ik drink hem op en kom iets verder mijn familie tegen, behalve dan mijn oudste zoon. Het zit er op. 1 uur 57 minuten en 28 seconden. Met 10.8 kilometer per uur (handig zo'n Garmin) mijn snelste afstand ooit.
Ik voel me geweldig en kijk nu al uit naar mijn eerste echte marathon.

Halve marathon Rotterdam, 13 september 2009
Mijn tweede halve marathon. Ik heb er naar uitgezien en ik heb er tegenop gezien. Een week na de zomervakantie. Hoe ga je je op zoiets voorbereiden? Welnu, die voorbereiding viel alleszins mee. Tijdens mijn rondreis met oudste zoon Frank in Amerika is het nog gelukt elke week een kilometer of 25 te lopen, meest in extreem landschap (heuvels, heet en hoog). De drie weken met het gezin in zuid Frankrijk waren beter voor de voorbereiding. Het was heet in Laroque des Albères, met boven de 35 graden in de eerste week, boven de 30 in de tweede en boven de 35 in de derde en - beter nog - ons vakantiehuis lag aan de voet van een hele grote Pyrenee. De berg was ongeveer 1300 meter hoog en er ging een asfaltweg een aardig eind de berg op. Voor mijn training betekent dat 4 keer per week een heuveltraining. Helemaal niet volgens de boekjes (al die goedbedoelde adviezen zijn op mij toch zeker niet van toepassing?) maar gewoon volgens Sander: zorg dat het goed voelt.
Nou, ik kan je vertellen, de eerste keer dat ik eind van de middag in 37 graden de berg opging voelde het helemaal niet goed. "La Vallée Heureuse" (de gelukkige vallei) heette het gebied waar ik de berg opging, ik kan je verzekeren, zo gelukkig voel je je niet als je vijf kilometer lang alleen maar omhoog gaat. En naar beneden voelt al nog erger, want dan moet je afremmen om niet op je bek te gaan. Maar dat maakt niet uit, als training had ik er een supergoed gevoel bij. Je kweekt er spieren mee, en uithoudingsvermogen en dat is precies wat je nodig hebt als je voor eind oktober je eerste marathon in de planning hebt staan.
Ook de laatste voorbereidingsweek voelde prima. Vorige week zondag met 10 kilometer per uur de magische afstand gelopen van de halve marathon. Was wel even schrikken. Langer dan 2 uur! Oké, daar heb ik me zorgen over gemaakt. Mijn eerste halve, die van Roosendaal, heb ik in 1 uur 57 gelopen, ik moet toch zeker wel de halve van Rotterdam onder de twee uur kunnen blijven?!? Maargoed, de afstand zit weer even in mijn benen en daar ging het om met dat trainingsloopje vorige zondag.
Maandag was stressdag. Hoe ver kun je gaan met nog een halve marathon van gisteren in je benen? Ik besloot 's ochtends om eens vijf kilometer te lopen zo hard als ik kan. Zonnig weer, niet echt makkelijk dus want dan wordt je veel te snel veel te warm, maar uiteindelijk wel de vijf gelopen met een tempo van 12,1 kilometer per uur. Mijn eerste keer boven de 12! Maandagavond naar Stockholm voor werk, 1 uur 's nachts aangekomen in mijn hotel, 7 uur weer wakker geworden, kies gebroken, wortelkanaalbehandeling. Kwam wel goed uit: dinsdag rustdag dus.
Woensdag en donderdag weer even voluit. Op woensdag vooral om de pijn van die wortelkanaalbehandeling eruit te lopen en op beide dagen vooral omdat ik nu zes keer in Stockholm ben geweest zonder ook maar iets van Stockholm te zien. Prachtige stad, overal water en - helemaal top voor de loper - bruggen, overal bruggen waarvan een aantal de overspanning op een metertje of veertig heeft. Op beide dagen 10 mijl gelopen, mooie afstand, en nu tenminste eindelijk ook Stockholm gezien. En niet op zijn minst: kilometers gemaakt als voorbereiding op de halve van Rotterdam.
Sommige mensen zeggen dat je de week voor een halve marathon bijna niets moet doen. Gelul! Ieder mens is anders, dus er is niemand behalve ikzelf die mij aan kan raden hoe ik me het best voor moet bereiden! Zolang je maar goed blijft observeren hoe je je voelt, moet het goed komen. In mijn geval betekende dat dus op vrijdag rust (lastig ook om te lopen als je een avondvlucht terug naar huis hebt - ik heb een rothekel aan 's ochtends lopen, te lui) en op zaterdag had ik een off-day. Ik had eigenlijk wel even willen lopen, kort en rustig, een kilometer of tien, maar moest 's ochtends vroeg op om naar de eerste voetbalwedstrijd te kijken van Alex en had het 's middags even helemaal gehad. Donald Ducks gelegen, stieken een dutje gedaan op het bed van Alex terwijl hij op hetzelfde bed met zijn pas verworven X-box zat te spelen en voor de rest nergens fut voor. Eigenlijk ook wel eens lekker.
Dan het eten, ook niet onbelangrijk in een goede voorbereiding. Ik heb helaas meerdere slechte eigenschappen en een daarvan is bier. Bier bevat veel dat je als loper nodig hebt om je voedingsstoffen weer aan te vullen, maar het is natuurlijk niet echt gezond met al die alcohol. En dan moeten we het maar even niet hebben over de chocola. Ook niet te versmaden. Een heel contrast met Sander van een jaar geleden, toen deed ik nog aan een streng dieet dat ik voor mezelf verzonnen had. Nu niet meer. Ik verbrand zo'n 5000 calorieën per week en die moeten toch weer ergens door aangevuld worden? Dus who cares dat ik graag een magnum eet en een biertje drink. Ik loop ze er toch wel weer af.
Maargoed, voor de halve van Rotterdam had ik mezelf voorgenomen om even wel op het eten te letten. Koolhydraten stapelen dus. Koolhydraten is de brandstof die je nodig hebt om te lopen, dus aardappelen, rijst en pasta, vooral de 48 uur voor de halve.
Nu was het starttijdstip van die halve vrij vervelend: 11.50 uur. Vrij lang na het ontbijt en geen lunch dus. Dus: goed ontbeten. Bruin brood met jam, en een bak müsli met bosbessen en yoghurt. Goede langzame suikers. En een uur voor aanvang een stuk ontbijtkoek en een banaan. Goede langzame suikers die je tijdens zo'n halve marathon al te hard nodig hebt. Een uur voor het evenement nog een halve liter sportdrank, een kopje koffie voor vertrek en daarna niets meer. Toch een klein probleempje. Als je namelijk 's ochtends ook al drie koppen koffie hebt gedronken en het nodige water, dan moet je het toch op een bepaald moment kwijt. 11.50 uur was het vertrek, om 11.30 sloot ik aan in de rij voor het toilet. En wat denk je, met 5000 lopers, dat je dan de enige bent? Niet dus. Gelukkig was ik om 11.42 uur aan de beurt, met als resultaat dat ik maar heel even heb moeten wachten op het startschot. 7 minuten om precies te zijn. Met overigens het nadeel dat er voor mijn gevoel van de 5000 lopers zo'n 4000 voor me stonden en maar een vrij klein aantal achter me.
11.50, het startschot. Als je vrij ver van de start afstaat, betekent dat dat je eerst maar eens probeert te kijken of het verderop al in beweging komt. Dat duurt dus even. Eindelijk, beweging. Ah, wandelen in eerste instantie, nog niet lopen. Precies onder de start begon de meute een langzame jog in te zetten. Hmm. 6.0 mijl per uur (mijn Garmin doet niet aan kilometers). Dat wordt dus nog een uitdaging om de tijd van Roosendaal vast te houden, zeker omdat er in het begin ook niet echt de tijd en gelegenheid was om in te halen.
Nu heb ik een hele slechte eigenschap. Ik ben geen schaap en als ik ergens een rothekel aan heb, is het wel om achter meutes mensen aan te hossen. Gelukkig, ongeveer een kilometer na de start lag een trambaan. Inhalen dus! Ik moet denken aan de laatste avondvierdaagse die ik met Alex heb gelopen. Daar hebben we vier avonden achter elkaar aan inhalen gedaan, met als gevolg dat we op donderdagavond zelfs als eerste weer terug waren!
Nu is er echter een verschil tussen een avond in de avondvierdaagse en een halve marathon. Tijdens de halve marathon zijn er namelijk meer die als eerste terug willen zijn. Nu heb ik ook geenszins het idee dat ik vandaag als eerste terug zal zijn en dat hoeft ook helemaal niet. Maar de omstandigheden zijn er naar om wel lekker in te halen. Heerlijk loopweer, zestien graden, bewolkt, af en toe wat spatjes regen en een verfrissend windje dat over de maas blaast en als een soort airconditioning werkt. Met als gevolg dat ik mijn eerste twee en een halve kilometer vooral bezig ben met inhalen en volgens mij gewoon niet ingehaald ben. En de kilometerteller op mijn GPS / hartslagmeter continue boven de 8 mijl per uur staat.
Remember Roosendaal! Ook daar liep ik de eerste vijf kilometer een gemiddelde boven de 8 mijl en dat brak me daarna lelijk op! Maar, de omstandigheden zijn nu anders, en ik heb afgelopen maandag bewezen dat ik 8 mijl kan lopen, dus laten we nu maar eens kijken hoe we dat vol gaan houden.
Uitzicht is het sleutelwoord. Als loper moet je ergens op kunnen focussen, met iemand meelopen. Dat is veel beter dan zo maar wat doen. Het voordeel van alleen lopen is dat je aan niemand verantwoordelijkheid af te leggen hebt. Ik hoef op niemand te wachten en kies mijn eigen virtuele loopgezelschap uit. Virtueel omdat je ook niet hoeft te vragen aan die persoon of je er bij mee mag lopen. Blijf er gewoon achter hangen en zie maar hoe het afloopt. Vijfduizend mensen dus keuze zat.
Vlak voor me loopt een grote iets te dikke veel te witte man met grijs krullend haar, precies in mijn tempo. Nee dus, ik moet er niet aan denken om daar achter te blijven hangen. Drie lopers van een lopersclub uit Waddinxveen die er in slagen om vrijwel de hele breedte van het parcours met zijn drieën in beslag te nemen. Jakkes, ik moet weer inhalen! Dan loopt er een vrouwspersoon voorbij, strak gekleed in een bij elkaar horend Asics outfitje met haar blauwe trainingsjack om haar middel geknoopt en een goed figuurtje. Ja, daar gaan we het mee doen deze keer.
Zoals ik al zei, volkomen virtueel dus. Ik zie nu eenmaal liever een goedgevormd vrouwspersoon voor me, dat (bonuspunten) net als mij van inhalen houdt, dan een lelijke grofgebouwde man waarvan eigenlijk alleen het uiterlijk me al irriteert. En zo slinger we samen al inhalend tussen onze medelopers door totdat het bij kilometer vijf iets rustiger wordt en de eerste drankpost verschijnt. Handige bekertjes water met een sponsje erin, goede vinding, want dat betekent dat nu eens niet bij de eerste slok al het water in je gezicht klotst. Bekertjes Extran sportdrank aan dezelfde tafel, ik graai van beiden een uit de handen van de gereed staande vrijwilliger, gooi ze naar binnen en ga weer verder met inhalen.
Daarover gesproken, bij de drankpost ben ik mijn uitzicht kwijtgeraakt. Ah, ongeveer veertig meter voor me zie ik het blauwe jack wapperen. Tussensprintje - wow, boven de 9 mijl - en ik heb mijn uitzicht weer terug. Inmiddels zijn we bij het eerste keerpunt, ik zit in mijn ritme en begin eindelijk tijd te krijgen om me op de loop zelf te focussen. Hoe hard gaan we eigenlijk? Hm, nog niet eens 26 minuten bij het eerste keerpunt, mijn tempo van afgelopen maandag dus. En het allermooiste? Ik heb reserves over. Dus ik versnel.
