sandervanvugt.org

Languages

   

Recente tweets

Stay up to date

Receive a e-mail when there is a new story posted? Then register you email here.

our packages

Renesse

Dat doe ik wel even Dertig halve marathons ongeveer, ik ben gestopt met tellen, en vier hele marathons. Het eerste weekend van juni was ik er wel wee
readmore Download as a pdf

Bonus Dag

De dag begon sowieso rustig, na een woelige nacht van de pijn die nog naspookte in mijn kaken door de tandartsbehandeling van gisteren. Nederland ligt
readmore Download as a pdf

Marathon van Rotterdam 2012

Marathon van Rotterdam, 15 april 2012 Als ik er ooit niet in geloofd heb, was het dit jaar wel. De enthousiaste voorbereidingen begonnen in januari
readmore Download as a pdf

The other half

Sunday morning, 3.45 AM. The alarm sounds, I push it away and reprogram it for 4.45.
Sunday morning, 4.45. The alarm sounds again and I reprogram
readmore Download as a pdf

Athis Mons

Athis Mons, 17 mei Ik ken maar een plaats op deze wereld waar ik niet zomaar mijn hotel uitloop om lekker een stukje te gaan hardlopen, en dat is het
readmore Download as a pdf

Big Lake half marathon

Big Lake, May 7th 2011 So what can you do if the flight back home only leaves at 4.55 in the afternoon? Run a half marathon of course! I'd been luck
readmore Download as a pdf

Wallis Sands half marathon

May 1st 2011 How smart is it anyway to register for a half marathon just three weeks after the Marathon of Rotterdam? That one was a real
readmore Download as a pdf

moab half marathon

Imagine 5,000 people going up the canyon on a windy Saturday morning. It's barely light at the moment the buses start loading, and it takes time to ge
readmore Download as a pdf

Paris Marathon - 43.17 kilometers?

I have to admit, I was a bit disappointed to find that it took me 3 hours, 51 minutes and 33 seconds to run the Paris Marathon. This was my second m
readmore Download as a pdf

Athis Mons - Download as a pdf Download as a PDF - Leave a comment - 0 comments.