Als loper kan het handig zijn om een hartslagmeter / GPS / snelheidsmeter om je pols te hebben, maar tegelijkertijd kan dat een belemmering zijn. Je moet je door dat ding namelijk niet gek laten maken. Dus neem ik mij voor niet naar mijn hartslag te kijken. Het is ideaal loopweer, in de Pyreneëen heb ik gezien dat mijn hart tot 189 slagen per minuut kan tikken (waarna ik concludeerde dat ik dus 31 ben, heerlijk), dus over mijn hart ga ik me geen zorgen maken. Dat moet gewoon doen waarvoor het getraind is: capaciteit leveren.
Ondertussen zijn we bij kilometer zeven. Een lastig stuk. Weinig publiek, geen opzwepende muziek van bandjes naast de weg of uit de luidsprekers van de organisatie, ik ben - op mijn goede uitzicht na - alleen. Alle ingrediënten om een kleine inzinking te krijgen. Maar wat, inzinking? Vandaag niet! Ik ben goed getraind, weet je nog. Dus ik dender door, proberend mijn tempo vast te houden. Een moeder met twee kinderen staat langs de weg. "Papa!" roepen de kinderen. In gedachten dwaal ik even af, hopend dat zo uit het niets ook mijn kinderen op zullen duiken. Maar dat gaat niet gebeuren, ik kan toch niet van mijn gezin verwachten dat ze een roteind gaan rijden, vervolgens geen parkeerplaats kunnen vinden om tot slot eindeloos in de koude wind te gaan wachten totdat pappa eens een keer voorbij komt? Niet dus. Ik ben alleen, geen Thornvald, geen Vincent, geen pa en ma, geen gezin, helemaal alleen. Het enige om naar uit te kijken is mijn vriend Erno die anderhalf uur na de start van de halve marathon van start gaat in de tien kilometer. En dat duurt nog even.
Ik voel de neiging een inzakking te krijgen. Dat gaat dus vandaag niet gebeuren. Ik heb alles perfect gepland. Geen water, maar isotone sportdrank in mijn drinkgordel en van isotone sportdrank krijg je weer energie. Daarnaast heb ik vandaag de gordel met acht flesjes bij me en ik weet dat daar genoeg in zit om de hele halve marathon uit te lopen, zelfs al stop ik niet bij de drankposten. Alleen al de suggestie dat het me gaat helpen geeft me vleugels en ik slaag erin mijn tempo vast te houden. Heel mooi. Acht kilometer, zonder tempoverlies, bijna op de helft.
Langzaam komt het centrum weer in zicht. Met alle voordelen: publiek en muziek. Het ritme van de trommelband vlak voor kilometer negen is opzwepend en helpt het rimte vast te houden. Het bruiloftstbandje verderop draagt daar alleen maar aan bij, en als bij het keerpunt op de helft van de rit keiharde Rock and Roll van Jerry Lee Lewis uit de speakers knalt, krijg ik weer vleugels. De muziek duwt me vooruit, ik voel me high en de snelheidsmeter zegt dat ik een piek heb van 12 mijl. Dat geloof ik niet, maar het gaat lekker. De tien kilometer heb ik in minder dan 50 minuten afgelegd. Een absoluut nieuw persoonlijk record en ik wil het vasthouden.
Ik besluit over te gaan tot een symbolische daad. Het goede uitzicht met het blauwe jack rent nog steeds vlak voor me. Ik versnel om er naast te gaan lopen. Ik zeg "hoi", ze zegt "hoi" terug, ik zeg "doei", ze kijkt verbaast, ik versnel en heb haar niet meer terug gezien. Nieuw uitzicht zoeken dan maar. Hmm, niet hier in de buurt. Ik versnel. Buiten een net iets te grof gebouwd blondje vooral mannen. Dan maar zonder uitzicht. Ik ren door, terwijl ik me afvraag hoe ik die nog een ruime tien kilometer vol ga houden.
Mijn gedachten dwalen weer af. Welke stad is dit ook maar weer? Rotterdam! Ik heb een band met Rotterdam. Al vanaf mijn eerste levensjaren kwam ik in Rotterdam zuid, om oma te bezoeken. Niet zomaar oma, maar mijn oma, die altijd vol interesse luisterde naar wat ik te vertellen had, waar ik jarenlang heel veel vakanties heb doorgebracht. Oma is er al ruim vijftien jaar niet meer, ik besluit de rit verder aan haar op te dragen en versnel. Het keerpunt, kilometer zestien.
Kilometer zestien is een magische afstand, 10 mijl. Afgelopen woensdagavond vertelde ik nog in de lounge van het Hilton in Stockholm dat ik de 10 mijl meestal in 1 uur 40 loop, met een record op 1 uur 32. Mijn snelheidsmeter wijst 1 uur 23 aan en het geeft me vleugels.
Vleugels, maar tegelijkertijd heb ik het zwaar. Ik mis mijn publiek. Ik denk aan Vincent en Joop, die me vorige keer min of meer gered hebben. Die zullen er niet zijn, er is niemand, behalve Erno die met zijn zoon nu ongeveer van start moet zijn gegaan. Ik zie inmiddels de eerste renners van de tien kilometer aan de andere kant van de weg lopen. Ik besluit nu maar op Erno te focussen, het uitzicht is toch niets meer. Erno heeft mooie shirts verzorgd, hetzelfde Open Horizons shirt als waar ik in loop, wit met opdruk en dat maakt het makkelijker om hem te vinden. Na een tijdje zie ik ze inderdaad, als eerste zijn zoon, daarna Erno zelf, net nadat we de brug gepasseerd zijn die naar de Willemsbrug toe leidt. Ik roep Erno, Erno roept iets terug en ik krijg weer vleugels. Nog twee kilometer. Hoe hard kun je gaan in de twee laatste kilometers? Volgens mij heb ik mijn tempo al die tijd nog vast te weten houden, nu twee kilometer lang niets meer om naar uit te kijken, dus voluit gaan. Het bandje met trommelmuziek - bedankt bandje voor de stimulerende muziek, de mensenmassa neemt toe, de Coolsingel. Coolsingel is het einde, ik kan de finish zien. Veel mensen aan de lijn. Niemand voor mij. Is dat Erno's andere zoon? Ik ben al voorbij. Nog vierhonderd meter. Ik geef het uiterste, zak terug op meter 300 baal daarvan en geef weer het uiterste bij meter 250. Ik zie de fotograaf bij de finish, probeer iets te produceren wat op een glimlach lijkt en ben er onderdoor. 1 uur, 43 minuten en 17 seconden.
De geneugten van de finish. Als eerste een plastic cape. Soort regenjas. Heel goed idee, want het is koud. Daarna bananen, water en Extran. Shit, vergeten mijn snelheidsmeter uit te zetten, die daarom onterecht op 1.44:13 blijft staan. 1.40 is wat je nodig hebt om in het startvak voor snelle lopers te starten. Volgende keer misschien? Ik neem de erg Rotterdamse medaille, jaren 20 Zadkine stijl design met groen-wit-groen lint dankbaar in ontvangst, vraag me af of oma me ziet en voel me een Olympiër. Net iets meer dan een jaar geleden begon ik met hardlopen, totaal uitgeput na 500 meter. Nu heb ik niet alleen een halve marathon gelopen, ik heb een halve marathon gelopen op een manier die telt. En ik heb nu al zin om voor de hele marathon, over zeven weken (geloof ik) toch nog even te kijken of ik onder de 1.40 kan komen. Ik voel me goed. De halve van Breda op 4 oktober dan maar?



Oktober 2009, terug naar Nuuk
In mei kreeg ik een verzoek van Liga, het bedrijf uit Denemarken dat me eerder ingehuurd heeft om naar Groenland te gaan. "Sander, we hebben een cursus in Groenland en de klant wil jou". Geen details waar de cursus precies over moet gaan, alleen maar de mededeling dat ze mij willen. Dus wat doe je dan? Ja zeggen.
Het bleek uiteindelijk de bedoeling er een cursus over GroupWise en Open Enterprise Server van te maken. Dat treft, want Open Enterprise Server, daar ben ik heel erg goed in. GroupWise niet. Maar waarom zou ik mezelf geen GroupWise aan kunnen leren? Dus, zes dagen vastgelegd, van 13 tot en met 18 oktober (inclusief een zondag) om cursus te gaan geven in Nuuk.
Ah, Nuuk. Ik heb nog steeds gemengde gevoelens met betrekking tot Nuuk. Hoofdstad van het magische land. Witte gevangenis tegelijkertijd. Ik heb een karma schuld in Nuuk en het wordt tijd die schuld af te betalen. Dus we gaan naar Nuuk. Naar Nuuk en we maken er iets leuks van. Vertrek op maandag, cursus geven van dinsdag tot en met zondag en terugreis op maandag. De vorige keer was het me niet echt goed bevallen om te proberen iets leuks te gaan doen, dus deze keer is het gewoon naar Groenland voor werk en niets meer dan dat. Buiten dan de afspraak die ik met Hendrik gemaakt heb om te gaan hardlopen, 30 kilometer, na mijn aankomst op maandag.



Maandag 12 oktober
Tsja, hoe denk je dat je slaapt als je om elf uur 's avonds aankomt in het hotel om de volgende ochtend om kwart over zes op te staan om de reis naar Groenland aan te vangen? Niet echt dus. Ik heb liggen woelen in bed tot half twee om vervolgens om vijf voor zes weer wakker te worden. Ergens daartussenin denk ik dat ik geslapen heb. Ik kan het me niet herinneren, dus het zal wel goed zijn.
Snel gedouchtet, snel naar beneden in het Kopenhagen Hilton om te ontbijten. "Kamer 1217", zei ik vriendelijk tegen de ober die in het restaurant rondliep. "Wat?" Ah, moeite Engels te verstaan zeker. Raar land hier dat Denemarken, ze gaan er maar van uit dat iedereen Deens praat. "Kamer 1217", herhaalde ik, onnodig langzaam dat de ober het maar kon volgen. Hij keek me geïrriteerd aan en vroeg of ik koffie wilde. Wat een vraag, natuurlijk wil ik koffie.
Een half uur later stond ik klaar om uit te checken beneden bij de balie. Hmm, 149 kroon voor ontbijt? "Ontbijt is toch inbegrepen". Nee meneer, alleen als je het in de lounge nuttigt. Ah, dat hebben ze dus veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was. "Nee meneer". Kut. Begint goed vandaag. Eerst een ober die te stom is Engels te begrijpen. Dan een gast die me voor mijn gratis ontbijt wil laten betalen. Lekkere boel.
Inmiddels met een stuk slechter humeur dan een half uur geleden loop ik naar de luchthaven om in te checken. Valt alweer mee. In de rij voor de business class checkin staan twee mensen die ongeveer weglopen op het moment dat ik er aan kom. Het inchecken van de koffer gaat voorspoedig. "Mag ik uw carry-on ook even op de band", vraagt de man achter de balie. "Oh shit", denk ik. Die is met twee laptops en leesmateriaal voor onderweg dus echt wel te zwaar. Desalniettemin plaats ik hem braaf op de band.
"Te zwaar", zegt de man. Ik probeer nog mijn verhaal uit te leggen over de laptops die toch echt in de handbagage moeten, maar de man is onverbiddelijk. Regeltjes. Daar zijn die Scandinaviërs wel vaker goed in. Net als in Zweden, waar ze het voor elkaar krijgen om bij een cursus die om half negen begint ook echt allemaal om half negen aanwezig te zijn. "Wees eens wat flexibeler man", denk ik. "Ik heb altijd met twee laptops naar Groenland gereisd, zijn de regels veranderd. "U mag maximaal acht kilo in uw rugzak meenemen", zegt de Deen onverbiddelijk. "Is er echt niets mogelijk?" Ik ben nu eenmaal half Frans en in Frankrijk onderhandel je je wel uit een situatie die je niet bevalt. "Alleen als de controller het toestaat", zegt de Deen. "Ik zal hem roepen".
De man staat op en loopt naar een persoon dat iets verderop staat. Aan zijn hoofd zie ik meteen al dat hij dat net zo goed niet had kunnen doen. "Niet toegeven" straalt als een tweede natuur van de man af en hij is ook niet te beroerd dat nog even voor me te bevestigen. We blijven in impasse voor de balie staan. Ik zwijg, de Deen zwijgt terug en de controller loopt weer weg. Ik ga overstag. Dit gaat zo niet lukken. Kan een dag nog veel slechter beginnen? Niet zeuren, ik ga naar Groenland. En daar heb ik mijn energie nog hard genoeg nodig.
Tien over elf. Aangekomen in Kangerlussuaq en tijd om in te stappen in de Dash 7. De vlucht van Kopenhagen naar Kangerlussuaq was saai. Naast me zat een veel te dikke man die net op het moment dat ik even wilde gaan slapen met de achterbuurvrouw begon te praten, met veel te luide stem ook nog. Van slapen is er dus niets gekomen. Dan maar lezen, terwijl mijn buurman de ene na de andere Gin-tonic naar binnen sloeg. Zullen wel veel calorieën in zitten als ik zijn vetlaag zo bekijk. In totaal heeft hij er toch wel een stuk of tien gehad.
In Kangerlussuaq zelf tijd gehad om een broodje te eten. Het leek me verstandig toch maar te gaan eten, met het oog op de plannen om een eind te gaan hardlopen later. De Dash-7 vertrok op tijd. Pas in de Dash kreeg ik echt het idee in Groenland te zijn. In de Dash interesseren mensen zich in elkaar, komt er iemand naast je zitten en voordat je het weet ben je gezellig een praatje aan het maken. Daarbij was het ook nog eens heel mooi weer, zodat ik voor het eerst gezien heb in welk een mooie omgeving Nuuk eigenlijk ligt. Een bergachtig Fjord, met overal kleine eilandjes en de laagstaande zon die een magisch gele gloed over de besneeuwde bergtoppen werpt. Prachtig.
Om 12 uur precies arriveerden we in Nuuk. Geen rondwervelende sneeuwstormen dit keer, maar een vrijwel sneeuwvrije luchthaven waar mijn koffer natuurlijk pas als laatste de bagagecarroussel af kwam. Zal wel komen omdat hij last had van een heel klein beetje overgewicht. Ik schat dat hij met laptop en alle boeken en papierwerk dat ik meegenomen heb om mijn werk te kunnen doen, toch snel vijfendertig kilo heeft gewogen.
Vanuit het vliegtuig had ik de auto van Hendrik al zien staan en inderdaad, hij stond op me op de luchthaven te wachten. Aardige vent, maar ik heb nog steeds gemengde gevoelens. Aan de ene kant is het alsof hij een goede vriend is, aan de andere kant heb ik telkens weer het idee dat ik hem tot last ben. Zo ook toen ik hem vroeg over de plannen samen te gaan hardlopen in de middag. "Ja, ik doe het niet voor mezelf", zei hij, "ik doe het om jou een plezier te doen". Nu moet ik ook zeggen dat ik dat laatste wel geloof. Toen we om twee uur begonnen met lopen, bleek al snel dat het lichte mannetje een heel stuk sneller kan lopen dan mij. Ik heb het zwaar met alle bergen en vervloek hem als hij me weer een twintig procent helling op laat kruipen. Tegelijkertijd bewonder ik zijn inzet.
In het vliegtuig begon ik laf genoeg te worden om voor te stellen om het maar op twintig kilometer te houden, in plaats van dertig. Want ik had slecht geslapen, was moe en chagrijnig. En echt eenvoudig is het ook niet, de kleine maar o zo pittige heuveltjes van Nuuk op te rennen. Toen hij me van het vliegtuig naar het hotel bracht, had Hendrik me al gewaarschuwd. "Hier gaan we straks omhoog lopen". Ik zag een soort muur zo stijl en kon me er niets bij voorstellen. Na een kilometer of twaalf was het zo ver en kwamen we aan de voet van de muur. De muur naar de luchthaven. De luchthaven van Nuuk heeft inmiddels iets magisch gekregen voor me. Ik moet mezelf bewijzen dat ik desnoods kruipend naar die luchthaven toe kan.
Hendrik wees me op de 35 kilometer markering die hij voor de Marathon van Nuuk op de grond geschilderd had. Ah, dus de mensen die de Marathon van Nuuk lopen, komen dit aan het einde pas tegen? Dat gaf me energie, ik accelereerde en liep zonder al te veel problemen naar boven. Dat Hendrik diezelfde helling veel sneller op liep, dat liet me even volledig koud. Hij is tenslotte een kilootje of twintig lichter, dus dat mag. Hij moest het me overigens wel even laten weten, rende voor me uit, kwam weer terug rennen om vervolgens weer met me mee te rennen.
Ik voelde me geweldig toen we boven kwamen. We hadden uitzicht over het Fjord van Nuuk dat door een zwak zonnetje beschenen werd en omdat er even geen vluchten binnen kwamen, was het compleet rustig. Ik vroeg aan Hendrik wanneer nou die moeilijke helling kwam. Hij lachte naar me en ik stelde voor de helling nog maar een keer te doen, wetend dat we dan in elk geval in plaats van twintig kilometer op een kilometer of zevenentwintig uit zouden komen. Geen enkel probleem, vond Hendrik en we renden het rondje luchthaven nog een keer. Een grote helling op, drie kleintjes en ergens voelde het alsof ik thuis was, aan het rennen met mijn maatje hier in Nuuk.
Tegen het einde van de loop, op kilometer zesentwintig had Hendrik nog een verrassing voor me. Ik zag al in de verte een soort muur aankomen, erger dan de luchthavenhelling en inderdaad, op de laatste rotonde nam Hendrik niet de afslag waarvan ik wilde dat hij hem zou nemen, maar liepen we recht op de muur af. Wat maakt het uit, dacht ik, we zijn er bijna. Mijn spieren begonnen inmiddels behoorlijk te kraken, maar als je dan echt helling op moet, kun je altijd nog je armen gebruiken. Hoe harder je je armen zwaait, hoe meer je diezelfde armen kunt gebruiken om vaart te maken, dus met een verrassend tempo van 9,6 kilometer per uur rende ik naar boven.
Eenmaal boven vroeg ik Hendrik hoe ver we gelopen hebben. "Zesentwintig kilometer" antwoordde hij. Ik begon het moeilijk te krijgen, maar voor dat ik het wist had ik al gezegd "Laten we er dertig van maken". Het was tenslotte perfect weer om te hardlopen. "Oké", zei hij met een glimlach op zijn gezicht. We renden rechtdoor, langs een van de twee stoplichten die Groenland rijk is wat overigens goed getimed net op groen sprong (door rood rennen is not done in Groenland) en we liepen het oude Nuuk in. Dit was een deel van de stad waar ik vorig jaar ook geweest was, bij de kerk, geen flats maar vrijstaande huizen die in rood, groen, blauw of bruin geschilderd waren. We liepen langs een soort dorpswei (de meent, zoals we die in Nederland in de middeleeuwen ook hadden), met een handgetimmerd hek er omheen en een plas water in het midden waar wat jongens met hun crossfiets aan het spelen waren. Ze zeiden wat tegen Hendrik en het was duidelijk dat ze elkaar kennen.
Even later liepen we naar beneden. Oh mijn god dacht ik niet naar beneden alsjeblieft. We kwamen van het niveau waar de auto stond en als we nu naar beneden lopen, tsja, dan moeten we ook weer om hoog. De afdaling was de moeite waard. We liepen langs het water, waar vlak langs de kust een opaalblauwe ijsberg lag. Ik hoorde een luid gekraak, net toen we er lans liepen brak er een stuk van het ijs af. De klank van brekend ijs die ik zo graag in Ilulissat had gehoord en hier dan ook kreeg. Geweldig, het gaf me de energie om de laatste anderhalve kilometer ook nog vol te maken. Inmiddels vroeg ik om de driehonderd meter aan Hendrik hoe ver het nog is. Zijn Garmin geeft de afstand in kilometers, die van mij in mijlen en ik had echt de fut niet meer om kilometers om te rekenen in mijlen. Toen we bij de auto kwamen, zaten we precies op dertig kilometer. "Goed", zei ik tegen Hendrik. "Ik ben gekomen voor dertig kilometer en dan is het belangrijk om de dertig kilometer ook vol te maken".
Toen we in de auto gingen zitten hadden we het beiden ook echt wel helemaal gehad. Ik dronk achter elkaar vier flesjes water op, Hendrik had hongerklop en moest iets eten. Moe maar voldaan kwam ik even later in het hotel aan, waar Hendrik me overigens met de auto naar toe bracht. Je denkt toch niet dat ik die driehonderd meter nog wilde lopen na deze prestatie? In het hotel bleek overigens dat ik een dingetje over het hoofd gezien had. Hendrik had inderdaad dertig kilometer gelopen. Op de helling uit de hel had hij een stukje voor me uit gerend om vervolgens weer terug te rennen om daarna weer met me verder te rennen. Hendrik had dertig kilometer gelopen, ik niet. Ik kwam net die laatste driehonderd meter tussen auto en hotel tekort. Ik kon me er niet echt druk over maken. Het was een heerlijke run en wat maken die paar honderd meter dan nog uit?

Donderdag
Gisteren een half uur met thuis gebeld. Toch maar eens kijken wat dat eigenlijk kost. Ah, rest van de wereld, volgens KPN, twee Euro veertig per minuut (vijf ouderwetse guldens dus). Ik schrik me rot en leg het voorval aan mijn cursisten voor. Ah, zegt Alu, je moet hier een telefoonkaart kopen. We kijken op Internet naar de tarieven en ik kom erachter dat met een Groenlands nummer naar Nederland bellen, wel vijfentwintig cent per minuut kost! Telefoonkaart kopen dus!
Alu, de baas van de IT afdeling, ziet dat het me bezighoudt en als om half elf de schilder zich meldt omdat hij nog even een kozijn moet schilderen, stelt hij voor om me mee te nemen naar het postkantoor. Geweldig, de baas van de afdeling die ongeveer vijf euro per minuut betaalt om naar mij te mogen luisteren heeft daar volkomen lak aan en neemt me in zijn autootje mee naar het postkantoor. Alu rijdt overigens het kleinste autootje in Groenland, een goudkleurige Kia, waar hij ongeveer in zijn eentje net inpast (hij is vrij fors uitgevallen). Gelukkig pas ik ook, als ik me maar een beetje tegen de deur aandruk. Omdat hij het kleinste autootje in Groenland rijdt, rijdt hij ook heel voorzichtig, de rest van Groenland rijdt zo ongeveer een fourwheel drive dus dan moet je in je Kiaatje wel oppassen. Maar dat maakt niet uit, ik hou ook wel van een veilige rit.
Na vijf minuten komen we bij het postkantoor aan. Alu neemt twee nummertjes om op onze beurt te wachten, een voor postzegels en een voor de telefoonkaart. In afwachting van al die minerale rijkdommen die uit de bodem gaan komen als die drie kilometer ijs die ongeveer over het hele land licht gesmolten is, moet Groenland toch iets aan inkomsten doen, dus produceren ze een flink aantal postzegels elk jaar. Leuk voor de jongens denk ik, en ik besluit twee mapjes te nemen met de volledige verzameling van 2008 (2009 was er denk ik nog niet omdat het jaar nog niet is afgelopen, best logisch eigenlijk). Alu mompelt even iets en vervolgens helpt de dame me ook even aan mijn telefoonkaart. Best handig, hoezo regeltjes? Ik vertel dat ik de postzegels koop voor mijn twee zoons, en ze doet er nog wat kleinigheidjes voor de jongens bij ook, een soort logo in de vorm van een ijsbeer en een tas voor elk. Geweldig, moet je in Nederland eens mee komen. Apetrots op mijn Groenlandse nummer lopen we een minuut of tien weer naar buiten. En het is nog een mooi nummer ook, 286646, veel beter kun je het als IT-er niet krijgen toch?