Athis Mons, 17 mei
Ik ken maar een plaats op deze wereld waar ik niet zomaar mijn hotel uitloop om lekker een stukje te gaan hardlopen, en dat is het Hilton op de luchthaven van Orly, op een ruimte 10 kilometer van Parijs. De omgeving van Orly is een doolhof van wegen waarvan niemand weet waar ze nu eigenlijk naartoe gaan, met soms een voetpad, maar dat dan ook ineens zomaar ophoudt en daar loop je dan, op de vluchtstrook van een vierbaansweg waar taxi's en andere woeste Fransen proberen je net niet van je sokken te rijden.
Zoals een cursist van me vandaag zei: ik pak de auto om te gaan fietsen. Hij woont in Athis Mons, de plaats aan de andere kant van de luchthaven. Het pad naar Athis Mons is dan overigens nog wel de moeite waard. Bijzonder, want aan de ene kant van het fietspad dat onder de luchthaven doorgaat loopt een vierbaans Route National, en aan de andere kant de lokale weg van de luchthaven en het heeft een zekere ambiance om door de sterk resonnerende tunnel onder de luchthaven te rennen terwijl je aan alle kanten ingehaald wordt door brullende vrachtwagens en schreeuwende taxi's, terwijl boven je op de start en landingsbaan de vliegtuigen gierend aan hun reis beginnen. Oordopjes mee, dan is het te doen.
Vandaag dus niet, want onderweg naar mijn klant zag ik vanochtend dat ze aan het werk zijn. Op zijn Frans. Dat betekent dat je ergens iets afsluit om je ervan te verzekeren dat er geen verkeer meer doorkan, met als doel om ooit op de plaats ook wel eens wat te gaan doen. Jammer, want de charme van de met grafitti bespoten naar pis ruikende oh zo louche fietserstunnels waar niet vaak een fietser langs komt en de glasscherven overal liggen, kon ik daardoor vandaag niet opnieuw ervaren. Dus deed ik dat waar ik me nog geen zes uur eerder over verwonderd had omdat Stéphane, de fietser, het ook deed, ik pakte de auto om te gaan sporten.
Diezelfde Stéphane had me laten weten dat op nog geen kilometer van de plek waar ik mijn werk vandaag gedaan had, de Seine door het dal heen kronkelde. Als er iets eigenlijk niet mis kan gaan, dan is het hardlopen aan de oevers van de rivier. Je weet in elk geval zeker dat je aan één kant een volledig vrije omgeving hebt, waar het verkeer nu eens niet om je heen raast. Dus reed ik na het werk naar mijn hotel om me om te kleden en vervolgens terug naar Athis Mons om te gaan hardlopen. De eerste keer (buiten alle wedstrijd lopen die ik al gedaan heb) dat ik de auto pakte om te gaan hardlopen. De enige manier om te ontdekken of er in de omgeving van Orly nog iets is dat wél de moeite waard is om te gaan rennen.
De rit terug van mijn klant naar het hotel duurde niet zo lang, een minuut of tien, inclusief de presidentiële kolonne die ik onderweg tegenkwam en waardoor de helft van alle wegen op de luchthaven afgesloten wat. Sarkozy moest zo nodig een belangrijk mens uit Turkije ontvangen, en om hem met zijn motorescorte rond te laten rijden, moet de rest van de planeet wachten. De rit van het hotel terug naar Athis Mons was ronduit irritant. Midden in de spits van de werknemers die vroeg vertrokken zijn van hun werk in Parijs, en terugkruipen samen met duizenden lotgenoten naar hun te dure huis dat wél een tuin heeft en eigenlijk te ver van hun huis gevestigd is. Zoals Dominique, de vriendelijke vijftigjarige cursist met vandaag verteld had. Elke dag anderhalf uur heen en anderhalf uur terug, kruipen in een uiteraard Franse auto. Je moet er maar zin in hebben. Ik kan me dan ook helemaal voorstellen dat ik Dominique zag lopen toen ik zojuist terug kwam bij het hotel, innig hand in hand samen met een vrouwelijke collega van hem, op weg naar het hotel. Hoeft die arme man eens een avondje niet in de spits te kruipen, en alleen maar heel sociaal van hem dat hij zijn collega dan deelt met die knappe dame die ik vandaag al een paar keer tegen was gekomen. Raar eigenlijk dat hij heel gegeneerd naar zijn voeten keek, toen ik vriendelijk mijn hand opstak om hem te groeten toen ik aan kwam rijden.
Wat er dan zo irritant was aan de rit van het hotel terug naar Athis Mons? Niet de file, want daar had ik rekening mee gehouden. Ook niet de presidentiële afsluitingen want daar had ik ook rekening mee gehouden. Maar toen ik op mijn TomTom zag dat het nog 800 meter was naar de plaats waar ik wilde parkeren en muurvast kwam te staan voor een stoplicht 400 meter verderop dat af en toe wel op groen sprong, maar waar gewoon niemand op wilde reageren omdat iedereen het te druk leek te hebben met zijn mobiele telefoon, tsja, toen vroeg ik me wel even af waar ik nu helemaal mee bezig was.