Vrijdag
Normaal is vrijdag het einde van de week. Nu niet. Raar gevoel, eind van de week maar toch niet. Nog twee dagen cursus, op zaterdag en op zondag en op maandag weer naar huis. Het weer is niet geweldig vandaag. De hele middag een vies mengsel gehad tussen sneeuw en regen. Grijs, net als vorig jaar. Tel daar bij op dat de cursus nu al zijn vierde dag heeft gehad en het tempo er ook niet echt lekker in zat vandaag en dan weet je genoeg om te kunnen concluderen dat vandaag geen geweldige dag was.
Of zou het het Groenland effect zijn? Zo ver overal vandaan dat je eigenlijk alleen nog maar jezelf hebt. En de computer, een schaars aantal films op dvd en een paar boeken en tijdschriften. Een wit-grijze gevangenis waarin je vooral jezelf tegenkomt. Om een of andere reden kom ik er niet toe om te werken. De to do lijst met artikelen is aardig afgewerkt en alle andere projecten, het zit er gewoon niet in. Tot vandaag aan toe heb ik de tijd aardig weten te vullen. Opstaan om half zes, Internet aanzetten. Kijken of er iets nieuws in mijn mailbox wacht, over de internetverbinding die hier maar liefst 10 Euro per uur kost. Vervolgens werken en aan het einde van de dag hardlopen. Dat zat er vandaag echter niet in. OK, werken is wel gelukt, hardlopen niet. Als eerste omdat ik mezelf dat sowieso al verboden had omdat het lichaam na 45 kilometer sinds ik maandag ben aangekomen ook rust nodig heeft, daarnaast vanwege het weer. Daarbij was ik aan het einde van de dag moe. Eigenlijk had ik het liefst de anderhalve kilometer van Nukisiorfiit naar het hotel terug gelopen, maar met een dergelijk weer wil je daar echt liever niet aan beginnen. Dus met Hendrik mee gereden.
De rit op zich was al een belevenis. Eerst reed Hendrik een totaal andere kant op om iemand op te pikken. Een meisje van een jaar of 17, op een of andere manier gerelateerd aan zijn vriendin. Naar goed Groenlands gebruik stapte ze in zonder iets te zeggen en reden we verder. Een computer ophalen bij de lokale skiclub waarvan Hendrik belangrijk is. Weet niet precies wat maar dat doet er ook niet toe. Vervolgens iets afgeven bij de kapsalon (denk ik). En toen eindelijk naar het hotel. Oh nee, toch maar de andere kant op, want dat is korter. Bijna een ongeluk omdat er een meisje overstak maar dat ging net goed. En het kindje van een jaar of drie dat ingepakt als een eskimo in de natte sneeuw aan de straatkant aan het spelen was ook net niet geschept. Vervolgens aangekomen bij het hotel. Snel mijn tas gedumpt, naar huis gebeld en naar Brugsen aan de overkant om boodschappen te doen.
Brugsen is een van de voor zover ik ze heb kunnen vinden twee supermarkten in town. Tussen het hotel en Brugsen heb je ook één van de twee stoplichten die Groenland rijk is. Dat is ook nodig, want elke dag weer aan het eind van de middag is het spitsuur voor Brugsen. Je komt er ook alleen maar in als je geduld hebt, langzaam slenterend, zoals het begin van een nieuwe wandelavond in de avondvierdaagse. Iedereen wil namelijk naar Brugsen en ik vorm geen uitzondering. Boodschappen doen voor de hele week? Dat is er niet bij. De meeste mensen komen kijken wat er vandaag beschikbaar is. Want even een appeltje, tsja, dan moet er wel een voorraad appels met het schip zijn binnengekomen. En wat de boot deze keer weer heeft meegenomen, het blijft een verrassing.
De verrassing bestaat vandaag uit Pomelo's uit China, zo groot als een meloen. Normaal vind ik pomelo's lekker, daarnaast zitten ze vol met goede dingen, dus ik neem een pomelo-meloen mee, en daarnaast een pak gerookte zalm, een stuk chocola en bier. Morgen is het namelijk weekend en in het weekend kun je geen bier kopen.
Terug in het hotel kom ik er al snel achter dat de Pomelo geen succes is. Het ontbreekt namelijk aan dat wat zo'n stuk fruit juist lekker maakt: sap. De pomelo is gort en gort droog. Dus na een kwart verdwijnt hij in de prullenbak, gelukkig maar dat ik nog crackers en zalm heb. Mijn dagelijkse avondeten hier. In het hotel kan ik namelijk niets warm maken en ik heb geen zin om gezellig alleen in het restaurant te gaan zitten.
Tijdens het eten kijk ik op mijn computer naar een film. De film die interessant begint, ontaardt na een half uurtje in een compleet mislukte russische horrorfilm. Hoe ik ook mijn best doe, ik hou het niet vol, dus ik zet hem uit. Gelukkig is e rnog de televisie met daarop gratis Canal+. De films worden uitgezonden in de originele taal, dus dat zijn Amerikaanse films met Deense ondertiteling. Ah, een foutmelding waaruit ik af kan leiden dat de films alleen toegankelijk zijn als je een decoder hebt. Had ik vorig jaar ook al eens gezien. Bij goed weer kun je die films gewoon bekijken, bij slecht weer heb je er ineens een decoder voor nodig. Met als gevolg dat ik de keuze heb tussen saai saaier en saaist Deenstalige documentaires en grappige shows die vast heel lollig zijn als het het Deens een beetje machtig bent, en een mevrouw in plastic ondergoed en minirok die haar struikgewas aan het bekrabben is, gevolg door een andere mevrouw die zin heeft in mossels, om het zo maar eens te zeggen. Ik heb net zalm gegeten dus die zin in mossels valt tegen en ik ga wat anders doen.
Foto's sorteren dan maar. Om een of andere reden vind ik dat ik recht heb op een stressvrije week. Nou ja, stressvrije week, noem het maar stressvrij. Ik heb de afgelopen drie weken twee nieuwe cursussen gegeven (dat doe ik normaal ongeveer per jaar) met als gevolg dat ik elke avond en elke ochtend heb zitten sturen en nu even helemaal nergens zin meer in heb. Dus sorteer ik mijn vakantiefoto's. Ook best aardig, want sinds de vakantie heb ik nog niet eens de tijd gehad / genomen om te kijken naar de plaatjes die we met de pocketcamera hebben genomen.
Vervolgens gaat de telefoon. De telefoon is zo vriendelijk me te laten zien dat het "thuis" is, alleen hoor ik niets. Af en toe een flard van Florence die probeert me iets te vertellen. Ik probeer iets terug te zeggen, maar snel genoeg komen we er achter dat dit niet werkt vanavond. Ophangen en opnieuw proberen, tot zes keer aan toe en we het beiden opgeven. De mevrouw van de mossels is op de televisie inmiddels in ademnood en buiten is het grijs vervangen door donkergrijs en is het bijna donker. Ik neem nog maar een biertje en besluit dan maar mijn Groenlandse belevenissen aan de computer toe te vertrouwen.
Groenland is een verzameling van hier en daar een paar vierkante kilometer "beschaving" tussen oneindige natuur en oppermachtig weer. Op die paar vierkante kilometer vindt je een micro-samenleving. Kun je je voorstellen dat ik alle mensen met wie ik in het vliegtuig gesproken heb inmiddels al weer tegen ben gekomen, en natuurlijk Hendrik in zijn auto voorbij reed toen ik eergisteren een rondje van 12 kilometer om de luchthaven heen gerend heb? Dat micro-niveau brengt je terug naar een menselijkheid die je in de file op de A27 niet tegen komt. In Nederland ben je anoniem op het moment dat je bij je huis weg rijdt, geen kans dat je ook maar iemand tegenkomt die je kent. In Groenland kom ik dagelijks wel iemand tegen van de ongeveer 10 mensen die ik hier ken. En ze zorgen voor elkaar, zoals Hendrik die me vanochtend weer op is komen halen terwijl ik niet eens ergens om gevraagd heb. En juist dat menselijke aspect brengt je in Groenland terug naar je zelf, en doet je realiseren hoe enorm ver verwijderd bent van alles dat je lief hebt. Ik bid dat het vliegtuig terug maandag gewoon terug gaat vliegen, al weet ik dat ik geen enkele garantie heb dat dat ook gaat gebeuren, blader nog een keer door de vakantiefoto's waar jongste zoon Alex steevast met een grote glimlach op staat, oudste zoon Franck enigzins gegeneerd door zijn veel te op de voorgrond tredende broertje en Florence als altijd lekker (want anders zet ik haar gewoon niet op de foto) en ik begin er naar uit te kijken om maandag weer naar huis te vliegen, terwijl de mevrouw op de televisie op het moment aan het trampolinespringen is op een soort vleeskleurige banaan.

Zaterdag
De motivatie bij de cursisten was een stuk minder vandaag. Kan ik me ook goed voorstellen, het is inmiddels alweer de vijfde dag van de cursus en daarnaast is het zaterdag. Hendrik gaat ondertussen naar huis om met zijn vriendin te ontbijten en de volledige familie van Marius komt rond een uur of drie op het werk en gaat zitten wachten in zijn kantoor omdat ze zelf geen auto hebben. Ook voor mezelf begint de tijd lang te duren, maar desalniettemin ben ik tot tegen vier uur door gegaan, wat er vandaag de langste cursusdag van de hele week van maakte. De reden hiervoor? Simpel. Liever vandaag een normale dag draaien en morgen er wat eerder mee op houden. Morgen is het zondag tenslotte (en daarnaast zijn de weersvooruitzichten voor morgen best goed om misschien te gaan lopen). Dus ik hoop maar dat we morgen voor drie uur klaar zijn en ik naar buiten kan, als het weer tenminste mee zit.
Tot nu toe is er weinig sneeuw geweest, maar vandaag is het echt beginnen te sneeuwen. Dit was de eerste ochtend dat ik in een witte wereld opstond. Wel mooi, maar ik hoop toch ook dat het niet uit de hand gaat lopen. Als eerste al omdat je met die sneeuw niet even lekker buiten gaat lopen, dan is het fitnesscentrum ineens weer de enige oplossing en op zo'n loopband lopen, tsja, dat is niet echt geweldig. Daarnaast is het leuk geweest, maar wil ik maandag toch ook wel weer naar huis. Om negen uur vertrekt mijn vlucht vanaf Nuuk en ik ben een paar dagen geleden al begonnen het weer in de gaten te houden. En de huidige windsnelheden en de annuleringen bij Air Greenland. Het goede nieuws is dat het tot nu toe allemaal is meegevallen. Minder leuk is dat juist voor maandag de hardste wind voorspeld wordt, 10 meter per uur. Nu is 10 meter per uur natuurlijk niet veel, maar ik weet inmiddels ook dat de windverwachtingen van DMI altijd te laag zijn ingeschat. 10 meter per uur is meestal 20 meter per uur en dat is toch een fikse windkracht 7. Straf windje, maar het zou op zich niet uit hoeven te maken. Daarbij komt het voordeel dat alle vliegtuigen die maandagochtend moeten vertrekken op zaterdag al binnenkomen in Nuuk. Te meer reden om te gaan hardlopen zodat ik kan zien dat ze er werkelijk staan! Ik weet wel dat het onzin is, maar voor de gemoedsrust is het toch wel een prettig idee ze even te gaan bekijken.
Eind van de middag had ik afgesproken met Stefan om een biertje te gaan drinken. Hij was er om vijf uur stipt en we hebben een tijdje boven gezeten in de bar. Handig, als een van de beste bars in het land gewoon ook maar in je eigen hotel is. Leuk ook om mensen te kennen hier. Tijdens het hardlopen kom ik Hendrik tegen. Die gekke Deen van vorig jaar, Mikael, zit hier ook in het hotel en zelfs de mensen waarmee ik maandag in het vliegtuig heb gesproken ben ik allemaal al weer tegen gekomen. Dat is dan ook meteen wat me hier bevalt. De wereld is klein en overzichtelijk. Ik krijg het gevoel dat ik hier al bijna meer mensen ken dan thuis in Roosendaal.

Zondagochtend
Zondagochtend kwart voor acht. Hendrik komt me over een kwartiertje ophalen voor de laatste cursusdag en het sneeuwt. Ik kan het niet helpen maar begin al lichtelijk nerveus te worden. Sneeuw, en de vooruitzichten voor morgen zijn niet goed. Sneeuw en wind vanaf middernacht.... De vlucht vertrekt om negen uur, dus laten we maar eens kijken wat dat wordt...

Zondagavond, zes uur
We waren vroeg klaar vandaag. De cursus is perfect gegaan en mijn drie klanten waren blij. Om 2 uur waren we klaar, daar was iedereen ook wel aan toe na zes dagen cursus. Hendrik bracht me zoals vrijwel elke dag naar het hotel. Hij treuzelde onderweg, alsof hij zin had nog wat te gaan doen, maar niet op het idee kwam wat dan te doen. Het heeft gesneeuwd vannacht en vanochtend en flink ook, alles is nu wit.
Diezelfde sneeuw die er vanochtend nog voor zorgde dat ik in de stress schoot, heeft met het bleke en gelijktijdig intensgele zonlicht dat af en toe door de loodzware wolken heenbreekt een magisch effect. Iets van kerst, maar dan in oktober. En vooral is het ook heel lollig. Gelukkig had Hendrik eergisteren een lekke band en heeft hij zo ongeveer als enige in Nuuk zijn winterbanden vast omgedaan. En alle mensen die dat niet hebben gedaan, hebben het vandaag geweten.
Om een of andere merkwaardige reden worden de straten hier niet sneeuw en ijsvrij gemaakt, maar beginnen ze met de voetpaden en fietspaden. Het idee is waarschijnlijk dat zo'n auto - als hij zijn winterbanden maar om heeft - de sneeuw toch wel kapot rijdt, terwijl dat voor voetgangers veel moeilijker is. Met dus als gevolg dat iedereen die zijn winterbanden niet omhad daarvoor genadeloos gestraft is. Het begon al met Marius, een van de cursisten die er aan het eind van de cursus gewoon niet in slaagde weg te rijden met zijn auto. Geen probleem. Hendrik stapte achter het stuur (ik schat hem niet zwaarder dan 60 kilo) en Pilutaq, Marius en ik (gezamenlijk wel goed voor driehondervijftig kilo denk ik) duwen. Geen probleem, die auto kwam wel in beweging.
Het probleem met Nuuk is alleen dat er ondanks dat er maar erg weinig wegen zijn, wel heel veel bergen zijn. Bergen waarop de wegen naar boven met platgereden sneeuw inmiddels aardig ijzig begonnen te worden. Gelukkig voor Marius reed hij er zonder al te veel problemen op naar boven, met Hendrik en mijzelf erachteraan om te kijken of alles wel goed ging. Daarna bracht Hendrik me naar het hotel. In zijn Engels dat niet altijd helemaal perfect is zei hij "ik denk erover om je morgen naar de luchthaven te brengen". Had ik Hendrik nu niet iets beter gekend, dan had ik me over die opmerking verbaasd. Aan welke voorwaarden moet ik dan zoal voldoen om ervoor in aanmerking te komen naar de luchthaven gebracht te worden? Maar gelukkig ken ik Hendrik inmiddels iets beter en heb ik hem verteld dat ik dat erg op prijs stel. Hij bedoelt natuurlijk gewoon te zeggen "zou je het leuk vinden als ik je morgen naar de luchthaven breng". En ja, dat stel ik op prijs. Dus hij zette me voor het hotel af met de belofte me om half acht op te komen halen.
Daar was ik dan om twee uur op mijn hotelkamer. En wat doe je dan? Twee opties: je laat je intimideren door het weer en blijft de hele middag op je kamer zitten, je gaat naar de fitnessclub of je trekt de stoute schoenen aan - mijn Asics hardloopschoenen in dit geval - om er lekker op uit te gaan. Ik heb maar voor de laatste optie gekozen.
Het was inmiddels droog en prettig koud, een graad of twee onder nul met in het zachte windje een gevoelstemperatuur van rond de min vijf. Als je goed bent aangekleed, is dat heerlijk loopweer. Oké, ik moest er eventjes inkomen. Want het hotel ligt in het centrum van Nuuk en daar komen veel mensen omdat daar de supermarkt is (die waar ze in het weekend geen bier verkopen), dus de sneeuw was grondig platgetrapt en tot ijs getransformeerd. Eerst maar even wandelen dus. Heuvel op, dat gaat prima. Beetje slalommen om de wandelaars heen (die in Groenland graag over de volle breedte van het pad wandelen), maar in rustig tempo ging het prima omhoog zo. Naar beneden is alleen minder. Je hebt de neiging te hard te gaan als je bergaf loopt, en om dat te compenseren moet je te hard remmen en als je dat net iets te enthousiast doet, dan loop je het risico dat het verkeerd afloopt en je op je plaat gaat. Dus liep ik zo langzaam mogelijk de berg af.
Ondanks de sneeuw en ijs had ik er zin in. Dit hardlooptochtje is niet alleen goed als voorbereiding voor de marathon van volgende week, er is ook een psychisch aspect. Dit is Sander tegen het weer in Groenland, het weer waar ik met tegenzin tegenop zie omdat het mijn georganiseerde goed geplande leventje in de war kan schoppen. Dit hardlooptochtje is een overwinning van Sander op het weer. Om mezelf ervan te overtuigen dat ik desnoods lopend naar de luchthaven kan gaan (alsof dat zin heeft, als er geen taxi is om me te brengen en ik ga lopen, dan zullen de vliegtuigen zeker wél vliegen, blijf dromen...). En tegelijkertijd om mezelf ervan te overtuigen dat ze op de luchthaven er alles aan doen om ervoor te zorgen dat ik morgen om 9 uur naar Kangerlussuaq kan vliegen. Twaalf kilometer op het programma dus en om het toeristische aspect wat te benadrukken, heb ik mijn fototoestel meegenomen.
Ondertussen komt de heuvel van de hel in zicht. Honderd meter omhoog slechts, maar wel met een stijgingspercentage tussen de 15 en 20%. Vijfhonderd meter klimmen ongeveer en dan ben je honderd meter hoger. Door de natte sneeuw, want we zijn hier in de buurt van de luchthaven en ondanks dat er vandaag geen enkele vlucht vertrekt, moeten de wegen hier om een of andere reden wel schoongemaakt worden. Ik ben boven, mijn hart dreunt mijn borstkas uit maar ik voel me goed, en zowaar zeggen de lopers vandaag allemaal op bescheiden manier (eigen aan de allochtonen hier) gedag tegen me. Variërend van de man die met een glimlach zijn hand opsteekt, tot de Deen die me een knikje geeft en de Groenlandse die me een knipoog geeft. Geweldig, dat overkomt me in Parijs zelfs niet.
Ik ben boven en eenmaal boven, heb je uitzicht op de luchthaven. Wat ik al wist wordt bevestigd, er rijden wagen heen en weer, druk bezig de piste sneeuw en ijsvrij te maken en buiten staat een helikopter zich voor te bereiden op de vlucht. Heel mooi. Ik ren verder, de steile bocht naar beneden en loop de stad weer in. Ik besluit nog maar wat verder te lopen, dit is mijn ererondje voor Nuuk, om heel Nuuk te laten weten dat ik me niet gek laat maken door een beetje weer en een beetje afstand van de rest van de wereld. Nuuk is een micro-wereldje op zich, een micro-wereld waar je heel snel mensen leert kennen en waar je heel snel deel van uitmaakt. Gaan rennen vandaag was het beste besluit wat ik had kunnen nemen, je moet er deel van uitmaken want als je binnen blijft zitten en naar de grijze lucht kijkt, wordt je zeker depressief. Terwijl ik door het rode voetgangersstoplicht loop, toetert een welbekende blauwe Toyota naar me. Hendrik, met zijn vriendin en het meisje dat hij vrijdagavond meenam in zijn auto, alle drie naar me zwaaiend alsof ik de beste vriend van de familie ben.
Daarom doe ik het dus. Thuis ben ik vader, echtgenoot en buurman, soms ook eens broer, zwager of zoon en dan weer docent, maar altijd in de file en altijd met een taaklijst die me zwaarder op de schouders weegt dan een zak met aardappelen. En als ik weg ben, ben ik ineens een soort popster, de specialist die ze helemaal uit Nederland naar Groenland laten komen, de specialist die boeken heeft geschreven voor Amerikaanse uitgevers en waarvan elk woord dat hij zegt gewoon waar is. Dat gebeurt in Australië, Amerika, Groenland, Zweden, Frankrijk, overal, maar om een of andere reden nooit in Nederland. Daar ben ik gewoon een lul die uit zijn auto stapt om zijn lullige baantje uit te voeren omdat er nou eenmaal zo nodig brood op de plank moet komen. En tussen al die verre landen neemt Groenland een speciaal plekje in. De samenleving is hier zo compact, dat hij nog puur is. Met 13.000 mensen in de hoofdstad verstop je je niet, dus de echte extremen heb je hier niet. "Er is hier nog nooit een bank beroofd", vertelde Hendrik. "Iedereen kent iedereen dus je laat het wel uit je hoofd om misdadiger te worden. Natuurlijk gaat er wel eens wat mis, maar die sturen we gewoon naar Denemarken want gevangenissen hebben we hier niet." De uitwassen van de menselijkheid die voor ons zo gewoon zijn, zoals drugs, hoeren en aso-gedrag, bestaan hier veel minder. Je haalt het wel uit je hoofd om een vechtpartij aan te gaan met iemand als de kans heel groot is dat je hem morgen gewoon weer in de supermarkt tegenkomt. En het volk dat zo klein is tussen de alomtegenwoordige natuur, heeft geleerd om voor elkaar te zorgen, wat uit alle kleine dingetjes blijkt. De vrouw in het postkantoor die aardigheidjes voor de jongens meegeeft (Je hebt toch twee zoons?), de vrouw bij de kassa die ziet dat je niets begrijpt van wat de caissière je vraagt en het ongevraagd even voor je vertaald, de mensen die er op afstromen als een auto de greppel in rijdt (weer zo'n sukkel zonder winterbanden) en met zijn allen gaan duwen tegen die auto om hem weer uit de greppel te duwen en daar wonderwel in slagen. Ik snap waarom Groenlanders berusten in het weer. Ze hebben elkaar, in een hechte samenleving waar je nooit alleen bent, al ben je een vreemdeling die van het andere eind van de wereld komt. Ik ben dankbaar dat ik daar zo af en toe even deel van uit mag maken.
Weer terug in het hotel begin ik mijn koffer in te pakken. Hoe dan ook, ik ben blij dat ik weer naar huis kan gaan en daar weer verder kan gaan met mijn gewone leven, hoeveel nadelen er soms ook zijn. Ik pak de telefoon om even naar huis te bellen. Eén SMS op mijn Groenlandse nummer, wat inmiddels bij vier mensen bekend is, van een nummer dat ik niet ken. "Ajungii", zegt de SMS. Wat zoveel wil betekenen als "Alles OK, bedankt, en hoe gaat het tegelijk". Ik leg mijn telefoon weg en heb nu al heimwee. En tegelijk ben ik blij om morgen te vertrekken.

Maandag, de dag van vertrek
Zoals te verwachten slaap ik niet optimaal. Met een half uur lig ik te luisteren naar de wind, die langzaam aanwakkert. Voor het eerst deze week hoor ik de wind om het gebouw heen loeien, hij staat dan ook recht op mijn kant van het hotel. Om half vijf kijk ik naar buiten en sneeuwt het nog bovendien. Ik ga mijn bed uit en het Internet op. De wind blaast met stoten tot 22 meter per seconde (windkracht 8) en een gemiddelde van 15 meter per seconde (windkracht 5 en een half). Zou op zich geen problemen op moeten leveren. Voor de rest is er nog niets te zien op Internet. Ik ga mijn bed weer in, maar bedenk me dat het in Europa toch ook al half negen is en ik net zo goed alvast kan wennen aan de Europese tijdzone. Eruit dan maar.