Maar goed, het leuke van reizen is je te laven aan de ervaringen om je heen. Uit het raam kijken dan maar. Naar de moeder die er onelegant voorover buigt om iets vast te draaien aan de kinderwagen waardoor ze meer van haar billen laat zien dan ze eigenlijk van plan is (en verdomd weer een paar on oplettende gasten voor me niet zien dat het stoplicht weer groen is). Of naar het meisje van een jaar of zestien dat langs me loopt en waarvan de verschijning iets heeft dat niet klopt. Een absoluut lelijke model jutezak trui, waaronder een paar prachtige benen, verpakt in een legging-achtige jeans die werkelijk niets van de vormen verhult steken. Het licht springt weer op groen, weer drie auto's
Toen het stoplicht inmiddels al vijf keer op groen gesprongen was en ik er nóg niet door was en er ook niets leuks meer om me heen gebeurde, besloot ik de auto aan de kant te parkeren om van daar maar te voet verder te gaan. Want uiteindelijk was het ook de bedoeling om een stukje te gaan lopen, nietwaar? Ik stapte uit, om het meisje met de legging-jeans iets verderop te zien staan, met een prachtige vriendin, terwijl ze zichzelf ontdaan had van de jutezak, waaronder een heel strak, veel te kort, veel te knal-roze maar oh zo goed gekozen hemdje verstopt was. Blij dat ik alleen maar zonen heb, dacht ik, terwijl ik rustig begon te rennen richting de Seine.
Het eerste obstakel was het station, waar net een volgepakte dubbeldekkertrein uit Parijs weer wat lading gedropt had, en de mensen schouder aan schouder zoals een soort vloedgolf het veel te smalle trottoir af komen lopen. De straat op dan maar, om natuurlijk direct afgestraft te worden door een zenuwachtig Peugeotje met een lelijk oud vrouwtje erin dat zoveel roekeloosheid toch meteen meende af te moeten straffen door luid en lang te claxonneren.
Eindelijk, de rivier, met zowaar iets dat in de verte lijkt op een boulevard. Niet denken aan de Promenade des Anglais of Champs Elysées, maar een geasfalteerde stoep van toch zeker anderhalve meter breed, waar ik direct al een andere hardloper tegenkwam die zowaar Bonjour tegen me zei. Dat samen met het aangename, eigenlijk net iets te warme temperatuurtje van een graad of 26 zorgde toch dat ik me prettig voelde en de last van de best wel intensieve dag van mijn schouders af voelde glijden, terwijl ik rechtsaf liep om de oever van de rivier verder te volgen. Dat bleek achteraf niet zo'n hele goede keuze.
De mooi geasfalteerde boulevard duurde niet zo heel erg lang. Ik snapte eerst niet waarom het schichtig rennende meisje dat voor me aan het hardlopen was ineens de straat over schoot (had ze het idee dat ze gevolgd werd door een enge man soms?), maar toen even verder de mooie maar minimale boulevard overging in een hobbelige stoep waar het asfalt dat op elke Franse stoep schijnt te liggen vervormd was tot een puisterig kraterlandschap waar de boomwortels duidelijk dominant waren, snapte ik het wel. Ik dacht even dat het niet heel veel minder kon, maar vergiste me. In Athis Mons is de rivier geen oord van ontspanning, maar een plaats waar de schepen aan leggen om hun industriële behoefte te doen, wat iets verderop bleek door Béton Francais, het plaatselijke betonfabriek, waar plomptverloren midden op de vijfhonderd meter terug nog zo mooie boulevard, een minstens twintig meter hoge berg zand alle doorgang versperde.
Interessant te zien hoe de plaatselijke industrieel dit probleem bedwongen had: een dun muurtje zorgte ervoor dat de berg zand zich niet verder stortte op de belendende Route National, waar zich een flinke file gevormd had die door liep tot in het oneindige. Met dat muurtje dat het zand tegen moest houden was het overigens al eens mis gegaan, getuige de belabberde manier waarop de muur zelf een gat vertoonde dat gedicht was met steigerplanken. Als reactie op deze waarschijnlijk bijna-ramp die ooit had plaatsgevonden, had de plaatselijke patriarch een bord geplaats waarop stond dat voetgangers verplicht over moeten steken, wat ik dan ook braaf deed. Geen zebrapad, geen voetpad, maar oversteken zul je, en om dat rennend te doen, zonder omver gereden te worden door een nerveus toeterende gabber (die hebben ze hier nog), inclusief wit petje en peuk in zijn bek (iedereen lijkt hier te roken) in een rokende hooguit twintig jaar oude Renault, dat valt nog niet mee.
De stoep was inmiddels helemaal opgehouden, en het asfalt was vervangen door grind, met stenen, kuilen, allerlei soorten rotzooi, glasscherven en nog meer obstakels waartussen de eenzame loper maar moet zien zich te handhaven. Het voordeel was wel dat ik Athis Mons inmiddels achter me gelaten had en in een gebied terecht kwam waar het beton nu eens niet leek te overheersen. Er was zelf een stukje waar de kade niet door de mens gemaakt was, maar natuurlijk leek, dat ik in mijn gedachten maar omdoopte tot "Athis Mons Plage", en zowaar, in dit ongecultiveerde gebied bloeiden mensen die probeerden er een leuk dagje van te maken. Twee pubermeisjes die met hun Apple laptop aan de rivier zitten, een jonge moeder met een wandelwagen die haar peuter tussen de stenen heen manouvreerde, terwijl tien meter verderop op de weg nog steeds de file langzaam voortkroop.