Ik weet dat dit soort uurtjes dodelijk kunnen zijn voor de moraal. Nog drie te gaan. Wat is de grootste fout die je kunt maken? Steeds maar blijven kijken op Internet wat de status is. Met elke keer dat ik kijk, gaat de tijd langzamer vooruit. Gelukkig heb ik bonnen voor Internet. Internetten kost hier tien Euro per uur en ik heb nog drieëneenhalf uur over. Ik ga er zuinig mee om want als ik terug kom, dan kan ik ze nog goed gebruiken. Ik scheer me, douche me, pak mijn bagage in, alles zonder overdreven haast. Kwart over vijf, kwart over negen in Kopenhagen. Dat betekent dat de Airbus naar Kangerlussuaq nu vertrokken moet zijn. Nu kijken? Nee, beter een half uur wachten totdat hij ook echt vertrokken is. Vliegtuigen vertrekken zó vaak net iets te laat.
Wel heel aardig is dat ik op de heenreis in het vliegtuig in Suluuk, het in-flight magazine een verhaal heb gelezen over hoe Air Greenland om gaat met zijn rooster en vooral met de aanpassingen ervan. Op basis van die informatie weet ik dat al om drie uur mensen aan het werk zijn gegaan bij Air Greenland om het vluchtschema voor de dag in de gaten te houden, en om te observeren dat het voor wat betreft het weer ook allemaal kan. Het vliegtuig moet aan kunnen komen, maar moet ook een uitwijkbasis hebben. Veiligheid is de hoogste prioriteit, maar ze willen ook wel heel graag alle mensen die in Kangerlussuaq aankomen door laten vliegen. Ik besluit te kijken of de vlucht uit Denemarken inderdaad is vertrokken.
Geen veranderingen tot zover. Ik ga wat anders doen, beetje werken. Kan er toch niets aan doen, behalve afwachten. Nog twee uur en een minuut of tien voordat Hendrik me op komt halen.
Tien voor zes en het weer is niet echt stabiel. Net even gekeken hoe het vorig jaar ook maar weer ging, toen hebben ze mijn trip naar Ilulissat geannuleerd vanwege ongeveer dezelfde windkracht. Afwachten dus maar. De wind blaast nog steeds, vrijwel onveranderd. Het sneeuwt iets minder, het zicht begint wat beter te worden. Afwachten. Nog tien minuten tot het ontbijt. Welkome afwisseling. Ik neem me voor om rustig te eten vandaag, vooral niet haasten want het duurt nog ruim anderhalf uur voordat Hendrik me komt halen.
Zeven uur. De eerste vlucht zou nu moeten vertrekken, naar Maniitsoq, een stadje in het zuiden. "Meer informatie om acht uur". Dat is slecht, meer informatie om 8 uur is niet leuk want dat betekent dat de omstandigheden er nu niet naar zijn om te vertrekken. De twijfel slaat weer toe. Het weer in Nuuk is voor de hele dag slecht, ze verwachten regen en sneeuw en wind tussen de 15 en 20 meter per seconde. In Kangerlussuaq is het beter, in Maniitsoq ongeveer even slecht als hier. Misschien maakt dat nog wat uit. Afwachten maar weer. Over twintig minuten moet ik naar beneden om uit te checken, Hendrik komt me zo ophalen. Toch maar naar de luchthaven en er het beste van maken, ik zal sowieso het hotel uitmoeten. Dan zien we op de luchthaven wel wat er van komen gaat.
Acht uur. Ik ben op de luchthaven. Hendrik is me op komen halen en we hebben in twintig minuten het ritje van zes kilometer afgelegd. Bij het eerste stoplicht was het al raak, een auto in de greppel naast de weg. Iets verderop een bus die stilstond, met een andere auto ertegenaan. De wegen waren ijzig en de sneeuw werd er door de wind overheen gejaagd. Weer iets verder, bovenop de heuvel hadden we uitzicht op een file zo lang als het oog reikt en aan onze kant stond alles stil. Op het voetpad naast de weg, door de spookachtige sneeuwstorm kwam een groep mensen aanlopen. "Ze hebben de mensen in de bus uit laten stappen", vertelde Hendrik. Na een tijdje konden we er langs rijden. Op de vrij steile helling omhoog stonden twee bussen en een vrachtwagen stil en een auto lag in de greppel naast de weg.
De rest van de reis verliep voorspoedig. Het uitladen van de koffer uit de kofferbak was wel een kunst op zich. Ik had al eerder opgemerkt dat de wind op de berg waar de luchthaven is altijd sterker is als in de beschutting van de bergen en gebouwen in de stad. Voorzichtig zegt Hendrik dat de wind misschien te sterk is. Ik begin me lichtelijk zorgen te maken. Of erger, in mijn hoofd schetst zich al het scenario waarin ik Hendrik bel om me toch maar weer op te komen halen.
In het luchthavengebouw zelf is het relatief rustig. Er zitten ongeveer dertig mensen te wachten, de mensen van de vertraagde vlucht van 7 uur die nog steeds vertraagd is. De rij bij de balie is niet al te lang dus al snel heb ik mijn koffer ingeleverd en ben ik klaar voor de volgende fase, wachten, terwijl de wind nog steeds voorbij jaagt over het luchthaventerrein. Ik heb er geen goed gevoel bij.
Hendrik geeft me een hand en zegt dat hij naar zijn werk gaat. "Mag ik je bellen als de vluchten niet gaan?". Dat mag. Ik zeg dat ik hem weer hoop te zien, maar niet vandaag en neem plaats op een stoel om met het lange wachten te beginnen.
Even later wordt er iets omgeroepen. Eerst in Deens, dan in Groenlands, vervolgens in iets wat op Engels lijkt maar niet te verstaan is. De man naast me is zo vriendelijk om het bericht te vertalen. "De vlucht naar Maniitsoq is weer een uur vertraagd vanwege de wind", zegt hij. Dit belooft niet veel goeds, maar wat kan je doen? Ik besluit de laptop maar te pakken en te gaan werken, mezelf mentaal voorbereidend op een lange tijd wachten. Kan nog knus worden, als alle vluchten die zouden moeten vertrekken uiteindelijk niet gaan moeten er straks zo'n tweehonderd mensen in het veel te kleine gebouwtje zitten. We zien het wel, er is toch niets aan te doen.
Kwart over acht. Weer een oproep. Nadat de Groenlandstalige oproep is afgelopen kijk ik vragend naar de man naast me. "Niet goed, zegt hij." Passagiers voor de vlucht naar Maniitsoq moeten bij de informatiebalie komen. Afgelast dus. Mijn hoop wordt snel minder. Waarom zouden ze wel naar Kangerlussuaq vliegen als ze niet naar Maniitsoq kunnen? Ondertussen staat er een extra vlucht naar Kangerlussuaq op het bord, zomaar uit het niets verschenen, met een gescheduled vertrek om 7.35 en meer info om 9.00 uur. Niet goed. Ik probeer me mentaal voor te bereiden op een extra dag in Nuuk. Balen. Tien voor half negen inmiddels. Ik zou binnen een uur moeten vertrekken maar als ik naar buiten kijk, zie ik het niet gebeuren.
Tien uur. Ik zit samen met ruim honderd anderen nog steeds op de luchthaven. De sneeuw stuift nog steeds over de startbaan en er staan twee vliegtuigen te wachten. Maar er is goed nieuws. De twee vliegtuigen zijn inmiddels geladen en volgens de Airgreenland website is er een derde onderweg. Tenminste, hij is vertrokken van Kangerlussuaq en zou ongeveer nu aan moeten komen. Buiten loopt een piloot met wat mappen onder zijn arm naar een vliegtuig. Eén van de vier vluchten is geanuleerd, de andere drie staan nog steeds aangekondigd. Er loopt een stewardesse naar het vliegtuig, het lijkt erop dat het toch nog gaat gebeuren. Ik wil graag blij zijn maar durf nog niet, dus ik blijf zitten en afwachten.
Fuck, ik kijk op Internet. Er staan hier twee vliegtuigen klaar, het zouden er drie moeten zijn. De derde is niet aangekomen, maar teruggevlogen naar Kangerlussuaq. Ik ben bang dat dat mijn vlucht is.
Half elf. Alles is uitgesteld tot 1 uur. De aansluitende vlucht naar Kopenhagen gaat om 5 uur vertrekken. Nog twee en een half uur afwachten dus... Inmiddels hebben ze wel een derde vliegtuig uit de hangar gehaald. Het kan dus nog...
Twintig voor twaalf. We moeten nog steeds wachten tot een uur, maar ik geloof er niet zo heel erg meer in. De wind is alleen maar harder gaan waaien, met stoten tot boven de 25 meter per seconde en de vooruitzichten zijn niet goed. De wind zou een heel klein beetje af moeten nemen in de loop van de middag. Waarschijnlijk te laat om alsnog te vertrekken. Het aangekondigde uitstel tot 1 uur heeft wel een voordeel, er is een aantal mensen weggegaan van de luchthaven. Dat betekent dat er weer wat plaats is. Ik zat niet echt prettig bij de groep Deense Vikingen die vooral aandacht hadden voor elkaar en niet echt veel zin om de berichten van de omroepster constant te vertalen. En nog erger, er is daar geen stopcontact. Nu zit ik in een rustig hoekje, bij een stopcontact en een paar dames die zich vermaken met hun breiwerkje. Lekker rustig in elk geval. Ook heel leuk: Stefan belde me nog even. Hij had inmiddels gehoord dat de vluchten uitgesteld waren en wilde weten hoe het met me gaat. Ik moet vooral bellen als hij iets voor me kan betekenen. Toegegeven, ik ben best teleurgesteld dat het er niet op gaat lijken dat het gaat lukken vandaag, maar de stress van volgend jaar is er vanaf. En waarom zou ik me afvragen hoe lang ik hier nog vast zit? Het schiet niet op. Het is wel duidelijk dat ze de capaciteit niet hebben om alle mensen alsnog morgen naar Denemarken te krijgen, maar dat is waarvoor ik een business class ticket heb, hoop ik dan maar.
Ondertussen kreeg ik nog een mail van Eric, een opdrachtgever waarvoor ik slides zou maken. Die had ik eigenlijk in augustus al in zullen leveren, maar dat is er toen niet van gekomen. Te druk met vakantie vieren... Heel aardig en relaxed vroeg hij me of ik er alsnog mee bezig wil. En wil je het eerlijk weten? Dat wil ik inderdaad wel, ik kan een beetje extra omzet best goed gebruiken. Zeker als er door dit akkefietje het een en ander uit gaat vallen aan inkomsten.
Half drie. Niet te geloven! Ze zijn toch gaan vliegen, om kwart over een vertrokken, drie vliegtuigen achter elkaar op weg naar Kangerlussuaq. Het was dusdanig bar en boos dat ik het pas op het allerlaatste moment kon geloven, toen we up de startbaan stonden en de propellors op volle toeren begonnen te draaien en de goeie ouwe Dash-7 wegsprintte.
Ik zat op de derde vlucht die ze weg hebben laten gaan, alle drie vlak achter elkaar met nog geen vijf minuten tussen de vluchten. Juist in het halve uur voordat mijn vliegtuig vertrok, leek het alleen maar harder te beginnen te waaien en sneeuwen. Toen de deur van de gate open ging, waaide de wind die recht op het gebouw stond recht naar binnen, een wolk sneeuw meenemend. Een ongelovelijke koude golf blies het gebouw binnen, iedereen zette voor zover beschikbaar zijn muts op en trok zijn jas tot bovenaan toe dicht. Toch gingen de twee dames dapper door met het innemen van de boardingkaarten. Eenmaal buiten was het nog erger. Verticaal vliegende sneeuw die opgejaagd werd door de storm waarin eenieder moeite moest doen om toch vooruit te komen. Hele kleine stapjes nemen, is dan het devies, en naar beneden kijken zodat je niet recht tegen de sneeuw in hoeft te kijken. "Gekkenwerk", dacht ik, hoe gaat hij hier ooit tegenop komen?
Ik was blij aangekomen te zijn in de Dash, maar kon het nog steeds niet geloven. Maar uiteindelijk kwamen we aan in de startpositie, waar ik tot mijn verbazing zag dat de andere twee vliegtuigen al weg waren. Ik had ze niet eens gehoord en dat is raar, want een Dash maakt een dusdanige herrie als hij start dat normaal heel Nuuk het hoort. Maar goed, deze keer was er een verklaring, de storm beukte dusdanig tegen het vliegtuig aan dat je voor de rest echt niets anders meer kon horen.
Het was een geweldig gevoel de motoren op gang te horen komen. De trilling van het geweld van de vier Rolls Royce motoren kroop via mijn voeten de rest van mijn lichaam in en gaf een gevoel als toen ik acht jaar oud was en voor het eerst op het punt stond met de achtbaan in de kermis van Heerenveen naar beneden te storten. Wat een krachten, maar helemaal geweldig, dit is alles wat ik nodig heb.
Ik had eigenlijk verwacht dat het vliegtuig hortend en stotend naar boven zou beuken, maar niets van dit alles. Niets dan het brute geweld van de motoren die tot het uiterste gingen om ons tegen de wind in omhoog te brengen. De hele rit lang was het puur genieten, ondanks dat de sneeuw buiten voortjoeg.
Eenmaal in Kangerlussuaq was het pure chaos in het luchthavengebouw. Er was nog geen enkele vlucht naar Nuuk vertrokken en alle vluchten uit Nuuk waren inmiddels binnen, goed voor een man of vierhonderd die allemaal ophokten in het luchthavengebouw dat daar nooit op ontworpen was. Maar wat maakt mij het uit? Het enige dat telt is Narnoq, dat is de naam van de grote rode Airbus 320 die heen en weer pendelt tussen Kopenhagen en Kangerlussuaq. Narnoq staat klaar om mij naar huis te brengen en daar gaat het om. En met mij nog een lading denen.
De rest is allemaal prima geregeld. Air Greenland deelt vouchers uit voor eten in het restaurant. Komt goed uit, want ik heb buiten de koekjes op de luchthaven niet echt meer gegeten sinds vanochtend zes uur en inmiddels is het vier uur in de middag. Ik bestel een hamburger. Het is de lekkerste hamburger die ik ooit gehad heb, met vlees dat net roze is van binnen, een knapperig vers broodje, zacht gesmolten Deense kaas en heel veel sla. Het broodje is zo knapperig dat het uit elkaar valt als ik probeer er op de MacDonalds manier een hap van te nemen, met als gevolg dat dit de eerste hamburger is die ik in mijn leven met mes en vork eet. Ik geniet van elke hap, deze hamburger verdient een Michelin ster en misschien wel twee. Stel je voor, na de hamburgertocht die ik afgelopen jaar met Franck in de States heb gedaan, kom ik nu op dertig kilometer van de grootste verzameling ijs op het Noordelijk halfrond de lekkerste hamburger van de wereld tegen. Met een biertje dat er prima bij smaakt. En dat alles voor de vouchter van 100 Kroner, en bijbetaling van één hele kroon. Daar gaan we dus ook niet moeilijk over doen.
7 uur - 9 uur - 11 uur in de avond. We vliegen over ijsland heen. Ik zit prinsheerlijk in de Narnoq klasse in de Airbus 320, Groenlands voor de business class. Ik heb prima gegeten, met het nodige bier maar dat mag wel na een dag die mentaal zó heftig is geweest. Ik zie mezelf nog zitten in het koude luchthavengebouw in Nuuk, waar de polaire sneeuwstorm om het gebouw heen jaagt. Ik heb dit eerder gezien, vorig jaar een paar keer, en wat ik nog steeds niet begrijp is dat ze tóch zijn gaan vliegen, windkracht negen en verticaal blazende sneeuw nota bene!
Even vraag ik me af of Allah, God, Jezus en Buddha bij elkaar zijn gaan zitten in de hemel om dit voor me te regelen. Onzin natuurlijk. Dit kan alleen maar komen doordat ik gisteren heel Nuuk heb laten zien dat een echte Viking zich niet tegen laat houden door een beetje sneeuw en ijs. Ik heb er achttien kilometer doorheengelopen, de meewarige blikken die me aankijken met de vraag "ben je gek" in de ogen trotserend. Hierdoor heb ik de kosmische stralen uitgelijnd, of is er gewoon iemand geweest in het controlecentrum van AirGreenland die me gisteren heeft zien lopen en daardoor gedacht heeft dat niemand zich door een klein beetje sneeuw moet laten tegen houden.
Wat een gelul allemaal Sander, maar dat maakt niet uit. Ik ben onderweg naar huis. Rond twee uur zal ik aankomen in Kopenhagen, rond drie uur lig ik in bed en om twintig over zeven gaat de wekker weer voor de laatste vlucht op deze trip. Ik ga een Marathon lopen, komende zondag en ik weet nu al dat ik het ga halen.

Zondag 25 oktober 2009, marathon van Etten Leur
Kilometer 17, pa en ma staan met mijn twee nichtjes aan de lijn, met water en banaan. Ik ben al sinds de tweede verversingspost aan het bijtanken met bananen, dus verorber deze ook maar. Echt gezellig is het niet voor ze, je ziet elkaar gedurende een paar seconden, maar toch helpt het. Iedereen die staat te wachten biedt me een lichtpuntje, een aangrijpingspunt waardoor het iets eenvoudiger wordt. Kilometer 17 nog maar en ik voel me niet helemaal lekker in mijn benen. Dit had pas veel later moeten komen!
Kilometer 23, de eerste ronde zit er inmiddels op en ik loop Etten Leur weer uit, de weilanden in. Het waait hard en de combinatie tegenwind met viaduct over de snelweg bevalt mijn knieën niet. De spier in mijn linkerknie begint vervelende waarschuwingssignalen af te geven en doet pijn, elke keer dat ik er op neerkom. Net na het viaduct staan pa en ma en de nichtjes weer. Ze vragen of het gaat. Ik antwoord niet. Ik had het niet zo vroeg verwacht, maar het begint nu al zwaar te worden. En ik moet nog bijna twintig kilometer!
Ik loop alleen. De marathon van Etten Leur is een kleine marathon, ongeveer 350 lopers. De hazen vooraan - de eerste daarvan zullen wel al bijna weer binnen zijn - en ik loop tussen het gewone volk. Voor me lopen wat mensen, achter lopen wat mensen en daartussenin loop ik. Van kilometer vijf tot kilometer tien heb ik even meegelopen met een paar Belgen en een vrouw, die alle drie als doel hadden om hem in drie uur en vijftig minuten te lopen. Niet echt wat ik in gedachte had. Dus na de verversingspost ben ik even uitgestapt om naar "de boom" te gaan en ik heb ze nooit meer gezien.
Dan de wat oudere man uit Emmeloord, hem kwam ik rond kilometer vier tegen. Even mee gepraat maar hij liep net iets te langzaam. Misschien wel goed van hem, te snel starten is een grote fout hebben ze gezegd, die je later altijd op gaat breken. Maar voor mij op dit moment te langzaam. Dus loop ik alleen. Het maakt ook niet uit.
Kilometer vijfentwintig, mijn benen beginnen zwaar te worden en het lopen gaat minder lekker. Nog vijf kilometer voordat ik Florence en de jongens ergens onderweg ga zien. Inmiddels is de halve marathon ook aan kwartiertje onderweg en de koploper daarvan heeft me al ingehaald. Demotiverend, in steeds grotere horden komen de halve marathonlopers me achterop lopen en stuiven me met een aanzienlijk tempoverschil voorbij. Niet leuk, het doet me realiseren dat ik het zwaar heb. De charme van het selecte gezelschap marathonlopers van de eerste ronde is eraf en ik krijg meer en meer het gevoel dat ik moet vechten om overeind te blijven.
Kilometer achtentwintig, ik zie een vrouw en twee jongens snel lopen langs het parcours. Florence en de jongens. Ik roep ze, niets. Ik roep nog een keer. Wel iets. Te laat! Ze zouden een stuk ontbijtkoek voor me meenemen en nieuw drinken, maar ik ben er al voorbij. Ik kan niet stoppen, veel te bang om uit mijn ritme te lopen. Ik gooi mijn drinkgordel af, die is toch leeg en zonder nieuwe gordel met flesjes loop ik verder. Hoe gaat dit goedkomen? De laatste vijftien kilometer op alleen maar de verversingsposten?
Gelukkig hoor ik lichte stappen snel dichterbij komen. Franck met de drinkgordel. Hij doet moeite om me in te halen maar het lukt hem. Ik ben trots op mijn zoon, wie weet wordt hij later ook nog eens een goede loper. Met drinken maar zonder ontbijtkoek loop ik verder. Twee minuten later is Franck er weer. Hij is ondertussen teruggelopen naar zijn moeder, heeft de ontbijtkoek opgehaald en is weer naar me teruggerend. Daarbij moet hij een tempo gehaald hebben van zeker vijftien kilometer per uur! Geweldig. Ik hoorde later van Florence dat hij zich echt helemaal leeg gelopen had. Dankbaar met mijn stuk ontbijtkoek in de hand ren ik weer verder.
Kilometer 31, de volgende verzorgingspost komt in zicht. De spieren in mijn benen slaan vast en beginnen te verkrampen. Ik heb het zwaar. Opgeven? Nee, niet handig. Wie gaat me meenemen dan als ik dat doe? Alleen midden in het bos achter blijven, dat wil je toch ook niet? Bij kilometer 35 zou Conny staan om een stuk met me mee te lopen. Daar moet ik op zijn minst naar doorgaan. Maar het is zo zwaar! Ik wil even rust. Ik denk dat ik weer "naar de boom" moet, doe het, maar het blijkt niet nodig. Ondanks dat ik best veel gedronken heb tijdens het lopen tot nu toe, komt er niets uit. Ik ren weer verder, met moeite om het tempo weer op te pakken. Iets verderop is de verzorgingspost. Ik besluit even te stoppen.
Stoppen!?! Ik voel me slecht, je stopt toch niet zomaar tijdens een marathon? Maar ik heb de verzorging nodig. Ik eet vier parten sinaasappel en drink drie glazen water. De suiker in alle sportdrank had ervoor gezorgd dat ik een droge mond heb en het water doet me goed. Zowaar heb ik het idee dat ik er weer iets energie door terug krijg. Ik bereid mezelf voor op de volgende etappe, van kilometer 32 naar kilometer 35 waar Connie op me wacht. Verder durf ik even niet te gaan, bij kilometer 35 zien we dan wel weer verder. Ergens heb ik toch weer nieuwe energie gevonden en ik loop verder, met een gemiddelde van nog steeds rond de tien kilometer per uur.
Makkelijk is het vanaf dit moment niet meer. Elke keer dat ik neerkom, voel ik wel iets in mijn benen. Of mijn knie, of mijn hamstrings, of mijn kuiten, of mijn scheenbeen, of mijn voeten die duidelijk opgezwollen zijn en het zwaar hebben. Het lopen doet echt pijn, maar ik loop nog. Om me heen zie ik mensen die het net zo zwaar hebben als ik. De snelle lopers van de halve marathon zijn allemaal al voorbij en wat er nu nog loopt uit de halve marathon heeft ook al vijftien kilometer achter de rug en heeft het moeilijk. Het geeft me een warm gevoel, ik ben niet alleen, maar te midden van lotgenoten.
Ondertussen is de strakblauwe lucht van het begin steeds bewolkter geworden en komen vanuit het Zuid-Westen dondergrijze regenwolken aanzetten. Rond kilometer vierendertig begint het te regenen. Ik realiseer me dat de regen goed doet. Het is een graad of zestien en als je aan het hardlopen bent is zestien graden in de zon en zonder tegenwind warm. Ik had me al een paar keer afgesponst om af te koelen, maar de regen doet zijn taak beter dan welke spons dan ook.
Kilometer vijfendertig komt in zicht en zoals afgesproken, daar staat Conny. Ze loopt met me mee en praat wat tegen me. Ik maak duidelijk dat ik mijn adem voor andere zaken nodig heb. Ze ziet dat ik het zwaar heb en dringt niet aan. "Ik praat gewoon tegen jou, je hoeft niets terug te zeggen". Heerlijk, gewoon even lopen zonder na te denken met naast me iemand die mijn fles water aangeeft als ik daar behoefte aan heb. En vooral, doorlopen zonder stiekem tussendoor na te denken of ik er niet toch beter aan zou doen om uit te stappen.