Het natuurgebied duurde wel honderd meter, terwijl aan de overkant van de rivier de bomen onbereikbaar uitbundig bloeiden, bruggen, tsja, die zijn er niet al te veel hier en als je geen trein bent, volgepakt met forensen, dan doe je er goed aan je maar niet op die bruggen te wagen. Ondertussen was het landschap industrieel geworden, met aan de kant waar ik lekker in de zon, zwoegend door de zwaar vervuilde lucht, aan het hardlopen was, ik steeds meer last kreeg van overhangende boomtakken, die ik met een samurai-zwaai van mijn arm opzij mepte. Aan de overkant van de straat wisselden het volgende betonbedrijf, het vuilverwerkingsbedrijf, de autosloper met rondklittende Afrikanen zich af, todat het volgende dorp van troosteloosheid zich aandiende: Juvisy-sur-Orge, met als plaatselijke curiositeit de lokale bejaarden die probeerden lekker te wandelen aan de nog steeds moeilijk begaanbare oevers van de rivier.
Om begrijpelijke reden heeft Juvisy-sur-Orge zich afgekeerd van de rivier, en ligt het centrum verderop, de helling op. Aan de rivier, op de weg die toepasselijk "Route de l'Industrie" heet, niets anders dan bedrijven, waar werknemers hun auto's voor de deur proberen te parkeren zonder dat er daar echt voorzieningen voor zijn genomen. Overal auto's, wat na 4.2 kilometer hardlopen een geheel nieuwe dimensie gaf aan mijn loopje: slalommen tussen de auto's die geparkeerd staan, maar zonder enige waarschuwing zich zomaar in beweging kunnen zetten om zonder te kijken veel te snel de Route National op te schieten. Of ik me daar lekker bij voelde? Nee, maar ik wilde 10 kilometer lopen en had nog 800 meter te gaan, dus liep door, totdat mijn GPS horloge eindelijk 5.00 kilometer aanwees en ik bij de volgende lantarenpaal om kon draaien, terwijl aan de overkant van de straat de groep jongeren-met-een-Noord-Afrikaans-uiterlijk me aankeek wat the fuck ik in hun territorium dacht te komen doen, terwijl hun behoofddoekte vrouwelijke gezellen zich uitleefden op vage kraampjes met vage troep en ik me afvroeg waarom de beschaving hier zijn rug had toegekeerd naar de rivier die nog geen vijftien kilometer verderop aan alle kanten versierd wordt door de meest prachtige monumenten.
Ik rende terug, tegemoet gekomen door een paar groepen Roemenen (nee, dat heb ik ze niet gevraagd, maar volgens de heersende Franse mores zijn arm-uitziende mensen met Kaukasisch uiterlijk waarvan alle vrouwen hoofddoekjes dragen en er uit zien zoals oma in 1930 Roemenen). Merkwaardig volk en niet zo observatief, het overkwam me twee keer dat de tegemoetkomende groep over de volle breedte van het pad liep - op dat moment toch zeker twee meter breed - zonder ook maar een millimeter ruimte over te laten voor de vriendelijke tegemoetkomende hardloper, wat de eerste junkerig uitziende jongeman moest bekomen met een fijne ram tegen zijn schouder (gevolgd door een interessante maar onbegrijpelijke toevoeging aan mijn Roemeens volcabulaire), en de tweede hoerig uitziende dame hoefte te bekopen met niets, wat minder te maken had met het feit dat ze er ondanks te dik toch best lekker uitzag, dan met de glimmend gespierde pitbull-man die naast haar liep - ik heb altijd al een hekel gehad aan pitbulls.
Ook interessant was dat ik nu de file tegemoet liep. Grappig te zien waar de mensen in de auto mee bezig zijn en wat vooral opviel is dat heel veel vrouwen doen wat ik ook graag pleeg te doen, zonder gene kijken wat er daar aan de overkant van de straat voor lekkers voorbij loopt (op die afstand zien ze waarschijnlijk niet goed hoe afzichtelijk ik eigenlijk ben). En wie zegt er dat vrouwen in Nederland assertiever zijn dan Francaises? En juist daardoor voelde ik me op deze prachtige lentedag, met de stralende zon op mijn hoofd en niet meer dan een schapewolkje hier en daar toch heerlijk op mijn gemak in mijn derde vaderland.
Na 54 minuten en precies 10 kilometer was ik weer bij de auto en besloot om toch nog even door te lopen, want ik had een interessante helling gezien waar ik een uurtje eerder met de auto vanaf was gereden: niet minder dan 17%, gaf het bord aan de voet van de helling aan. Ik heb er helemaal op naar boven gerend, totdat aan de top mijn hartslagmeter niet minder dan 189 bpm aangaf (best hoog voor bijna 43), en ik volkomen leeg was en in héél rustig tempo weer naar beneden liep om precies na 1 uur weer aan te komen bij de auto. Nouja, ik lieg een beetje. Precies 1.00:00 uur is heel moeilijk, 1.00:01.47 dus. Ik plofte in mijn auto en heb de hele weg terug naar het hotel gezweet als een otter - bah, en daar moet ik morgen met mijn schone kleren weer in gaan zitten. Ik nam me voor om morgen maar gewoon in de fitnessruimte van het hotel op de loopband te gaan hardlopen.

Download as a pdf Download as a PDF - - 0 comments.

Comments