Tot en met kilometer veertig heeft ze met me mee gelopen. Ik voelde me al beter, tot nu toe nooit verder gekomen dan kilometer 36. Veertig kilometer is hoe dan ook een nieuw record en betekent bovendien dat er nog maar twee kilometer te gaan zijn. Gegeven een snelheid net onder de tien, nog iets meer dan twaalf minuten dus. Om me heen zie ik alleen nog maar lopers die het zwaar hebben. Sommigen zwalken als dronkenmannen van links naar rechts, anderen vallen terug tot wandeltempo om dan weer even een sukkeldrafje aan te nemen om vervolgens weer verder te wandelen. Het doet me denken aan een slechte Zombie film waar de zombies net hun graf uit gekomen zijn en waggelend op weg gaan naar hun eindbestemming.
De laatste twee kilometers gaan min of meer automatisch, ondanks dat mijn benen enorm pijn doen. Maar met de finish in zicht, lukt dit ook nog wel. Qua sfeer valt het tegen, vrij weinig mensen aan de lijn, maar dat kan me niet echt boeien. Ik voel me raar. Ik voel me emotioneel, heb het idee dat ik zin heb om te janken maar besluit toch om het maar niet te doen. Zie mezelf zitten, twintig jaar geleden met een joint in mijn bek en een glas bier in mijn hand. Tien jaar geleden met een maagzweer, overgewicht en een sigaar in mijn bek. Nu, met een gewicht dat ik sinds mijn zestiende niet meer gehad heb, bijna aan het eind van de marathon. Ik voel me goed, maar oh, wat doen mijn benen pijn. Mijn mond voelt droog, ondanks dat ik met mijn eigen drankvoorziening en de verzorgingsposten minstens vijf liter heb gedronken. Ik zie mijn broer, ik zie mijn vader, mijn moeder en mijn nichtjes, florence en de jongens die een spandoek hebben gemaakt. Ik hoor Conny nog zeggen "vergeet niet je beide handen omhoog te doen bij de finish hè!". De vervloekte finishboog komt in zicht. Waar is het eigenlijk? Ik zie een eikel met een fotocamera, tsja, dat zal er fraai uit zien zeg! Ik doe mijn handen omhoog, ik ben binnen!!!
Verzorgingsposten met bananen, geen trek. Sinaasappels, geen trek. Sportdrank, veel te veel van gehad. Bouillon, moet er niet aan denken. Mijn maag knijpt zich samen maar houdt zich goed. Gretig grijp ik de medaille uit de handen van de mevrouw die er mee klaar staat. Die heb ik verdient zeg. Water! Mijn God, water, ik sla vijf bekers achter elkaar naar binnen, en waggel het aankomstgebied uit. Ik wil Florence zien en mijn jongens. Eenmaal gestopt met rennen doet elke stap die ik zet me pijn. Niet een beetje pijn, schreeuwend pijn. Ik zie Florence en de jongens, sla een arm om Florence heen en een andere arm om Franck en we waggelen samen naar de auto. Die staat maar tweehonderd meter verderop, mijn God wat een afstand! Elke stap doet me pijn en ik kom met moeite vooruit. Daar staat dan het verlossende blauwe citroënwagentje, vies maar nog nooit zo aantrekkelijk. Ik ga zitten. Sterk mijn benen, die meteen verkrampen, buig mijn benen, die wederom verkrampen. Heb geen idee hoe ik moet gaan zitten. Is dit qua pijn het mannelijk alternatief voor een kind baren? Heb nog nooit zo 'n pijn gehad in heel mijn lichaam tegelijk. Zelfs mijn kaken verkrampen. Florence rijdt voorzichtig naar huis. Eenmaal aangekomen strompel ik naar de voordeur, naar binnen, in bad. Florence doet mijn schoenen uit, ik trek mezelf met mijn armen omhoog de trapleuningen op. Eenmaal in de badkamer heb ik geen idee hoe ik mijn sokken en hardloopbroek uit moet doen. "Franck!", roep ik mijn oudste die me op één dag nog nooit zo vaak geholpen heeft. Hij komt boven, gevolgd door zijn broer. "Wil je mijn sokken uit doen", vraag ik hem. Voorzichtig trekt hij mijn sokken uit. Een megablaar op het bot achter mijn grote teen wordt zichtbaar. "Zo, dat ziet er niet zo best uit", zegt hij zorgelijk terwijl hij weg wil lopen. "Ho wacht", hou ik hem tegen. "Je moet mijn broek ook uitdoen." Ik zie niet hoe ik mijn handen zover kan uitstrekken dat ze mijn hardloopbroek over mijn hakken heen kunnen trekken, dus Franck begint samen met zijn broer enthousiast te trekken, even later een hoopje vader alleen achter latend.
Ik stap in bad, zet de jets aan. Dank God voor het bubbelbad dat we in ons nieuwe huis hebben laten zetten. De vriendelijke bubbeltjes masseren mijn benen zachtjes en even later doen de jets met meer kracht en overtuiging hetzelfde werk. Er komt langzaam weer wat gevoel terug in mijn benen. Florence komt binnen, met een Desperado Mas, bier met maar 3% alcohol en een kop cup-a-soup. Vooral dat laatste maakt me weer mens. Langzaam landt ik weer op planeet aarde en krijg ik het voor elkaar om weer mijn benen wat te bewegen. Ik drink het bier op en voel dat beiden ervoor zorgen dat het leven weer terug stroomt in me. Ik ben een stukje dood gegaan en wordt weer levend nu. Ik komt uit bad en heel voorzichtig, treedtje voor treedtje kom ik langzaam de trap af naar beneden.
Precies een uur nadat we thuis zijn aangekomen zit ik weer in de auto. Mijn eigen auto deze keer en ondanks dat Florence me precies acht keer verteld heeft dat ze het een stompzinnig idee vindt, zit ik achter het stuur. Morgen moet ik cursus geven in Parijs, dus we moeten vertrekken. Florence heeft ook een afspraak in Parijs, dus moet gelukkig met me mee. Mooie eikel ben ik ook, persé moeten rijden. Maar ja, ik rij dit rit zo vaak en Florence nooit, moet ik haar dan echt tussen de wildemannen op de Boulevard Péripherique van Parijs los laten? Dus vertel ik haar - echt logisch ook - dat ik het eerste stuk zal rijden en daarna zien we wel verder.
Pas na acht uur (negen uur eigenlijk, want de wintertijd is vannacht ingegaan) krijg ik trek. We stoppen bij een benzinestation, de enige van het formaat winkelcentrum die je tussen Lille en Parijs kunt vinden en we slaan eten in. Ik verstop niet minder dan vier eieren onder een paar blaadjes sla (het gaat me helemaal niet om de sla, eieren heb ik nodig!) en krijg een bord met warme ham, lekkere forse stukken, op zijn Frans en niet die laffe doorkijkplakjes die je bij de Nederlandse slager krijgt, voor de rest gevuld met friet, waarnaast ik vijf zakjes mayonaise leegpers. Ik heb geloof ik mijn eetlust weer terug. Ik eet het op en heb eigenlijk achteraf nog honger.
Na het eten voel ik me fit, dat duurt ongeveer een uur. Kort voor aankomst op de rondweg van Parijs voel ik de energie uit me wegstromen. Was te verwachten. Ik kijk op mijn kilometerteller en mompel tegen Florence, "nog een marathon naar het hotel". Ze kijkt me niet begrijpend aan. "Tweeënveertig kilometer" leg ik uit. Deze marathon duurt geen vier uur en dertien minuten, maar slechts vijfentwintig minuten. We checken in. Florence haalt een biertje voor me. Of zeg maar bier, een halve liter Leffe Blonde (voor niet minder dan elk Euro, je wilt in het Hilton of niet, zullen we maar zeggen). Ik drink hem op, voel de kracht uit me weglopen en ga liggen. Ik geloof dat Florence nog is gaan douchen maar merk er niets meer van. Ik ben weg, op weg naar een onrustige nacht slaap.
Maandagochtend, te vroeg wordt ik wakker uit mijn slaap die helemaal niet zo lekker was. Hoe ik ook lag, er was wel ergens een spier die me dwars zat. Bij het opstaan heb ik overal pijn. Ongeveer zoals een flinke griep die tegen het tijd dat hij bijna weg is nog even lekker op je spieren slaat. Alles is zwaar, alles doet pijn, alsof ik net uit een wasmachine kom. Gelukkig is het een bestaande klant vandaag, eentje die me al kent en speciaal naar mij gevraagd heeft. Ik kom de dag door met heel veel koffie en eten. Warme hap tussen de middag (gebruikelijk in Frankrijk) en 's avonds in het hotel een bord pasta besteld. Dat was niet zomaar een bord, maar een bord waar we thuis met zijn vieren onze buik mee vol eten. Heb ik helemaal alleen opgegeten. Daar heb ik overigens 's nachts weer spijt van gehad, maar ergens kwam ik energie tekort.

Donderdag
Ik ben nog steeds in Frankrijk. Gisteren voelde ik me voor het eerst weer normaal en enigzins fit. Dinsdag op de loopband in het hotel gelopen, maar na drie kilometer begon die spier van kilometer dertig in mijn knie weer te trekken. Toen ben ik dus maar opgehouden. Gisteren bespreking gehad in de stad, laat thuis dus en gaan slapen. Vandaag volgens het weerbericht de laatste mooie dag.
Als je van lopen houdt, dan trekt mooi weer. Dus ondanks dat ik pas tegen half zes weer in het hotel was en de zon al onder begon te gaan, snel mijn hardloopschoenen aangetrokken. Ik heb namelijk een fietspad ontdekt. Ongetwijfeld het lelijkste fietspad van de wereld, met tunneltjes van het type waar je op zijn minst een stel punkers verwacht dat je met messen overhoop wil steken, en vuilnis aan de kanten van de weg dat daar kennelijk nog nooit eerder is opgeruimd. Naast het fietspad aan de ene kant de N7, drukke weg vanuit Parijs, en aan de andere kant de luchthaven. Een klereherrie dus. Maar het voordeel van het fietspad is dat het onder de luchthaven door naar Athis Mons voert, de plaats waar mijn klant ook zit en waar ik elke ochtend heen en elke avond terug ga in mijn auto om mijn werk te doen. Vanavond had ik het idee gevat om dat maar eens lopend te doen.
Eenmaal die vreselijke tunnels uit en eindelijk in het dorp was ik al drie en een halve kilometer verder. Dus toch uiteindelijk tien kilometer gelopen. En guess what? Het was weer lekker. De benen voelen nog een beetje stram, maar het was fijn. In gedachten zie ik mezelf al lopen, Parijs, 11 april, 37.000 lopers die daar de Marathon gaan lopen. Ja, de Marathon, met een hoofdletter M.
Tijdens het lopen bedenk ik me dat het allemaal gaat om doelen. Ik moet nu eenmaal doelen halen. Voorheen waren dat doelen die met werk te maken hebben. Achtenveertig boeken over Linux zo ver en met elk nieuw boek voel ik weer de spanning. Spanning of stress? De uitgever wacht al vol smart dat ik eindelijk met het volgende boek begin, ik heb er al aardig wat mail over gehad. Het volgende boek, dat met wat betreft Cloud computing tot een wereldautoriteit gaat maken als ik het goed doe. Maar eigenlijk heb ik er geen zin meer in. Ik heb zeven goede jaren gehad professioneel, zeven jaar lang aan de top gestaan. Het hoeft niet meer, iemand anders mag nu van mij. Ik trek nog een sprintje en voel de pijn in mijn spieren. De pijn in mijn spieren die een stuk prettiger voelt dan de stress om steeds qua werk aan de top te staan. De zon gaat onder. Het einde van weer een dag. Het begin van de rest van mijn leven? Ik mis Florence, ik mis de jongens. Morgen naar huis. Ik weet het nu al, we gaan iets leuks doen dit weekend.

Download as a pdf Download as a PDF - - 0 comments.

Comments